AkkerbouwAchtergrond

GMO-gewassen zijn niet te stoppen

Genetisch gemodificeerde (GMO-)gewassen zijn niet te stoppen. Dat wordt overduidelijk als je een rondje maakt door Texas.

Nagenoeg elke akkerbouwer in Texas maakt gebruik van GMO-gewassen. Op de vraag wat de grootste vooruitgang is in de laatste 20 jaar, antwoorden ze steevast: GMO-gewassen. Dankzij de biotechnologie is het voor deze ondernemers mogelijk om tegen een lagere kostprijs maïs, soja, tarwe of katoen te produceren. En daar is het in de grootschalige landbouw van Amerika uiteindelijk om te doen.

De hogere opbrengsten zijn overigens zeker niet het enige voordeel van de GMO-gewassen. Veel akkerbouwers die ik sprak waren vooral blij met het feit dat gewassen minder bestrijdingsmiddelen vragen. Zo zijn veel maïsrassen beschermd tegen de maïswortelkever, een groot probleem in de Verenigde Staten. Doordat deze maïs gifstoffen produceert die de maïswortelkever doden, is het niet meer nodig om de insecten te bestrijden met chemische middelen. Omdat de kevers de wortels van de planten niet kunnen aantasten, zijn deze beter ontwikkeld. Dat vertaalt zich in een hogere maïsopbrengst.

Momenteel hebben de Amerikanen 62,5 miljoen hectare aan GMO-gewassen geplant, dat is de helft van de totaal beschikbare landbouwgrond in dat land. Gezien de ontwikkelingen van de laatste jaren zal het aandeel van GMO in een snel tempo toenemen. Nieuwe ontwikkelingen maken het voor de Amerikaanse boeren alleen maar interessanter om te kiezen voor biotechnologie. Zo komen er volgend jaar gewassen op de markt die beter bestand zijn tegen droogte en stikstof efficiënter omzetten in biomassa. Overigens zijn GMO-gewassen zeker niet alleen in Amerika ‘hot’. Argentinië en Brazilië zijn andere grote spelers op deze markt.

Haat-liefdeverhouding

Om de GMO-zaden te kopen, moeten boeren flink in de buidel tasten. GMO-zaden zijn simpelweg erg duur. Dat komt doordat bedrijven als Monsanto, Pioneer en BASF veel onderzoek doen om deze gewassen te ontwikkelen. Daardoor is er een haat-liefdeverhouding tussen de akkerbouwers en de biotech-reuzen. De boeren vinden het uiteraard vervelend om veel te betalen voor het zaaigoed, maar doen dat wel vanwege de grote voordelen. Daarbij zijn de boeren vrij om van jaar tot jaar ander zaaigoed te kiezen.

Dat Europa het verbouwen en importeren van veel GMO-gewassen niet toestaat, lijkt vooral een emotionele keuze. Aan geen enkel gewas is zoveel onderzoek verricht als aan de ‘nieuwe’ GMO-gewassen. Voor de introductie van soja was er bijvoorbeeld nog nooit onderzoek gedaan naar de veiligheid van dit gewas. Inmiddels zijn er boekenkasten volgeschreven over de ‘nieuwe’ sojavariant. Dat alles heeft ertoe bijgedragen dat vele voedselautoriteiten ter wereld verschillende GMO-producten als veilig bestempelen. Feit is dat er in al die jaren nog geen enkel gezondheidsrisico is bewezen.

Europa isoleert zich

Gezien de ontwikkelingen in de rest van de wereld lijkt Europa zich met zijn verbod op het verbouwen van GMO-gewassen (op één maïsras na) steeds meer op een eiland te bevinden. Dat is niet goed. Omdat akkerbouwers in Europa de gewassen niet mogen verbouwen, komen zij kostprijstechnisch op een achterstand. Dat zal uiteindelijk resulteren in een minder sterke positie voor de Europese boeren. Bovendien zetten
Europese zaadveredelingsbedrijven niet in op biotechnologie. Er is immers geen markt voor. Op deze manier boert Europa achteruit. In de eerste plaats zullen Europese akkerbouwers het onderspit delven op de wereldmarkt en bovendien verliest Europa een sterke zaadveredelingsindustrie die het op termijn aflegt tegen de Monsanto’s van deze wereld. Op die manier verliezen we de macht over onze voedselproductie. Dat dat een zeer slechte ontwikkeling is, behoeft verder geen betoog.

Beheer
WP Admin