AlgemeenAchtergrond

Babylonische spraakverwarring in debat over megastal

Staatssecretaris Henk Bleker wil een maatschappelijk debat over megastallen. Dit is al decennia gaande, al verandert de terminologie telkens. En het zal met zijn brief straks niet zijn afgelopen. De grote vraag is: wat is een megastal? Om hoeveel dieren gaat het? Of is het beter om van megabedrijven te spreken?

Vorig jaar ondertekenden meer dan 15.000 mensen het burgerinitiatief Stop veefabrieken Utrecht, om de vestiging van megastallen tegen te houden. Het was voldoende om het onderwerp op de agenda van provinciale staten van Utrecht te krijgen. Maandag stemden de Staten tegen de komst van megastallen in de provincie.

Staatssecretaris Henk Bleker van landbouw wil het breder trekken. Hij wil een maatschappelijk debat over megastallen, kondigde hij in de Tweede Kamer aan. Hij heeft er haast bij. Het debat moet nog vóór de zomer worden afgerond.

Hij gebruikt de uitkomst ervan voor zijn visie die hij in oktober naar de Kamer wil sturen. Daarin wil hij ook het onderzoek betrekken van het RIVM naar de relatie tussen intensieve veehouderij en volksgezondheid. Volgens de uitgelekte berichten zou deze relatie er overigens niet zijn.
Wageningen UR overhandigde vorige week nog het rapport Over zorgvuldige veehouderij aan Bleker. ”Een verbod op megastallen maakt veehouderij niet beter”, meldt algemeen directeur Martin Scholten van Animal Science Group van Wageningen UR.

Schaalvergroting moet niet op voorhand worden uitgesloten, vindt hij. ”Het gaat niet om de omvang, maar om een zorgvuldige bedrijfsvoering. En dat is in veel opzichten gemakkelijker bij een grotere schaal.”

Het debat over de grootschaligheid in de veehouderij is eigenlijk allang bezig.In het Noord-Limburgse Grubbenvorst, in Brabant, Groningen, Flevoland. Waar eigenlijk niet waar ondernemers grote bedrijven willen inrichten? Veelal is dit debat niet van vooroordelen gespeend. Maar weet iedereen ook waarover hij/zij praat? Wat is een megastal? En zijn alle toegedichte gevaren wel terecht? Zitten er wellicht ook voordelen aan grote bedrijven?

Het is onduidelijk wanneer de term ’mega’ voor het eerst opdook. Vroeger bezigden tegenstanders vooral de term bio-industrie. In deze bedrijfstak werden ’kistkalveren’, ’batterijkippen’ en ’kettingzeugen’ gehouden. Vertegenwoordigers uit de landbouw spraken over ’intensieve veehouderij’. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert de neutrale term ’hokdieren’. Voor de goede verstaander was het meteen duidelijk met wie hij te maken had: een voor- of tegenstander van deze vorm van veehouderij.

De standpunten zijn in de loop der jaren niet echt veranderd, maar in de terminologie heeft ontzuiling plaatsgehad. Tegenwoordig komt alleen nog maar de term ’megastal’ voor. Milieudefensie voert er actie mee. LTO-voorman Albert Jan Maat noemt Nederland geen land voor ’megastallen’. Sporadisch valt de term ’varkensflat’ of ’varkensfabriek’, nog een keer uit de stal van Milieudefensie.

’Mega’ past in de maatschappelijke trend om evenementen, prijsacties of effecten te benoemen. Jongeren gebruikten de termen mega, ultra, giga en über misschien wel als eerste. Bij stallen is het bij ’mega’ gebleven.

De grootgebruikers van de term megastal kunnen zelf ook niet altijd een heldere definitie geven, zoals Vereniging Behoud de Parel Grubbenvorst, aanjager van het burgerinitiatief in Noord-Limburg. ”De definitie van een megastal wordt niet overal op dezelfde wijze ingevuld”, meldt zij. Voor veel tegenstanders doet het er ook niet toe. In hun ogen wordt het landschap aangetast. Zij hebben twijfels over het dierenwelzijn en vrezen de gevolgen voor de volksgezondheid.

”50.000 varkens of 1 miljoen kippen in één fabriek achter tralies en betonnen muren… een megastal”, concludeert Stichting Wakker Dier. Deze cijfers lijken voor iedereen wel duidelijk. Maar waar ligt de grens? ”Er is geen definitie van een megastal”, erkent de organisatie. ”In de regel gaat het over bedrijven die op één locatie minimaal 2.000 zeugen, 12.500 vleesvarkens, 185.000 legkippen of 360.000 vleeskippen houden.” In vaktermen heet dit 500 Nederlandse Grootte-Eenheden (NGE).

De organisatie erkent overigens dat het voor het dier niet uitmaakt of het geboren wordt op een bedrijf met 5.000 of 50.000 varkens. Het leven wordt er niet beter op, de levensduur niet langer. Is het daarmee alleen maar een milieudiscussie? ”Nee, als er brand of een ziekte uitbreekt, zijn wel ineens 50.000 varkens de dupe.”

Alterra van Wageningen UR heeft in het rapport Megastallen in beeld, cijfers, feiten en beelden over megastallen bij elkaar gebracht. Het rapport dateert uit november 2007, maar sindsdien is dit niet meer geüpdatet. Alterra maakt onderscheid tussen megastallen en megabedrijven.
”Bij megastallen gaan we uit van grote aantallen dieren op één locatie, al of niet van één ondernemer. Bij megabedrijven gaat het om het aantal dieren van één bedrijf. Als een megabedrijf zijn dieren op verschillende locaties heeft gehuisvest, die allemaal beperkt van omvang zijn, is er geen sprake van megastallen.”

Het onderzoeksbureau legt de grens op 300 NGE. ”Bij deze aantallen worden de agrarisch bouwblokken, die doorgaans 1 to 1,5 hectare bedragen, maximaal benut.” 300 NGE komt overeen met 7.500 vleesvarkens of 1.200 fokvarkens, 120.000 legkippen of 220.000 vleeskuikens of 250 melkkoeien of 2.500 vleeskalveren.

Wat kan de landbouw daartegen inbrengen? Voor vooral de provincies met veel veehouderij zoals Noord-Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel is dit lastig. De provinciebesturen moeten de protesten serieus nemen, niet op de laatste plaats omdat in bijvoorbeeld de Q-koortsaffaire een link met ’megastallen’ is gelegd. Huisartsen mengen zich in het debat met onheilstijdingen over fijnstof. In de goed bedoelde Landbouw Ontwikkelingsgebieden (LOG’s) komt zo toch een blokkade op vestiging.

De landbouw gaat de confrontatie niet uit de weg, en zoekt steeds vaker de critici op. LTO-voorman Albert Jan Maat meldt in een radio-interview dat de mogelijkheden in Nederland voor megastallen zeer beperkt zijn.

Het maatschappelijke imago speelt ook een rol bij de visie. Uit een onderzoek van onderzoeksbureau Stratus in opdracht van het consumentenplatform in december vorig jaar blijkt dat tweederde van de Nederlandse bevolking moeite heeft met schaalvergroting. ”De consument verwacht dat in de veehouderij aandacht wordt gegeven aan het dier”, zegt Maat.

De Brabantse ZLTO worstelt misschien nog wel het meest. Logisch, deze organisatie telt de meeste leden met megastallen of anders wel megabedrijven. Voorzitter Hans Huijbers kiest voor ’eigenschaligheid’ als maat voor de stallen. Onder eigenschaligheid verstaat de bond ’een omvang die past bij het vakmanschap van de ondernemer, zijn omgeving, de eisen van de samenleving en de kansen van de afzetmarkt.’

”Boeren hebben hetzelfde standpunt over megastallen als burgers; ook zij zijn tegen industriële vleesproductie”, aldus Huijbers.

Er is dringend behoefte aan helderheid in de discussie. Je kunt dan in ieder geval de balans opmaken. De kans dat partijen tot elkaar komen, wordt daarmee niet groter. Het maatschappelijk debat over megastallen heeft grote emotionele trekken.

Een overzicht van de prijzen voor vleesvarkens vind je op boerderij.nl/markt.

Beheer
WP Admin