Commentaar

1 reactie

‘Rust in de tent bij slachtconcern Vion’

Vion heeft de wind in de zeilen en geniet weer het vertrouwen van de leveranciers.

Vijf jaar van saneren, inkrimping, sluiten van locaties, gedwongen verkoop van zuster- en dochterbedrijven en een chronisch gebrek aan geld laten hun sporen na bij Vion. Misschien doet het concern het juist daardoor goed in de markt. Het management bestaat nu uit oude vleesrotten, gehaaide economen en een bruggenbouwende Belgische CEO. Die combinatie geniet het vertrouwen van de Nederlandse leveranciers.

Duidelijkste teken daarvan is dat een halfjaar na de start van Good Farming Balance (GFB) al de helft van de aanvoer plaatsvindt onder een van de GFB-concepten, en vrijwel allemaal met een langlopende prijsafspraak op basis van het Europees gemiddelde. Jazeker, de meeste leveranciers doen al meer dan tien jaar zaken met Vion – of diens voorlopers. Maar een handtekening zetten voor doorlopende levering met een opzegtermijn van 12 maanden? Wie dat begin dit jaar voorspelde, zou voor gek versleten zijn. Toch wist Vion-topman Frans Stortelder dat voor elkaar te boksen binnen GFB. Die aanvoerzekerheid zorgt voor veel rust in de tent en maakt langlopende afzetcontracten op verre markten mogelijk. Daarmee komt de winst vanzelf. Geen wonder dat Vion het ook in Duitsland wil uitrollen.

‘Die aanvoerzekerheid via GFB zorgt voor veel rust in de tent en maakt langlopende afzetcontracten op verre markten mogelijk’

Het mooie van GFB is dat het juist vettere varkens tot waarde weet te brengen. Het bredere aflevertraject leidt ertoe dat minder vaak uit een afdeling geleverd hoeft te worden: rust bij de dieren, groei blijft op peil en de plek bezet. Per dier misschien iets minder winst, maar wel meer omzet en daarmee meer marge per vierkante meter staloppervlak per jaar. Het doet erg denken aan de jaren tachtig: makkelijk mesten, gezonde dieren, goedkoop voer en gezonde marges.

‘Per dier misschien iets minder winst, maar wel meer omzet en daarmee meer marge per vierkante meter staloppervlak per jaar’

De volgende stap voor de varkenshouder kan afdekken van marge zijn. Dat klinkt erg mooi, maar de ervaring leert dat zoiets maar voor weinigen weggelegd is. De verplichting tot bijstorten bij oplopende varkensprijzen en dalende voerprijzen is de bottleneck. Dat vraagt heel veel financieringsruimte. Wie de margezekerheid nodig heeft, kan zoiets niet betalen. Wie het makkelijk kan betalen, maakt zich niet druk over het te behalen voordeel.

Eén reactie

  • Oost Gelre

    Probeer die rust zo te houden .

Of registreer je om te kunnen reageren.