Varkenshouderij

Nieuws 2 reacties

‘Varkenshouders moeten zelf onderzoeksagenda bepalen’

De Nederlandse koppositie loopt gevaar door onvoldoende aandacht voor onderzoek en innovatie. Dat zegt manager van VIC-Sterksel, Theo Duteweerd. “Het buitenland ontwikkelt razendsnel.”

De varkenssector moet meer investeren in onderzoek en innovatie. Dat is de laatste jaren te weinig gebeurd. Daardoor loopt de Nederlandse varkenshouderij het risico internationaal zijn koppositie te verliezen, vindt Theo Duteweerd, manager Varkens Innovatie Centrum (VIC) in Sterksel (N.-Br.). Hij is blij dat de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) vanaf volgend jaar structureel investeert in onderzoek en innovatie.

Hoe bedoelt u dat precies?

“De Nederlandse varkenshouderij loopt voorop in de wereld. Nog wel, maar de ontwikkelingen in het buitenland gaan razendsnel, terwijl in Nederland de afgelopen drie jaar te weinig is gebeurd op gebied van onderzoek en innovatie. De varkenshouderij in ons land heeft zijn koppositie mede weten te bereiken dankzij onderzoek en innovatie. De effecten hiervan zijn niet direct merkbaar, maar vormen wel een bedreiging voor de sector op lange termijn.”

Theo Duteweerd vindt dat de Nederlandse varkenssector moet investeren in onderzoek en innovatie om haar koppositie te behouden. Foto: Bert Jansen
Theo Duteweerd vindt dat de Nederlandse varkenssector moet investeren in onderzoek en innovatie om haar koppositie te behouden. Foto: Bert Jansen

Waarom is er de afgelopen drie jaar weinig gebeurd?

“Dat heeft te maken met het opheffen van het Productschap Vee en Vlees (PVV). Varkenshouders droegen € 0,25 per afgeleverd varken af aan het PVV. Een deel hiervan was bestemd voor onderzoek en innovatie en dat werd aangevuld met een bijdrage van de ketenpartners. Dat is er de afgelopen jaren niet geweest, omdat de POV nog niet zover was om haar ambities waar te kunnen maken. Per 1 januari is de POV daar wel toe in staat en investeert de sector zelf weer in onderzoek en innovatie.”

‘Landen om ons heen lopen voor op diergezondheid’

Waarom vindt u dat zo belangrijk?

“Er komen een aantal ontwikkelingen op de sector af waar deze nu nog onvoldoende antwoord op heeft. Denk maar aan de emissies van schadelijke stoffen als ammoniak, fijn stof en geur. In de toekomst moeten we toe naar reductie aan de bron. Dat heeft ook positieve effecten voor diergezondheid, een ander thema waar de varkenshouderij volop in moet innoveren. Landen om ons heen lopen voor op diergezondheid. We moeten toe naar weerbare dieren met voldoende veerkracht om met infecties te dealen. Daar is onderzoek voor nodig.”

Is dat niet iets voor fokkerijorganisaties?

“Deels wel maar het is belangrijk dat varkenshouders zelf de onderzoeksagenda bepalen. Het gaat om de toekomst van hun bedrijf. Daar zit een spanningsveld. De ervaring leert dat niet alle varkenshouders blij zijn met alle onderzoeken, bijvoorbeeld naar groepshuisvesting in de vroege dracht en vrijloopkraamhokken. In de nabije toekomst is nog meer onderzoek nodig naar het houden van varkens met lange staarten en het verbeteren van de bigvitaliteit.”

‘Varkenshouders willen het liefst zo weinig mogelijk betalen’

Je noemt een spanningsveld. Waar zit dat?

“Varkenshouders hebben altijd indirect betaald voor onderzoek en innovatie via de afdracht aan het PVV door de slachterijen. Nu staat de afdracht op de contributienota van de POV en wordt hij zichtbaar. Deze bijdrage is veel lager dan voorheen. Individuele varkenshouders willen het liefst zo weinig mogelijk betalen. Dat houdt wel in dat je als collectief minder vooruitgang boekt.”

Laatste reacties

  • tewe

    andere landen laten onderzoeken hoe het moet en wij gaan dat dan kopieeren
    zou ik zeggen

  • WGeverink

    Idd tewe Waarom proberen het wiel opnieuw uit te vinden? Wie internationaal een beetje op de hoogte is weet dat de varkenshouderij en de inovatie er rond om heen wereldwijd bepaalt niet stil staat. Tijdens mijn stage in Denemarken in de tachtiger jaren werd de opmerking gemaakt over de peperdure en hyper moderne all in all out stallen in Nederland terwijl de gezondheidsstatus van de varkensstapels helemaal terug gaat naar de tijd van voor de jaartelling begon. In Denemarken begonnen ze in de tachtiger jaren bigtime met SPF. In Noorwegen en Zweden werken ze al jaren met zeugen los in het kraamhok bijvoorbeeld. Waarom niet gebruik maken van de ervaring die ze daar al hebben en daar verder aan bouwen. Ik weet uit ervaring dat het met die voorsprong van de Nederlandse varkenshouderij in de praktijk wel meevalt. Dat praatje is uitgevonden door jullie periferie die er bij gebaat is dat jullie zo veel mogelijk Nederlandse producten en diensten blijven kopen.

Of registreer je om te kunnen reageren.