Varkenshouderij

Nieuws

Poolse vleesvarkenshouder betaalt ruim €70 voor een big

Het verkopen van biggen aan Poolse vleesvarkenshouders kan erg lucratief zijn, maar er zijn ook de nodige risico’s.

Dat is een van de belangrijkste conclusies die kan worden getrokken uit de kennisavond Biggenexport Polen, georganiseerd door Boerderij op donderdagavond. Volgens handelaar Dirk Govers van Vaex brengen biggen in Polen momenteel €70 - €71 op. Dat betreft Deense biggen die PRRS-onverdacht zijn. Het gaat daarbij om biggen van 30 kilo, geleverd in de stal. Na aftrek voor kosten van handel, risico en transport resulteert voor de Deense vermeerderaar een opbrengstprijs van €62 – €63 per big. Voor ‘conventionele’ biggen wordt in Polen €61 - €62 betaald, geleverd in de stal.

Na de presentaties gingen deelnemers in kleine groepjes met elkaar in gesprek.
Na de presentaties gingen deelnemers in kleine groepjes met elkaar in gesprek.

Poolse markt interessant

Aanleiding voor Boerderij om de kennisavond te organiseren, is de potentieel interessante Poolse markt. Polen is het vierde varkensvleesland in Europa en heeft een importbehoefte van 6 miljoen biggen per jaar. Nederland profiteert daar maar beperkt van. Dit jaar gaan er naar verwachting 350.000 biggen naar Polen. In 2010 waren dat er bijna 1 miljoen. Concurrent Denemarken heeft in dezelfde tijd de export van biggen naar Polen zien groeien van 400.000 naar 5 miljoen.

Volgens Rabo analist Albert Vernooij blijft Polen de komende jaren een interessant land als het gaat om exportmogelijkheden. Zo is Polen een van de leidende landen als het gaat om varkensvleesconsumptie. Met een nog altijd stijgend inkomen per persoon, ziet Vernooij mogelijkheden voor een lichte toename van de productie.

Tegelijkertijd constateert hij dat de productie in de zeugenhouderij achterblijft. De zeugenstapel is in tien jaar tijd gehalveerd. Bovendien gaat dat niet gepaard met een grote professionalisering van de overige bedrijven. Dat resulteert in een blijvende importbehoefte.

Rabo-analist Albert Vernooij gaat in op de kansen en bedreigingen in Polen.
Rabo-analist Albert Vernooij gaat in op de kansen en bedreigingen in Polen.

Problemen in Polen

Naast de krimpende zeugenstapel kent het land ook problemen op andere vlakken, zo vertelde Vernooij. De grootste slachterij van het land, Pini, gaat gebukt onder financiële problemen als gevolg van mogelijke fraudezaken. Ook is er de aanhoudende dreiging van varkenspest in het oosten van Polen. “Als de sector dat niet onder controle krijgt, heeft hij een fors probleem en zie ik geen ruimte voor groei van de varkenshouderij.” Iets dat volgens Vernooij ook niet meehelpt met het herstel van de varkenshouderij, is de enorme focus op pluimvee in Polen. Het land heeft de pluimveevleesproductie de laatste tien jaar zien verdubbelen en is daarmee Europa’s grootste producent.

Export vergt investering

DLV-adviseur Jan Pijnenburg ging in op de kosten die moeten worden gemaakt om te kunnen exporteren naar Polen. Pijnenburg rekent met €7 tot €9 aan meerkosten per big, om interessant te zijn voor een Poolse vleesvarkenshouder. Voor de Nederlandse vermeerderaar zitten die kosten (€4-€5) in extra stalruimte, extra voer, entingen en arbeid. Daarnaast maakt de handelaar extra kosten in de vorm van transportkilometers, uitval, koersrisico en betalingsrisico’s; samen €3 - €4 per big.

Verder vraagt Pijnenburg zich af of er überhaupt wel biggen beschikbaar zijn voor de Poolse markt. Met een iets krimpende zeugenstapel is de export van biggen vanuit Nederland de laatste jaren stabiel rond de 6,5 miljoen dieren, waarvan er 4 miljoen naar Duitsland gaan. Het feit dat er steeds meer biggen naar Duitsland gaan ziet Pijnenburg als een positieve ontwikkeling. Dat is immers de exportmarkt die het dichtstbij ligt en - doorgaans - een mooie plus opbrengt.

DLV-adviseur Jan Pijnenburg wil meer aandacht voor diergezondheid. - Foto's: Koos Groenewold
DLV-adviseur Jan Pijnenburg wil meer aandacht voor diergezondheid. - Foto's: Koos Groenewold

Wispelturige afzet

Ondanks de succesvolle export naar Duitsland, blijft er een noodzaak om biggen naar andere landen af te zetten, wetende dat de productiviteit van de zeugen altijd nog groeit. Afzet naar landen als Spanje, Italië en Roemenië is doorgaans ook erg wispelturig.

Op de vraag hoe er succesvol moet worden geëxporteerd, was één antwoord van alle aanwezigen op de kennisavond eenduidig: kwaliteit. Dit werd door de aanwezigen gedefinieerd als het juiste gewicht, een goede gezondheid, de juiste entingen, transparantie en communicatie. Op die manier is er een voorspelbaar product te leveren, waarmee het vertrouwen van de afnemer is (terug) te winnen.

Of registreer je om te kunnen reageren.