AlgemeenNieuws

Nederlandse overschotten stikstof en fosfaat groot

Den Haag – De Nederlandse landbouw heeft op milieugebied grote sprongen gemaakt maar realiseert nog altijd één van de grootste overschotten van stikstof en fosfaat per hectare binnen de Oeso. Dat blijkt uit cijfers van de Oeso, een denktank voor met name rijkere Westerse landen, en een analyse van LEI Wageningen UR. De onderzoekers stellen ook vast dat de teruggang in weidevogels in Nederland veel ernstiger is dan elders.

“Dat we er nog niet zijn, dat wisten we al”, aldus Hans Huijbers, bij LTO Nederland portefeuillehouder Verduurzaming. “Maar het is “heel goed dat de forse vooruitgang, die we maken op het gebied van duurzaamheid en met name milieu, met cijfers zichtbaar wordt gemaakt.” Volgens Huijbers is de Nederlandse land- en tuinbouw de snelst verduurzamende sector van Nederland, een feit dat volgens hem te weinig wordt gecommuniceerd.

De onderzoekers concluderen dat Nederland mede door beleidsmaatregelen een relatief sterke daling van de overschotten voor stikstof en fosfaat heeft gerealiseerd, maar zeker wat betreft stikfstof Nederland nog altijd veel slechter dan omringende landen en het Oeso-gemiddelde. Alleen Zuid-Korea komt nog slechter uit de bus. Nederland kwam in de periode 2007 tot en met 2009 uit op meer dan 205 kg per hectare, waar België 125 kg noteert. Nederland komt van een niveau van ruim 300 kg in de jaren ’90.

Ook wat betreft de uitstoot van ammoniak heeft Nederland relatief veel vooruitgang geboekt. De ammoniakemissie is in de Oeso-landen in de jaren ’90 nog licht gestegen, maar in het laatste decennium jaarlijks gemiddeld met 1,3 procent teruggedrongen. Nederland realiseerde een halvering in de jaren ’90 en een jaarlijkse vermindering van 3,7 procent in het laatste decennium.

De weidevogelpopulatie is in Nederland veel sterker afgenomen dan elders. Het aantal weidevogels wordt door de Oeso gezien als een graadmeter van hoe de condities en omstandigheden van landbouwleefomgevingen zich hebben ontwikkeld. De trend is overal in de Oeso zeer negatief maar Nederland spant met een afname van 49 procent in de laatste 20 jaar de kroon. Duitsland noteerde een daling van 25 procent terwijl andere Noord-Europese landen doorgaans tussen een daling met 10 tot 20 procent uitkomen.

Als indicatorsoort is voor Nederland de grutto genomen maar ook voor veel andere weidevogelsoorten zoals de scholekster, kievit en tureluur geldt dat de populatie fors is afgenomen. Onderzoeker Huib Silvis van LEI Wageningen UR benadrukt dat bij weidevogelpopulaties moeilijk is te bepalen waarom sprake is van een daling of stijging. Migratiestromen en klimaatontwikkeling spelen bijvoorbeeld een rol. “Met bepaalde vogels gaat het zelfs goed.”

De broeikasgasemissie van de Nederlandse landbouw is de laatste 20 jaar met 1,7 tot 1,8 procent per jaar teruggedrongen. Deze daling is veel groter dan het Oeso-gemiddelde. In Nederland ligt de uitstoot per hectare op een vergelijkbaar niveau als in de meeste Noord-Europese landen. In Noord-Europa is de uitstoot verreweg het grootst in Frankrijk, gevolgd door Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

Het energieverbruik van de Nederlandse agrarische sector is in vergelijking met het buitenland groot. Liefst 6,3 procent van het totale verbruik in Nederland komt op het conto van de sector, tegen een Oeso-gemiddelde van 2 procent. Huib Silvis wijst er echter op dat het cijfer vooral aantoont dat de glastuinbouw in Nederland in verhouding erg groot is.

Beheer
WP Admin