AkkerbouwOpinie

Knallende ganzen

De ganzen kwamen massaal in glijvlucht aangevlogen… Prachtig!

Elk jaar wordt er een ganzenweekend georganiseerd in het Hongaarse plaatsje Tata: het Tata Wild Goose Festival. Op het Öreg Tó (vertaald: het oude meer), dat midden in het dorp ligt, overnachten de ganzen. Tienduizenden ganzen. Als je wel eens een bus pubermeiden hebt horen tetteren… dan is dat niks vergeleken met de ganzen. Een continu getetter, gekwaak, en alles en iedereen door elkaar heen krioelend. Het lijkt wel een superdruk bezochte houseparty op het water. Het gekwetter schijnt overigens een erg belangrijke functie te hebben: op deze wijze wordt continu doorgegeven wie waar is. Ik vraag me toch af hoe het precies werkt, wie is er in the lead oftewel wie heeft de regie in handen? Zeg maar, wie is de ‘DJ-gans’?

Strakke coördinatie

Dit jaar zijn we met de hele familie naar deze ganzen gaan kijken. Het sneeuwde, het vroor stevig en de wind gierde om de oren. Kortom: koud. De handjes worden stevig om een beker glühwein geklemd, gekocht bij het cafeetje langs het meer.
Direct naast het meer van Tata staat een oud kasteel. Zodra de schemering intreedt, zie je van boven het kasteel enorme zwermen ganzen aankomen. Volgevreten met jonge tarweplantjes komen ze terug gevlogen om te overnachten op het meer. Strak gecoördineerd, prachtig in glijvlucht, overgaand in een rondcirkelende beweging tien meter boven het water en zonder botsingen zoeken ze een plaatsje midden op het meer. Duizenden ganzen. Het is toch iets magnifieks dat dit alles zo gecoördineerd gaat; een superstrakke efficiënte operatie. Vorig jaar waren we met een kermisverrekijkertje uitgerust: in het schemerdonker kon ik nog net m’n eigen vinger voor de lens zien. Dit jaar ging een prima kijkertje met ons mee.

Ganzen en zwijnen moeten aan de pil

Recent stond in Boerderij dat er twee miljoen ganzen in Nederland vertoeven die de nodige schade veroorzaken. Het zijn er gewoon te veel geworden. Net als met de wilde zwijnen is het in Nederland blijkbaar verboden om die overmatige aantallen te beperken. Ook de discussie rondom het wel of niet bijvoeren van ‘wilde’ dieren in natuurparken of het vanwege welzijnsredenen afknallen van zieke dieren zijn nogal hypocriet. Wilde dieren hebben geen apotheek waar ze een rubber of de pil kunnen kopen om aan geboortebeperking te doen. Dus komt er altijd een moment dat er domweg te veel zijn.

Overigens vinden de Hongaren dat een dier een dier is. Klinkt ook vrij logisch. Dus in het restaurant naast het Tata-meer kun je gebraden gans eten. Ik zie het voor me: de kok gaat met z’n koksmuts op naar buiten, pakt een afgezaagde dubbelloops buks, trekt z’n koksmuts over de ogen (want hij kan het gruwelijke tafereel van het afschieten van een gans niet verdragen op z’n netvliezen) en knalt blind een schot hagel af. Met één schot heeft hij tien ganzen doorzeeft, genoeg voor het weekend. Met een glimlach op z’n gezicht maakt hij de ganzen schoon en bakt ze lekker bruin in de koekepan. Strekking van dit verhaal: ganzen zijn prachtig, maar het is wild en dat moet gewoon beheerd worden. Dat is óók natuur(lijk).

Beheer
WP Admin