Boerenblog

‘Doe eens lief!’

De overheid stelt als eis bij immigranten dat deze basis-Nederlands kunnen spreken. Jongeren hebben hun eigen digi-taal en mensen uit de provincie hebben een heerlijk dialect. En zelfs met dove mensen kunnen we goed communiceren. Toch krijg ik steeds vaker de indruk dat ik niet dezelfde taal spreek als degene met wie ik in gesprek ben.

Onze grote (oud-)coöperaties zoals bij voorbeeld ForFarmers en FrieslandCampina hebben tegenwoordig de mode om vergaderingen in het Engels te doen. Ook internationale bouwondernemingen en grotere agrarische bedrijven moeten Engels als voertaal gebruiken om redenen als internationale betrokkenheid of betere onderlinge communicatie.

Niet dezelfde taal

Ik heb de laatste tijd het gevoel dat we als boeren vaak niet dezelfde taal spreken. Mensen blokkeren elkaar op sociale media. Zelfs een gerespecteerd dagblad als NRC hanteert lijsten met namen van mensen, waaronder boeren, met wie het blad niet wil communiceren.

Verschillende ‘taalbarrières’

De SIRE-campagne #doeslief komt misschien een beetje betuttelend over, maar slaat wel de spijker op de kop. Negatieve taal is iets anders dan de letterlijke taalbarrière. De letterlijke taalbarrière is schijnbaar prima te overbruggen. Elkaar benadelen en bestoken met irritante en negatieve opmerkingen komen soms hard aan en ook binnen agrarisch Nederland zie ik onderling verschillende ‘taalbarrières’. Kunnen we ook hier niet iets liever tegen elkaar zijn?

Als we ze negatief blijven benaderen, houden we helemaal geen goede vaandeldragers meer over. Of wil jij het graag van hen overnemen?

Lokale bestuurders en woordvoerders die het goed met de landbouw voorhebben, worden soms door ons als leden of afnemers bestookt op een manier waar de honden geen brood van lusten. Respecteer hun (vaak vrijwillige) inbreng! Als we ze negatief blijven benaderen, houden we helemaal geen goede vaandeldragers meer over. Of wil jij het graag van hen overnemen?

Compliment maken

Misschien moeten we allemaal eens Engels gaan praten. Persoonlijk heb ik ervaren dat het een verrijking is wanneer je eerst na moet denken wat je nu eigenlijk precies wilt zeggen. Ik hoor je al denken ‘ik kan niet goed Engels spreken’. Dat begrijp ik, maar misschien kan je wel eens lief doen. Als we nu eens een compliment maken naar mensen die het goed voor hebben met de landbouw, dan zijn we samen al positief bezig. Taalbarrières zijn er om letterlijk en figuurlijk te overwinnen.

We worden iedere verjaardag of visite wel belaagd met vragen en opmerkingen omtrent de agrarische sector

Vragen en opmerkingen

Maar ook ‘dezelfde taal’ willen spreken kost energie. We worden iedere verjaardag of visite wel belaagd met vragen en opmerkingen omtrent de agrarische sector. Dit is niet altijd leuk. Denk aan opmerkingen als ‘goh, het stinkt verschrikkelijk nu al die boeren weer aan het bemesten zijn’, ‘al die grote trekkers rijden de bermen stuk’, ‘al die modder op de weg’, ‘de melkwagen staat daar elke nacht weer te grommen’ of ‘waarom moet die hakselaar nu midden in de nacht zo’n lawaai maken?’.

Ik daag je uit om met liefde aan de slag te gaan met deze taalbarrière.

Of registreer je om te kunnen reageren.