VarkensOpinie

Afscheid

In 2012 namen we op ons bedrijf afscheid van de verkoop van fokgelten. Een persoonlijk falen, echter resulterend in een hoger rendement.

‘Stoppen is ook ondernemen’ is een dooddoener. Niet wanneer je pensioengerechtigd bent, wel wanneer je vroeger stopt dan aanvankelijk gepland. Begin dit jaar nam ik het besluit om met fokkerij en opfok op externe locaties te stoppen. We hebben de betreffende (op)fokkers tijdig op de hoogte gesteld, het duurt dan vervolgens nog een jaar voordat de laatste dekrijpe gelten de laadklep oplopen. Het werk voor twee fulltime medewerkers, waaronder de chauffeur, zat er daarmee ook op. De vrachtwagen met weegklep en aanhanger wordt verkocht.

Op het eigen bedrijf deden we al jaren niet veel meer dan eigen aanfok. Fokbiggen produceren kan niet concurreren met grote koppels vleesbiggen verkopen. De grens voor lucratief regulier fokken ligt bij 400 zeugen, daarboven alleen op grotere SPF-fokbedrijven en die kennen we in Nederland niet.

Beetje zwanger

Op ons bedrijf startten we met fokkerij toen we nog 250 zeugen hadden. Later breidden we hoofdzakelijk uit met vermeerdering van Piétrain-biggen. We startten in 1992 met Dalland SPF-fokkerij op een aangekochte locatie. Hoge gezondheid sprak me als 25-jarige toen al aan. Vrij van onder meer PRRS, mycoplasma en APP en er ook niet tegen enten. Dat ging niet lang goed, PRRS kwam binnen en zelfs een entstof was er in die jaren nog niet.

Velen volgden de afgelopen twintig jaar dit voorbeeld. Behalve Gert van Beek in Lelystad lukte het niemand om jarenlang PRRS-vrij te blijven. Als surrogaat-oplossing hebben we ons in Nederland neergelegd bij brand blussen, niet bij brandvrij worden. De discussie spitst zich enkel nog toe op de blusmiddelen en het gebruik ervan. Hiertoe is de afgelopen twintig jaar een geheel nieuwe commercie in het leven geroepen. We durven in Nederland gezondheid niet bij de basis aan te pakken door geheelonthouding. Het is gelijk de tienerdochter die haar ouders schoorvoetend opbiecht een beetje zwanger te zijn.

Gezonde concurrentie

In het buitenland heb ik tal van SPF-locaties bezocht, onlangs nog het bedrijf van Leon van Dijck in Oost-Duitsland. De gezondheid in zijn stal is verbluffend goed; geen enkel kuchje en de gezondheidskosten bedragen slechts enkele tientjes per zeug. Op ons bedrijf besteden we alleen al €60 voor twee biggenentingen, driekwart van de totale gezondheidskosten. Bij deze €100.000 per jaar hebben we ons neergelegd. We doen bovendien meer dan ooit tevoren aan ‘gezondheidsmanagement’, kleurtjes en hygiëne, ofwel het brand blussen. Bij Leon van Dijck en vele anderen woedt echter geen brand en deze voorsprong is veel meer waard dan het halve werk. Van Dijck fokt met 2.500 Hypor-zeugen en levert de SPF-nakomelingen ook al weer enkele jaren aan Nederland. Ik heb dat altijd als gezonde concurrentie gezien, met de nadruk op gezond. Ook dat is een van de redenen om te stoppen met de verkoop van all inclusive fokdieren.

Kantelpunt bij 400 fokzeugen

Een andere reden om te stoppen is de betere verdienste op grote koppels vleesbiggen. In ons geval wekelijks een auto vol Piétrain-biggen, -beren en -gelten in het Tesco-concept van Tönnies Weidemark. Voor die opbrengsten kun je geen fokbiggen produceren. Dit is ook gelijk de reden dat Nederland hoofdzakelijk kleinere fokbedrijven kent, voor hen is nog een plus te halen ten opzichte van vleesbiggenproductie.

Wanneer je ergens veel van koopt krijg je kwantumkorting, dat geldt voor voer en ook voor fokdieren. Volle vrachten zijn nu eenmaal kostenefficiënter. Het geldt alleen niet voor vleesbiggen, die worden alsmaar duurder bij grotere aantallen. Het kantelpunt ligt bij 400 zeugen, daarna kan reguliere fokkerij niet meer uit. Zeker niet wanneer je de biggen niet zelf kunt opleggen en dat is op ons bedrijf met 3.000 plaatsen maar beperkt mogelijk.

Veel biggen of veel marge

We zijn niet gestopt vanwege de Deense invasie, die ik overigens gelijk Duitsland al jaren eerder had verwacht in Nederland. Pas op het moment dat we aangaven met fokkerij te stoppen is één afnemer overgeschakeld op Deense genetica, daarvoor niemand. Dat heeft met het type afnemer te maken. Zij zijn gelijk ons eigen bedrijf gefocust op een lage kostprijs en een hoge opbrengstprijs, niet op het maximaal haalbare aantal geboren biggen per zeug.

Na Dalland gingen we in 1996 voor Bovar fokken. Deze organisatie werd drie jaar later overgenomen door Hypor. We kenden veel trouwe afnemers, een aantal nog vanaf de beginjaren. De meesten verdienen gewoon geld met hun zeugen, zijn nuchtere mensen en weinig hypegevoelig. Hypor-zeugen komen we tegen op bedrijven met 80 zeugen, alsook bij Europa’s grootste (Nederlandse) zeugenhouder met 80.000 zeugen.

Geen kunstgrepen

In Dalfsen hebben we weer een vermeerderingsbedrijf met eigen aanfok en we sluiten een goed jaar 2012 af. De zeugen zijn onze beste medewerkers, zij moeten het werk doen zonder kunstgrepen als moederloze opfok, dure voeders en avonddiensten. Met vier aanwezige stalmedewerkers tussen zeven uur ’s ochtends en vier uur ’s middags is het werk goed rond te zetten op 1.600 zeugen en 3.000 opfok-/vleesvarkens. We produceren met onze lijnzeugen nog geen 30 biggen, dat zal echter met vermeerdering niet lang meer duren.

De laatste fokgelten van dit jaar leverden we deze week nog aan een gesloten bedrijf dat al jaren meer dan 30 slachtvarkens per zeug aflevert. Het totale voerpakket op ons bedrijf kost vandaag geen 30 cent per kilo en is daarmee laag, zeker gezien de scherpe voerconversie; de zeugen blijven onder 1.100 kilo per jaar. De biggen gaan altijd vlot weg en dat voor een mooie opbrengst. De gezondheid is naar Nederlandse maatstaven goed, al blijft het ook bij ons brand blussen. Mochten we in Nederland ooit nog eens brandvrij worden, dan sluit ik een terugkeer in de fokkerij niet uit.

Bron: Farm Focus

Meer informatie over de prijzen van biggen vind je in Boerderij Marktprijzen.