AlgemeenAchtergrond

‘Kalversterfte kan worden verminderd’

Het gemiddelde percentage kalversterfte op Nederlandse melkveebedrijven is volgens de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) te hoog.

“Hierin is nog veel te verbeteren”, vertelt Joost Snoep, dierenarts herkauwers bij de GD. De variatie in kalversterfte tussen de verschillende melkveebedrijven is groot. “De beste bedrijven blijven onder de 2 procent”, vertelt Snoep. “De slechtste komen uit boven de 20 procent.” Gemiddeld sterft van de kalveren jonger dan één jaar 8 tot 9 procent per jaar. Hierbij heeft de GD verworpen vruchten, doodgeboortes en de nog niet geoormerkte kalveren niet meegeteld.

Het is volgens Snoep belangrijk dat een kalf direct weggehaald wordt bij de koe. “Een kalf van een melkkoe neemt uit zichzelf vaak te weinig biest op als het bij de koe wordt gelaten. Dit in tegenstelling tot zoogkalveren. Daarnaast draagt een koe vaak veel ziekteverwekkers bij zich die schadelijk kunnen zijn voor het kalf. De darm van een kalf is in de eerste 24 uur vergelijkbaar met een vergiet, vrijwel alles kan gemakkelijk het lichaam binnendringen dus ook allerlei schadelijke ziekteverwekkers.”

Doodsoorzaken

Doodsoorzaak nummer één onder kalveren is volgens Snoep diarree. Op een tweede plaats volgen aandoeningen aan de luchtwegen. “Vooral in het biestmanagement van veehouders is veel te verbeteren”, vervolgt Snoep. “Kalveren hebben na de geboorte geen weerstand. Belangrijk is dat biest, met beschermende afweerstoffen, het eerste is dat het kalf binnenkrijgt, en bijvoorbeeld niet een lik mest.”

Veehouders doen er volgens de GD goed aan om de koe direct uit te melken. Dit zou na het afkalven maar ook kort daarvoor kunnen. “Dit levert de beste biest op”, vertelt Snoep.

Rond de 8 liter is volgens hem optimaal. “Als je de eerste keer al 12 tot 15 liter biest melkt, is het zaak om de voeding van de koeien
tijdens de droogstand aan te passen. De minimale hoeveelheid die beschikbaar moet zijn is 5,5 liter. Het is belangrijk dat een veehouder de koe helemaal uitmelkt en alle eerste biest volop benut.”

De GD adviseert het kalf na de geboorte direct 2 liter biest te geven. Vervolgens na 12 uur nog 2 liter en binnen 24 uur de overgebleven anderhalve liter. Na de eerste dag is driemaal daags anderhalve liter biest voldoende.

Het is volgens de dierenarts goed mogelijk om in het bloed van de kalveren tussen de 2-5 dagen te kijken naar de hoeveelheid
afweerstoffen die is opgenomen vanuit de biest. “Bij diarree is dat één van de eerste dingen die je zou moeten controleren.”

Beheer
WP Admin