AlgemeenAchtergrond

‘Quotering en markt niet allesbepalend’

De structuurontwikkeling in de Nederlandse melkveehouderij is redelijk onafhankelijk van quotering en marktontwikkeling.

Deze conclusie trekt voorzitter Geert Koopstra van het Productschap Zuivel (PZ) uit de ontwikkeling van de melkveehouderij in de laatste tien, vijftien jaar.

Het aantal melkveebedrijven is sinds 1996 verder gedaald dan toenmalig PZ-voorzitter Harm Schelhaas voorzag bij een niet volledig geliberaliseerd marktbeleid. Die ging ervan uit dat in 2010 nog 25.000 melkveehouders actief zouden zijn, tenzij het beleid volledig zou zijn geliberaliseerd. Dat is niet gebeurd. Diverse vangnetregelingen zijn in stand gebleven. Toch zijn nu nog maar ruim 20.000 bedrijven met melkvee over.

Terwijl het aantal melkveebedrijven sneller is afgenomen dan verwacht, is het aantal verwerkende bedrijven langzamer gedaald dan destijds voorzien. Er is weliswaar een grote zuivelreus ontstaan in de vorm van FrieslandCampina, maar daarnaast is de verscheidenheid nog onverwacht groot gebleven, mede door toedoen van de (Europese) mededingingsautoriteiten.

Vangnetregelingen

Koopstra constateert ook dat 2009 niet het rampzalige economische jaar is geworden waarvoor aanvankelijk werd gevreesd. Sneller dan verwacht heeft herstel plaatsgevonden, mede door overheidsingrijpen. De grote vraag is echter of het herstel nu blijvend is of dat de problemen slechts zijn doorgeschoven, om later met extra kracht terug te keren.

In de Europese melkveehouderij en zuivelsector is het herstel voor een groot deel mede te danken geweest aan het toepassen van vangnetregelingen. Toen de daling op de zuivelmarkten onstuitbaar leek, schenen de vangnetten ver weg en te beperkt van omvang. Toch werkten ze, aldus Koopstra. Al wordt gezocht naar uitgebreider regelingen. Vooralsnog lijkt de veerkracht van de Nederlandse melkveehouderij en zuivelindustrie echter nog niet aangetast, stelt Koopstra.

Beheer
WP Admin