Varkenshouderij

Achtergrond

Wroetstalboeren ontwikkelen emissiearme biggenstal

Subfokker Edwin Tijink heeft met collega-varkenshouders een emissiearme biggenstal ontworpen. Hij wacht nu het oordeel van de toetsingscommissie af.

Voor drie varkenshouders die deelnemen aan Het Wroetvarken-collectief is april 2020 een gedenkwaardige maand. Maandag 6 april ging hun aanvraag de deur uit van een proefstalstatus voor hun zelf ontworpen emissiearme biggenstal. Een van hen is subfokker Edwin Tijink in Almelo (Ov.). Tijink fokt de TN 50-zeugen voor het collectief en heeft in zijn teststal ervaring opgedaan met het nieuw te bouwen stalontwerp.

Drie identieke biggenstallen

De drie varkenshouders willen allen een identieke biggenstal bouwen, die op punten is afgeleid van het Scandinavische ontwerp. Dat betekent een hok met veel dichte vloer, een milde omgevingstemperatuur en een onderkruip om de dieren warm te houden.

Elk hok biedt plaats aan 34 biggen. Dat is ook de hokgrootte van de vleesvarkens. Op de vloer komt een dikke laag dennenzaagsel te liggen. Zaagsel van dennenbomen is goed beschikbaar en stoft weinig, luidt de motivatie. De diepte van de hokken is 6,5 meter. Het rooster is 1,40 meter breed. In de aanvraag is uitgegaan van 0,45 vierkante meter staloppervlak per big.

Voor het stalontwerp golden drie speerpunten. De stal moet emissiearm zijn, aan de bron. Dus geen luchtwasser. De stal moet goed zijn voor de diergezondheid en het dierenwelzijn. Als laatste moet deze geschikt zijn om biggen op te fokken met krulstaarten.

Tekst gaat verder onder de foto‘s.


  • De filosofie achter proefstal van de drie boeren is deels gebaseerd op de wijze waarop in Scandinavië naar het stalontwerp wordt gekeken. Een frisse stal, met warme onderkruip. - Foto: Henk Riswick

    De filosofie achter proefstal van de drie boeren is deels gebaseerd op de wijze waarop in Scandinavië naar het stalontwerp wordt gekeken. Een frisse stal, met warme onderkruip. - Foto: Henk Riswick

  • Een beeld van de teststal, op het bedrijf van familie Tijink in Almelo. Slapen en eten gebeurd voorin. Mesten en drinken gebeurt achter in de stal. - Foto: Leon Tijink

    Een beeld van de teststal, op het bedrijf van familie Tijink in Almelo. Slapen en eten gebeurd voorin. Mesten en drinken gebeurt achter in de stal. - Foto: Leon Tijink

  • De beoogde omgevingstemperatuur in de stal zit tussen 18 en 20 graden. De biggen kiezen zodoende massaal voor de verwarmde en in hoogte verstelbare onderkruip. - Foto: Leon Tijink

    De beoogde omgevingstemperatuur in de stal zit tussen 18 en 20 graden. De biggen kiezen zodoende massaal voor de verwarmde en in hoogte verstelbare onderkruip. - Foto: Leon Tijink

Biggenstal wordt de norm in het collectief

De emissiearme proefstallen die de drie varkenshouders gaan bouwen is op eigen initiatief, maar het plan wordt volledig ondersteund door het Wroetvarken-collectief, legt Jan Broenink uit. Broenink staat aan de basis van het Wroetvarken.

Zodra de biggenstal een erkenning heeft op de RAV-lijst met emissiearme staltechnieken, kan iedere varkenshouder het ontwerp op zijn bedrijf nabouwen. Dat wil de provincie Overijssel ook, die de plannen subsidieert. Het Wroetvarken gaat een stap verder. Voor de boeren in dit cluster wordt de keuze voor dit type biggenstal een voorwaarde. Dat is het eigenlijk al, vertelt Broenink. Bouwplannen van een deelnemer worden namelijk altijd vooraf besproken in de groep. Iedereen in de keten gaat ook over op vrijloopkraamhokken.

De emissiearme, diervriendelijke biggenstal vormt een onderdeel in het maatregelenpakket van Het Wroetvarken om op termijn te kunnen stoppen met staarten couperen. Een vergoeding voor vrijloopkraamhokken en krulstaarten is alleen te realiseren door dit als collectief te doen en te integreren in het concept. Broenink: “De meerkosten zitten dan niet exclusief in de lange staarten of in het vrijloopkraamhok, maar maken deel uit van het concept. Een individuele varkenshouder krijgt tot dusver deze bovenwettelijke maatregelen niet betaald uit de markt.”

Zodra de biggenstallen er staan en een aantal rondes is gedraaid, wordt geleidelijk gestart met varkens met krulstaarten. Dat zal dus nog wel twee jaar duren. Broenink legt uit dat het op dat moment afhangt van de markt en maatschappij op welke schaal ze krulstaartvarkens gaan houden. Het collectief heeft niet de behoefte om welzijnsnormen te stellen voor de hele varkenssector. Niettemin houdt Broenink er sterk rekening mee dat staartcouperen bij varkens in 2030 minder vanzelfsprekend is dan nu het geval is.

Minimaal 70% ammoniakreductie

Uitgangspunt in het ontwerp is dat meerdere malen per dag de mest wordt afgevoerd. De put is ondiep, voorzien van een urinegoot en op de wanden komt coating. De urine verdwijnt in een ondergrondse opslag, de stapelbare mest in een overdekte buitenopslag. De roosters liggen tevens zes centimeter van de muur, zodat mest niet kan ophopen. De gladde putvloeren zorgen ervoor dat de put telkens mooi schoon wordt. Doordat de mest direct wordt afgevoerd uit de stal en de urine van de vaste delen wordt gescheiden, ontstaat veel minder ammoniak. Tijink gaat uit van een NH3-reductie van minimaal 70%. Het gaat om reductie aan de bron. De varkens en de boer profiteren er dus ook van, in tegenstelling tot de end-of-pipewerking bij een luchtwasser.

De beoogde staltemperatuur schommelt tussen 18 en 20 graden. Bij lagere temperaturen is ook minder emissie. Deze gematigde omgevingstemperatuur moet biggen tevens stimuleren de warme onderkruip te gebruiken als ligplaats. Het mesten gebeurt dan op het rooster. De onderkruip is in hoogte verstelbaar, opklapbaar en voorzien van infrarood warmtepanelen.

Het is de bedoeling meerdere malen per week de stal in te strooien, met een verdeler. Dat zorgt voor afleiding voor de biggen, zodat het risico op staartbijten verder afneemt. Het dikke pakket zaagsel op de vloer draagt naar verwachting bij aan het dierenwelzijn.

Ervaring opgedaan in teststal

Subfokker Tijink heeft zeven rondes gedraaid in een teststal op het eigen erf. Het gedrag van de biggen is de klok rond met een camera vastgelegd. Het bedrijf VKON in Den Ham heeft het diergedrag beoordeeld. Dat zag er naar wens uit. De hokken blijven ook schoon. Een keer is bevuiling ontstaan toen afgelopen zomer de thermometer 40 graden aantikte.

De nieuw te bouwen stal wijkt wat betreft ventilatie af van de teststal. In de teststal was er directe luchtinlaat. Bij de nieuwe stal is gekozen voor grondbuisventilatie. De inkomende lucht gaat door een buis die 1,40 meter diep in de grond ligt, in het grondwater. De inkomende lucht komt via de spouw in de afdeling. De ventilatie is belangrijk in het ontwerp. Dit moet jaarrond bijdragen aan een stabiel stalklimaat met beperkte uitschieters in de temperatuur. Ook zijn windinvloeden uit den boze. Tijink vermoedt dat met deze ventilatievorm het risico op hokbevuiling verder afneemt. En een stabiel stalklimaat is tevens een voorwaarde om varkens met intacte staarten te houden.

In de nieuw ontworpen stal krijgen de biggen voer uit een droogvoerbak voorin. Achter in de stal zitten de nippels. Deze opstelling voorkomt dat de meest vreetgrage dieren een groot deel van de dag voor de voerbak liggen en de overige amper aan vreten toekomen.

Eindbeerkeuze bepaalt mede succes in de stal

Een van de maatregelen die het Wroetvarken-collectief treft om op termijn varkens met lange staarten te houden, is de eindbeerkeuze. Het collectief vraagt fokkerijorganisatie Topigs Norsvin sinds begin 2018 eindberen te selecteren die zich galant gedragen in de groep. Er wordt gewerkt met de TN Tempo. Accountmanager Frank van Haaren van Topigs Norsvin begeleidt Het Wroetvarken bij de eindbeerkeuze. Hij legt uit dat in het verleden eindberen werden geselecteerd op groei. Het wordt echter belangrijker dat een varken ook sociaal is. Bij Het Wroetvarken lopen ze daarin voorop. Niettemin verwacht Van Haaren dat het onderdeel sociaal karakter op termijn een grotere rol gaat spelen in de varkensfokkerij.

De fokwaarde voor sociaal gedrag berekent Topigs Norsvin op basis van het groeivermogen van individuen, vergeleken met dat van hokgenoten. Er is namelijk een relatie tussen het groeivermogen en sociaal gedrag van dieren. De kunst is beren te selecteren die beide eigenschappen zoveel mogelijk combineren, en voldoen aan de overige klantwensen. Zowel op de test- als op de praktijkbedrijven waar Topigs Norsvin de fokwaarden van haar dieren toetst, hangen camera’s die het varkensgedrag vastleggen. Deze beelden, in combinatie met de groeiprestaties, bepalen de fokwaarde voor het karakter van een varken.

De sociale fokwaarde van een varken is een gecombineerd kenmerk. Hierdoor is de mate van erfelijkheid niet te vergelijken met veel andere eigenschappen in de varkensfokkerij, zoals de groei.

Aanvraagtermijn voor vergunningen

De aanvraag voor de emissiearme biggenstal ligt bij de TAP RAV-commissie. Deze beoordeelt de aanvraag en checkt de emissieberekening. Normaal gesproken is de commissie er binnen 12 weken uit en krijgt de aanvraag de nominatie proefstalstatus en een voorlopige code op de lijst emissiearme staltechnieken. Met dat nummer op zak kunnen Tijink en zijn beide collega’s de noodzakelijke vergunningen aanvragen om te bouwen. De bedoeling is dat er drie identieke stallen komen. Een met 1.200 plaatsen, een voor 1.000 biggen en nog een met 1.400 plaatsen.

Tijink hoopt nog dit jaar aan het bouwen te zijn. In zijn stal komt tevens een zichtruimte. Zijn bedrijf zit vlak tegen de bebouwde kom van Almelo. Het streven is het dak te voorzien van zonnepanelen. Het bedrijf wil zo energieneutraal mogelijk varkens fokken.

Het ontwerp van de emissiearme stal komt uit de koker van de drie varkenshouders. Basis vormt de wroetstal, waar alle boeren met vleesvarkens in het collectief mee werken. Bij het ontwerp zijn tot dusver geen stalinrichters betrokken.

Het vermoeden is dat de bouwkosten hoger zijn dan van een gangbare biggenstal. Dat zit in de mestschuif en het feit dat het om relatief kleine stallen gaat, betoogt Tijink. Daarentegen zijn er ook besparingen omdat een luchtwasser ontbreekt, inclusief de energie en het onderhoud dat deze vraagt.

Tijink verwacht niet dat zij een beroep doen op de subsidie brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv) die het ministerie vermoedelijk begin juni openstelt. Hij is op de hoogte van deze regeling, maar weet dat de aanvraag een crime is. De regeling komt voor hen mogelijk ook laat.

Of registreer je om te kunnen reageren.