Varkenshouderij

Foto & video 3811 x bekeken 1 reactie

Zweed omarmt welzijn en verdient toch met varkens

Peter Eriksson heeft in het Zweedse Hjo een varkensbedrijf met 320 hectare land. Er gelden in Zweden strenge welzijnseisen. Boerderij ging op bezoek.

Foto

  • Peter Eriksson (56) heeft in Hjo, Zuid-Zweden een gesloten varkensbedrijf met 2 locaties op relatief korte afstand van elkaar. Op deze locatie zijn 330 zeugen gehuisvest. Op de andere locatie staan 3.000 vleesvarkens. - Foto's: Theo Brummelaar

    Peter Eriksson (56) heeft in Hjo, Zuid-Zweden een gesloten varkensbedrijf met 2 locaties op relatief korte afstand van elkaar. Op deze locatie zijn 330 zeugen gehuisvest. Op de andere locatie staan 3.000 vleesvarkens. - Foto's: Theo Brummelaar

  • De zeugenlocatie van het varkensbedrijf bevindt zich op nog geen kilometer afstand van het Vätternmeer, aan de rand van een groot dennenbos. De rode bedrijfsgebouwen op het erf zijn typisch Zweeds. De stallen zijn tussen 1994 en 2002 gebouwd.

    De zeugenlocatie van het varkensbedrijf bevindt zich op nog geen kilometer afstand van het Vätternmeer, aan de rand van een groot dennenbos. De rode bedrijfsgebouwen op het erf zijn typisch Zweeds. De stallen zijn tussen 1994 en 2002 gebouwd.

  • De zeugen en biggen zijn in het modernste gebouw gehuisvest. Bij het bedrijf hoort ook 320 hectare land (onder meer tarwe, gerst, haver, rogge, bonen en erwten). Eriksson is qua voer grotendeels zelfvoorzienend, mestafzet is geen probleem.

    De zeugen en biggen zijn in het modernste gebouw gehuisvest. Bij het bedrijf hoort ook 320 hectare land (onder meer tarwe, gerst, haver, rogge, bonen en erwten). Eriksson is qua voer grotendeels zelfvoorzienend, mestafzet is geen probleem.

  • De kraamafdelingen zijn ruim opgezet en zijn goed geventileerd. De hokken zijn relatief groot in verband met de Zweedse welzijnseisen. Datzelfde geldt voor het stro dat in de hokken ligt.

    De kraamafdelingen zijn ruim opgezet en zijn goed geventileerd. De hokken zijn relatief groot in verband met de Zweedse welzijnseisen. Datzelfde geldt voor het stro dat in de hokken ligt.

  • De ramen zijn ook opvallend groot in de afdelingen. Er is ruim voldoende lichtinval. De Zweedse welzijnseisen zijn streng en daar hoort ook licht bij. Maar dat is maar een onderdeel van het Zweedse welzijnspakket.

    De ramen zijn ook opvallend groot in de afdelingen. Er is ruim voldoende lichtinval. De Zweedse welzijnseisen zijn streng en daar hoort ook licht bij. Maar dat is maar een onderdeel van het Zweedse welzijnspakket.

  • Een belangrijke welzijnseis én grote kostenpost is stro. Het ligt in alle hokken. Eriksson heeft jaarlijks 800 ronde en 120 vierkante strobalen nodig. Inclusief arbeid kost hem dat €0,07 per kilo extra.

    Een belangrijke welzijnseis én grote kostenpost is stro. Het ligt in alle hokken. Eriksson heeft jaarlijks 800 ronde en 120 vierkante strobalen nodig. Inclusief arbeid kost hem dat €0,07 per kilo extra.

  • Voldoende ruimte is ook een welzijnseis. De 3,10 bij 2,10 meter grote kraamhokken zijn er een voorbeeld van. Elke zeug moet minimaal 4 m² ruimte hebben en daar komt het roostergedeelte dan nog bij. Eriksson heeft er begrip voor, maar...

    Voldoende ruimte is ook een welzijnseis. De 3,10 bij 2,10 meter grote kraamhokken zijn er een voorbeeld van. Elke zeug moet minimaal 4 m² ruimte hebben en daar komt het roostergedeelte dan nog bij. Eriksson heeft er begrip voor, maar...

  • ... hij is minder blij dat zeugen vrij kunnen lopen in het hok. In de eerste 4 weken is de uitval veel te hoog: 15%. Dat zou volgens Eriksson 5% minder kunnen zijn als hij de zeug een paar dagen mag opsluiten. Maar Zweedse regels staan dat niet toe.

    ... hij is minder blij dat zeugen vrij kunnen lopen in het hok. In de eerste 4 weken is de uitval veel te hoog: 15%. Dat zou volgens Eriksson 5% minder kunnen zijn als hij de zeug een paar dagen mag opsluiten. Maar Zweedse regels staan dat niet toe.

  • Het is echter de enige welzijnseis waar Eriksson moeite mee heeft. Volgens hem geven de strenge Zweedse eisen zijn sector meerwaarde. Ze zorgen dat Zweedse varkenshouders een interessante partij blijven.

    Het is echter de enige welzijnseis waar Eriksson moeite mee heeft. Volgens hem geven de strenge Zweedse eisen zijn sector meerwaarde. Ze zorgen dat Zweedse varkenshouders een interessante partij blijven.

  • Alle varkens van Eriksson hebben staarten. In Zweden wordt het gezien als kwaliteitskenmerk. Eriksson vindt het vanzelfsprekend. Hij heeft nooit staarten gecoupeerd en ziet zelden staartbijterij. Hij heeft er nu 1 op 3.000 vleesvarkens.

    Alle varkens van Eriksson hebben staarten. In Zweden wordt het gezien als kwaliteitskenmerk. Eriksson vindt het vanzelfsprekend. Hij heeft nooit staarten gecoupeerd en ziet zelden staartbijterij. Hij heeft er nu 1 op 3.000 vleesvarkens.

  • Volgens Eriksson is de reden een combinatie van stro, extra ruimte, goede ventilatie én de juiste genetica. Niet-couperen zou volgens hem ook prima in Nederland kunnen. Als hij al eens een probleem heeft, ligt het bijna altijd aan aangekocht voer.

    Volgens Eriksson is de reden een combinatie van stro, extra ruimte, goede ventilatie én de juiste genetica. Niet-couperen zou volgens hem ook prima in Nederland kunnen. Als hij al eens een probleem heeft, ligt het bijna altijd aan aangekocht voer.

  • Eriksson werkt sinds 2014 met Topigs-/Norsvin-genetica. Voor de fusie tussen beide fokkerijorganisaties was dit Norsvin. Eriksson is erg tevreden. Hij ziet nu meer én gezondere biggen. Vooral de robuustheid spreekt hem zeer aan.

    Eriksson werkt sinds 2014 met Topigs-/Norsvin-genetica. Voor de fusie tussen beide fokkerijorganisaties was dit Norsvin. Eriksson is erg tevreden. Hij ziet nu meer én gezondere biggen. Vooral de robuustheid spreekt hem zeer aan.

  • Qua productie scoort Eriksson in Zweden iets bovengemiddeld: bijna 30 biggen per zeug. In 2018 verwacht hij de grens van 30 biggen te doorbreken. De gemiddelde daggroei ligt daarbij op 900 gram. Dat laatste moet echt beter, vindt Eriksson.

    Qua productie scoort Eriksson in Zweden iets bovengemiddeld: bijna 30 biggen per zeug. In 2018 verwacht hij de grens van 30 biggen te doorbreken. De gemiddelde daggroei ligt daarbij op 900 gram. Dat laatste moet echt beter, vindt Eriksson.

  • De dieren zijn nog te licht als ze naar de vleesvarkenslocatie gaan: 20 kilo. De reden is dat biggen vanwege welzijnseisen nu na 4 weken bij de zeug wegmoeten. Voorheen was dat 5 weken. Die verloren week moet Eriksson beter zien te managen.

    De dieren zijn nog te licht als ze naar de vleesvarkenslocatie gaan: 20 kilo. De reden is dat biggen vanwege welzijnseisen nu na 4 weken bij de zeug wegmoeten. Voorheen was dat 5 weken. Die verloren week moet Eriksson beter zien te managen.

  • Eriksson verwacht dit te bereiken door beter voer voor jonge biggen en een efficiëntere melkgift van zeugen. Het streefgewicht tijdens de verhuizing naar de vleesvarkensstal is 23 tot 24 kilo.

    Eriksson verwacht dit te bereiken door beter voer voor jonge biggen en een efficiëntere melkgift van zeugen. Het streefgewicht tijdens de verhuizing naar de vleesvarkensstal is 23 tot 24 kilo.

  • Achter de kraamstal bevindt zich de guste en dragende zeugenstal.

    Achter de kraamstal bevindt zich de guste en dragende zeugenstal.

  • Ook hier valt het vele stro in de groepshokken weer op.

    Ook hier valt het vele stro in de groepshokken weer op.

  • Een afdeling in de vleesvarkensstal op de tweede locatie. Ook hier zijn normen qua ruimte. Er geldt een norm van 0,6 m² per dier (tot 90 kilo). Echter, per 10 kilo extra komt er 0,05 m² bij en Eriksson mest af op 125 kilo.

    Een afdeling in de vleesvarkensstal op de tweede locatie. Ook hier zijn normen qua ruimte. Er geldt een norm van 0,6 m² per dier (tot 90 kilo). Echter, per 10 kilo extra komt er 0,05 m² bij en Eriksson mest af op 125 kilo.

  • Eriksson mest jaarlijks 8.200 varkens af (92 kilo geslacht gewicht). Een kleine 20% van het vlees gaat tegen een meerprijs van €0,05 naar een restaurantketen. Dat gebeurt onder een eigen huismerk. Enigszins een gelukje; de keten vond Eriksson.

    Eriksson mest jaarlijks 8.200 varkens af (92 kilo geslacht gewicht). Een kleine 20% van het vlees gaat tegen een meerprijs van €0,05 naar een restaurantketen. Dat gebeurt onder een eigen huismerk. Enigszins een gelukje; de keten vond Eriksson.

  • De Zweedse kostprijs ligt €0,15 per kilo hoger dan in Nederland, maar Eriksson houdt ondanks alle strenge welzijnseisen €0,02 tot €0,05 per kilo over. Wel pas sinds 4 jaar. Tot 2004 maakte hij nog licht verlies, terwijl hij tot 2013 meestal quitte draaide.

    De Zweedse kostprijs ligt €0,15 per kilo hoger dan in Nederland, maar Eriksson houdt ondanks alle strenge welzijnseisen €0,02 tot €0,05 per kilo over. Wel pas sinds 4 jaar. Tot 2004 maakte hij nog licht verlies, terwijl hij tot 2013 meestal quitte draaide.

Eén reactie

Of registreer je om te kunnen reageren.