AlgemeenAchtergrond

Procedure tegen ruiming bij bedrijf met twee locaties

Minister Verburg wil de drachtige dieren op beide locaties van geitenhouders Evert en Mira Jansen uit het Drentse Hoogersmilde ruimen.

Op slechts één van de locaties is echter een Q-koortsbesmetting geconstateerd in het tankmelkmonster. Op de andere locatie – met opfokgeiten – zijn de bloedmonsters negatief.

De geitenhouders en hun advocaat Johan van Groningen uit Middelharnis vinden dat in elk geval de dieren op de onbesmette locatie gespaard moeten blijven.

Johan van Groningen zegt dat de situatie bij zijn cliënt uniek is. “Er zijn ook andere geitenhouders die hun situatie aan mij hebben voorgelegd, aan wie ik geadviseerd heb om de ruiming niet juridisch aan te vechten. Er is geen rechter in dit land die zijn vingers brandt aan een verbod op de ruiming van een besmet bedrijf.”

In dit geval ziet Van Groningen reële kansen om de drachtige geiten te sparen. “Er zit een afstand van wel anderhalve kilometer tussen het besmette bedrijf en de locatie waar de opfokgeiten staan. Bovendien zijn de monsters van de opfokgeiten negatief. En als de geiten op een ander bedrijfsnummer zouden staan, zouden ze gespaard blijven. De dieren moeten alleen geruimd worden, omdat ze administratief gekoppeld zijn aan het bedrijf van mijn cliënt.”

De opfokgeiten zijn nooit op het bedrijf van de geitenhouder geweest en ze zijn afkomstig van Q-koortsvrije bedrijven. De juridische procedure die Van Groningen heeft aangespannen, dient morgen bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in Den Haag.

Beheer
WP Admin