RundveeAchtergrond

Mestkelder hoeft niet per se

Emissie, mestbewerking en kosten pleiten voor een dichte vloer in plaats van een put.

De mestkelder heeft zijn langste tijd gehad. Nu bouwen veel melkveehouders nog ligboxenstallen op de traditionele wijze: met een flinke kelder. Daarover is geen discussie, terwijl die discussie er wel zou moeten zijn.
Het bouwen van een mestkelder moet een weloverwogen beslissing zijn. Het is zinvol als er gescheiden kanalen zijn of als deze gemaakt kunnen worden, om zo meerdere soorten mest op te slaan. Ook bij een krap bouwblok kan een mestkelder voordeel leveren. Deze vraagt geen extra ruimte, waar een of twee bovengrondse silo’s dat wel doen. Maar als de kelder alléén gebruikt wordt om drijfmest op te slaan, is het de vraag of een mestkelder wel de verstandigste keuze is. Want er zijn ontwikkelingen die het bouwen van kelders steeds onaantrekkelijker maken.
Ten eerste zal over een aantal jaren op veel bedrijven mestbewerking of -verwerking de gewoonste zaak van de wereld zijn. Bij een permanente bewerking vervalt de noodzaak van opslag van ruwe drijfmest al. Dan zijn een bovengrondse silo voor de dunne fractie en een mestplaat voor de dikke fractie ook voldoende.
Ten tweede is het bouwen van mestkelders een dure grap. Het bouwen van een bovengrondse opslag voor bewerkte mest is een stuk goedkoper.
Ten derde is er de trend om roostervloeren zo gesloten mogelijk te maken om de ammoniakemissie vanuit de kelder, en daarmee de stal, te minimaliseren. Dan kun je net zo goed meteen een dichte vloer leggen, met een kleine put die de mest bij de afstort tijdelijk opvangt. Het is dan wel zaak om de dichte vloer regelmatig te schuiven, anders lopen de koeien de hele dag met hun poten in de drek. Dan is de emissie eerder groter dan kleiner, vergeleken met een roostervloer.
Wie overweegt om te bouwen, moet ook overwegen hoe hij in de toekomst met mest en emissie omgaat. Is daarbij geen mestkelder nodig, streep die dan meteen van het lijstje af.

Beheer
WP Admin