Varkenshouderij

Achtergrond

Dikke voldoende voor exportbiggen

De waardering voor Nederlandse biggen in Duitsland is afgelopen 10 jaar hard gestegen. Dit is de verdienste van zowel de handel als de exporterende zeugenhouders. De service mag nog beter.

De Nederlandse big staat er in Duitsland veel beter op dan 10 jaar geleden. Dat blijkt uit onderzoek door Boerderij en het Duitse vakblad SUS. De Nederlandse biggen kunnen zich tegenwoordig goed meten met de dieren van Deense herkomst. Op alle terreinen is vooruitgang geboekt. De diergezondheid is beter. Maar ook de mest- en slachteigenschappen komen veel meer overeen met de verwachtingen van de Duitse vleesvarkenshouders dan 10 jaar geleden het geval was. Afgaande op de beoordeling nu krijgen de Nederlandse biggen een dikke 7 van de Duitse vleesvarkenshouders. Daarbij wordt de prijs- kwaliteitsverhouding van de Nederlandse biggen beter beoordeeld dan van de Deense.

In het kort

► Een ruime 7 voor Nederlandse exportbiggen
► Nederlandse biggen kunnen zich meten met Deense
► Onderbouwing van vaccinaties verdient nog aandacht

Tekort biggen in Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen

Alle inspanningen om de bigkwaliteit te verbeteren, zijn dus effectief. Dit begon ruim 10 jaar geleden. In opdracht van de veehandel en de varkenssector publiceerde Wageningen ER in 2008 het rapport met de veelzeggende naam ‘Duitsland een markt te winnen'. Daarin staan aanbevelingen hoe Nederland een betere positie kan krijgen op de Duitse biggenmarkt. Daar was veel aan gelegen toen. Over de noodzaak dat Nederland meer biggen moest exportoren, bestond geen twijfel en Duitsland is hét perfecte afzetgebied. De deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen kampen met grote, structurele biggentekorten en grenzen aan Nederland.

De Duitse vleesvarkenshouders spraken echter 10 jaar geleden allerminst lovend over de gezondheid en technische resultaten van de Nederlandse biggen. Op alle fronten moest het beter: de gezondheid was onder de maat, de uniformiteit onvoldoende, de biggen te licht, de stalresultaten bleven achter, enzovoorts. Het staat allemaal in bedekte termen omschreven in het rapport, maar de zorgen waren destijds fors. De zorgen werden versterkt doordat de Deense biggenexport naar Duitsland veel sterker groeide dan de Nederlandse export.

Uitkomsten heel herkenbaar

De enquête is door ruim 100 Duitse vleesvarkenshouders ingevuld en zodoende een goede indicatie, maar geen representatieve steekproef van de stand van zaken. Desondanks verdienen de resultaten het om serieus te nemen, vooral omdat het beeld overeen komt met wat onder boeren, handelaren en andere betrokkenen leeft in zowel Nederland als Duitsland.

In de bedrijfsreportage op boerderij.nl komt een Duitse vleesvarkenshouder aan het woord die al 15 jaar met Nederlandse biggen werkt. Hij komt uit het eigen adressenbestand van Boerderij en vertelt openhartig over zijn ervaringen met Nederlandse biggen. Zijn ervaring is dat, sterk gestimuleerd door het handelsbedrijf, de Nederlandse biggen afgelopen jaren kwalitatief sterk zijn verbeterd en hij daar goed mee kan werken. Ze scoren voor hem een dikke voldoende. Dat beeld komt overeen met de resultaten uit de enquête. Zie hieronder.

Waardering Nederlandse biggen

De Duitse vleesvarkenshouders is aan de hand van 7 vragen gevraagd hoe zij importbiggen uit Nederland of Denemarken waarderen. In ruwweg driekwart van de gevallen waarderen Duitse vleesvarkenshouders importbiggen met een (zeer) goed tot gemiddeld. Voor een kwart is er nog onvrede over bijvoorbeeld de diergezondheid of de technische resultaten. De Nederlandse biggen kunnen zich goed meten met de Deense. Op het punt van technische resultaten en de slachteigenschappen scoren de Denen nog wel beter.

Lees verder onder de grafieken.

Tussen diergezondheid en technische resultaten is nauwe samenhang. Het thema diergezondheid was in 2008 al het belangrijkste punt in het LEI-rapport.

Een reden voor Duitsers om Nederlandse biggen te kopen is de koppelgrootte. De Duitse mester verwacht daarom een uniforme koppel.

Bij 36% van de ondervraagden met Nederlandse biggen bestaat geen twijfel over de entingen. Dat percentage zou hoger moeten.

De Duitser wil een voorspelbaar big dat goed groeit en dat aan de slachtlijn rond de 1 indexpunt per kilo geslacht gewicht scoort.

Voor een mester zijn biggen vanzelfsprekend altijd te duur. Niettemin blijkt de biggenprijs geen pijnpunt te zijn voor de vleesvarkenshouders.

Een wateroor of kapotte klauw bij een big komt altijd voor. Veel belangrijker is hoe met klachten wordt omgegaan. Dat kan beter.

Luisteren naar wensen van Duitse mesters

Oudgediende op dit vlak is Benny ten Thije, commercieel directeur van handelsbedrijf Select Porc in Brucht (Ov.) Hij heeft de ontwikkeling als handelaar meegemaakt van de Nederlandse exportbiggen voor Duitsland en was in 2008 ook betrokken bij het Wageningen-rapport over de Duitse biggenmarkt. Ten Thije: “De kwaliteit van de Nederlandse biggen voor de Duitse markt is op alle vlakken vooruit gegaan. De toekomstgerichte, Nederlandse vermeerderaars zitten op deze markt en luisteren goed naar de wensen van de Duitse mesters in plaats van biggen te fokken die in hun ogen goed zijn en waar de mester het mee moet doen.”

Ten Thije signaleert dat er nog steeds een goede markt is voor Piétrain-biggen in Duitsland. De introductie van de TN70-zeug op veel vermeerderingsbedrijven heeft volgens hem ook bijgedragen aan een betere beleving van de Nederlandse Piétrains onder Duitse boeren. Daarnaast wordt zwaarder geleverd, op 26 à 27 kilo gemiddeld en krijgen de biggen de entingen waar de Duitse boer om vraagt.

Nog werk te doen

De kwaliteit van exportbiggen voor Duitsland is geen onderwerp meer op de agenda van brancheorganisatie Vee & Logistiek. Bij de belangenbehartiger voor de veehandel wordt nu vooral op de winkel gepast, want er zijn altijd bedreigingen. Ten Thije wijst op het gevaar van introductie van Afrikaanse varkenspest in Duitsland. Of veranderde Duitse wetgeving voor castratie of staart couperen. De Nederlandse vermeerderaars en handel moeten tijdig op dergelijke zaken reageren, zodat de biggenexport niet onverhoopt tot stilstand komt.

Concepten veevoerindustrie

Niettemin blijft er nog werk te doen, blijkt uit de enquêteresultaten. Niet alle respondenten geven de importbiggen een voldoende op de 7 punten. En wat vandaag voldoende is, kan morgen te weinig blijken. Bigkwaliteit en vooral -gezondheid is niet voor niks een continue aandachtspunt in de varkensketen. Vooral de veevoerindustrie lanceert met grote regelmaat nieuwe concepten om de speendip bij biggen te verkleinen en te zorgen dat de dieren harder groeien en gezond blijven tijdens de opfok. Een goede biggenopfok draagt bij aan goede resultaten in de vleesvarkensstal. De Duitse vleesvarkenshouder verderop in deze uitgave wil niet voor niets eerst de biggenstal zien voordat hij besluit biggen van een bepaald vermeerderingsbedrijf te kopen.

Lees verder onder de foto.

Pas opgelegde biggen in een Duitse vleesvarkenstal, van Nederlandse herkomst. - Foto: Kees van Dooren
Pas opgelegde biggen in een Duitse vleesvarkenstal, van Nederlandse herkomst. - Foto: Kees van Dooren

Goede communicatie

En relatief eenvoudig om de tevredenheid van de Duitse afnemer te vergroten, is goede communicatie en het nakomen van afspraken. Uit de steekproef blijkt dat 36% van de Duitse afnemers van Nederlandse biggen niet twijfelt over de entstatus van de dieren. De rest twijfelt of de biggen juist zijn gevaccineerd of vraagt zich af of die überhaupt alle prikken hebben gehad. In het huidige, digitale tijdperk is het eenvoudig om deze twijfel weg te nemen. Farmaceuten hebben apparatuur die het hele vaccinatieproces digitaal monitoren en vastleggen. Duitse vleesvarkenshouders willen geen twijfel over vaccinaties en net zo min discussie voeren over dat onderwerp. Twee entingen zijn standaard, zegt ook marktdeskundige en directeur Frank Greshake van Der Rheinische Erzeugerring für Mastschweine in Sonsbeck (D.).

In Duitsland moeten varkenshouders verplicht ervaring opdoen met een klein percentage varkens met intacte staarten of uitgebreid onderbouwen dat hun bedrijf of vermeerderaar daar niet aan kan voldoen. Het blijkt in minder dan een derde van de gevallen dat die papieren snel en correct bij de afnemer van de biggen aankomen. Dat geeft vanzelf ook ergernis in Duitsland.

Mentaliteit

Wat betreft reclamaties loopt het ook niet soepel, voor het gevoel van de Duitse vleesvarkenshouder. Dat is mede te wijten aan het aantal partijen dat betrokken is bij de export, zegt de vleesvarkenshouder verderop. Het gaat om de exporterende handelaar, de vervoerder, de Duitse handelaar en een administratieve afdeling. Het serviceniveau mag dus nog omhoog.

Een niet te dichten kloof is het mentaliteitsverschil tussen Nederlanders en Duitsers. De Nederlandse handelsmentaliteit en opvatting over afspraken maken stuiten in Duitsland nogal eens op onbegrip of zelfs ergernis. De biggen plotseling naar Spanje exporteren voor een betere prijs is daar een extreem voorbeeld van. Dat gaat ten koste van de Nederlandse reputatie in het buitenland.

Lees verder onder de foto.

Dr. Frank Greshake is directeur van Der Rheinische Erzeugerring für Mastschweine met haar zetel in Sonsbeck, (D). De 140 vleesvarkenshouders kopen jaarlijks 50.000 Nederlandse biggen. - Foto: Hans Prinsen
Dr. Frank Greshake is directeur van Der Rheinische Erzeugerring für Mastschweine met haar zetel in Sonsbeck, (D). De 140 vleesvarkenshouders kopen jaarlijks 50.000 Nederlandse biggen. - Foto: Hans Prinsen

‘Telkens discussie voeren over de standaard vaccinaties wekt ergernis’

Directeur Frank Greshake van de producentenorganisatie Der Rheinische Erzeugerring für Mastschweine heeft een lange geschiedenis in de varkenshouderij en kent de markt tot in detail. De leden van de producentenorganisatie die hij leidt, kopen jaarlijks 50.000 Nederlandse biggen.
Waarom kiezen jullie voor Nederlandse biggen?
“Voor uniforme partijen van 600 biggen of meer zijn we aangewezen op Nederlandse biggen, of dieren uit het oosten van Duitsland. In ons deel van het land zijn wel bedrijven met 1.000 zeugen, maar dat is onvoldoende om telkens uniforme koppels te leveren.”
Voldoen de Nederlandse dieren?
“Ja, de karkaskwaliteit van dieren van een Deense zeug maal Piétrain is gewoon goed. Biggen van de TN70-zeug maal Piétrian zijn optisch gelijkwaardig, maar in de AutoFom-classificatie scoren ze nog een halve punt minder. Dat is zeker geen breekpunt.”
Hoe verloopt het contact met de Nederlands?
“Helaas is altijd nog discussie over de entingen. Onze leden betalen de notering, de kwaliteitstoeslag, waarbij standaard twee vaccinaties zijn inbegrepen. Dat zijn Circo en Mycoplasma. In Duitsland krijgt een derde van de biggen een derde enting. Dat is bijvoorbeeld een prik tegen PRRS of een bedrijfsspecifieke vaccinatie. Over de derde enting valt te discussiëren wie deze betaalt, de fokker of de mester. De twee entingen zitten bij de prijs in. Daar telkens discussie over voeren, wekt ergernis. De Nederlandse fokker wil desgewenst de derde enting wel uitvoeren.”
En verder?
“Groot voordeel is dat slachterijen sinds vorige maand het vlees van Nederlandse en Deense importbiggen ook naar China mogen exporteren.”

Of registreer je om te kunnen reageren.