Varkenshouderij

Achtergrond

Terugkomer eerder in beeld bij vroege scan zeug

De meeste zeugenhouders scannen zeugen rond 21 dagen. Op 16 dagen vraagt meer ervaring, maar vermindert het aantal verliesdagen en levert uiteindelijk ook geld op.

Drachtcontrole van zeugen kan op het oog door op signalen van berigheid te letten of door het scannen van de zeugen. Daarbij heeft scannen de voorkeur van zeugenhouders. Vooral omdat zeugen vanwege de dierenwelzijnsregels maar korte tijd vast mogen staan.

Bij individuele huisvesting is het eenvoudig om met een beer langs de zeugen te lopen voor drachtcontrole. Maar zodra ze in groepen lopen, is het op het oog lastiger om tekenen van berigheid, zoals een gezwollen vulva, te zien.

Zeugen scannen in vier kernpunten:

* zeugenhouders besteden scannen vanwege arbeid uit;
* op 16 dagen scannen wordt weinig gedaan;
* met vroeg scannen vermindert het aantal verliesdagen;
* ‘Bij € 3 per verliesdag kost 3 weken wachten je € 60 per zeug’.

Lagere voeropname spotten vergt strakke controle

Via voerstations vallen terugkomende zeugen op doordat ze vaak minder voer opnemen, maar dat vraagt wel consequent controleren van attentielijsten en daarnaar handelen. Uit een enquête van Boerderij blijkt dat 96% van de 130 reagerende zeugenhouders zijn zeugen op dracht controleert door middel van scannen. Daarvan besteedt een kleine 60% het scannen uit, bij ruim 10% heeft een medewerker de verantwoordelijkheid en krap 30% scant zelf.

Scannen uitbesteden voor arbeidsgemak

Het uitbesteden van scannen gebeurt vooral vanwege het arbeidsgemak. Volgens André van Dijk van Van Dijk Scanservice zijn de afgelopen jaren veel zelfscannende bedrijven gestopt uit arbeidsoogpunt: “Wil je het goed doen, dan ben je wekelijks toch aardig wat tijd kwijt en dat ontbreekt op veel bedrijven. Scannen is op sommige bedrijven toch een ondergeschoven kindje, waarbij de ene keer wel op dag 21 wordt gescand, maar omwille van arbeidsdruk ook gemakkelijk een paar dagen later.”

Uitbestedende zeugenhouders hebben afspraken met hun scanner voor vaste dagen. Veelal werkt zo’n scanner zonder dat de zeugenhouder of een personeelslid erbij is en geeft hij de resultaten via een app of briefje door, waarna de zeugenhouder de eventueel guste dieren gemakkelijk terug naar de dekstal kan verplaatsen.

Lees verder onder de foto.

Meer dan de helft van de zeugenhouders besteedt scannen uit. Maar een klein percentage kiest voor scannen op 16 dagen. - Foto: Henk Riswick
Meer dan de helft van de zeugenhouders besteedt scannen uit. Maar een klein percentage kiest voor scannen op 16 dagen. - Foto: Henk Riswick

Je ziet een zeugenhouder steeds minder met de handen op de rug door de stal lopen, gewoon om varkens te kijken

Volgens Koos Wouters van De Grote Laak Steinvoort hebben zeugenhouders nog andere voordelen aan het uitbesteden van het scannen: “Wij kijken toch met andere ogen naar drachtmanagement en werkaanpak binnen een bedrijf. Je ziet een zeugenhouder steeds minder met de handen op de rug door de stal lopen, gewoon om varkens te kijken; terwijl je snel zoveel kleine signalen mist. We zien nog wel eens wat rond een voerbak of dat er iets aangepast kan worden in de werkwijze, dat levert uiteindelijk geld op.”

Scannen meestal 21 dagen na inseminatie

Op de meeste bedrijven worden zeugen op 21 dagen na inseminatie gescand. Uit de enquête blijkt dat 44% van de zeugenhouders de zeugen op 21 dagen scant en een kleine 40% zelfs later. Met later geven de zeugenhouders aan dat er tussen de 23 en 26 dagen gescand wordt. Hooguit 16 tot 20% kiest ervoor om zeugen vroeger te controleren, veelal tussen de 16 en 18 dagen na inseminatie.

De keus voor 21 dagen is niet heel moeilijk; op dat moment zijn de beginnende vruchtblazen als donkere bolletjes te zien. Met name voor een zelfscanner bestaat er dan weinig kans op fouten. Die zekerheid komt ook uit de enquête naar voren; de meeste reageerders die de vraag over het moment van scannen hebben ingevuld met ‘anders dan 21 of 16 dagen’, geven aan dat er tussen de 23 en 26 dagen gescand wordt.

Maar ook scanners verschillen van mening. Wouters scant als een zeugenhouder erom vraagt wel eerder, maar ziet weinig voordelen: “Het past zeker bij een weeksysteem, alleen is het risico op fouten groter. En als ze op 21 dagen toch gust blijken te zijn, heb je ze na een week ook weer dragend als je ze gelijk in de dekstal bij de beer in de buurt zet.”

Vroeger dan 21 dagen scannen geen gemeengoed

Uit de enquêtecijfers komt naar voren dat het vroeger scannen van zeugen geen gemeengoed is. Terwijl het scannen tussen de 16 en 18 dagen wel degelijk voordelen met zich mee brengt.

Een terugkomende zeug wordt over het algemeen tussen de 18de en 22ste dag na inseminatie weer berig. Bij drachtcontrole op 21 dagen of later wordt deze eerste berigheid niet altijd opgemerkt, stelt Peter Boomkamp, reproductiebegeleider bij Varkens KI Twenthe: “Komt zo’n zeug met de controle op 21 dagen naar voren terwijl ze dan al berig is geweest, dan kan het zijn dat ze de gehele cyclus weer moet doorlopen en dan drie weken later pas weer berig wordt.” Dat een zeug niet altijd gezien wordt, ligt er volgens Theo Menting van de gelijknamige scanservice ook aan dat zeugen hun berigheid tussen dragende zeugen niet altijd goed laten zien, omdat dragende zeugen andere hormonen uitstoten.

Gespecialiseerde ‘vroege scanners’

Belangrijkste reden om niet eerder dan 21 dagen te scannen is dat het risico op fouten en dus vals positieve of negatieve uitslagen groter is. Bij het scannen op 16 tot 18 dagen zijn er nog geen vruchtblaasjes te zien, maar kan de scanner op basis van veranderingen van de structuur van het baarmoederweefsel zien of een zeug drachtig is. Om dat goed te interpreteren, is veel ervaring en goede apparatuur nodig. De scanners die zich gespecialiseerd hebben op vroeg scannen, hebben een betrouwbaarheid die ruim boven de 90% ligt. “Er zal altijd een klein deel twijfelgeval zijn. Een deel daarvan wordt een week later toch gust gescand. Vaak blijken dat onregelmatige terugkomers te zijn. Als een bedrijf voor vroeg scannen kiest, verandert vaak ook de gehele werkwijze rondom de controle op terugkomers. Je weet immers welke dieren je in de gaten moet houden”, ervaart Boomkamp.

Wekelijkse drachtcontrole en vijfwekensysteem

De bedrijven die kiezen voor scannen op 16 dagen, voeren vaak wekelijks drachtcontrole uit en zijn over het algemeen de middelgrote tot grote bedrijven die volgens het vijfwekensysteem werken. De zeugen worden op 16 en 23 dagen gescand en vervolgens 2 tot 4 weken later nog een keer. Eventuele late verwerpers die bij de laatste controle naar boven komen, hebben volgens Wouters rond verwerpen duidelijke signalen afgegeven: “Als ze met 6 weken verwerpen, zijn ze er toch een dag ziek van. Dat moet opvallen.”

Met een dergelijke strakke controle zou het vrijwel onmogelijk zijn om nog een guste zeug in de kraamstal te krijgen.

Minder verliesdagen

Vroeg scannen vraagt dus ervaring. Maar het levert zeugenhouders ook wat op, namelijk minder verliesdagen. Dat is ook de reden die zeugenhouders zelf aangeven. De guste zeugen gaan direct weer terug naar de dekstal en worden eventueel behandeld met bronststimulerend middel als Regumate of Altresyn, zodat ze bij de volgende dekronde mee kunnen.

Een zeug op 16 dagen gust zien en een paar dagen later bij de eerste berigheid insemineren scheelt volgens Menting veel geld: “Die eerste berigheid na de inseminatie missen betekent drie weken wachten. Als je rekent met € 3 per verliesdag, en dat is een heel realistisch bedrag, dan kost je dat € 60 per zeug.”

De kosten per verliesdag zullen momenteel vanwege de hoge biggenprijzen hoger liggen. De zeugenhouders in de enquête schatten hun kosten in ieder geval hoger in. 64% van hen gaat uit van een bedrag van € 5 of hoger, dan kost één cyclus een zeugenhouder al gauw € 100.

Lees verder onder de foto.

Vroeg scannen vraagt ervaring, omdat er naar afwijkingen in de baarmoederstructuur wordt gekeken in plaats van naar vruchtblaasjes. - Foto: Henk Riswick
Vroeg scannen vraagt ervaring, omdat er naar afwijkingen in de baarmoederstructuur wordt gekeken in plaats van naar vruchtblaasjes. - Foto: Henk Riswick

Grote spreiding in percentage terugkomers

Zeugenhouders zeggen de zeugen te laten scannen om het percentage terugkomers te beperken. Vroeger scannen dan de standaard 21 dagen heeft alleen daarom bestaansrecht. Zeugen die tussen de 16 en 18 dagen gust worden gezien, kunnen rond de 21 dagen na de eerste inseminatie weer berig en gedekt worden.

Uit de enquête blijkt dat het percentage terugkomers op bedrijven ver uiteen loopt. Zeugenhouders geven tussen de 3 en 15% aan, waarbij het zwaartepunt tussen de 6 en 10% ligt.
Het percentage terugkomers schommelt gedurende het jaar. Vanaf mei loopt het percentage terugkomers op en is tot aan het najaar te linken aan warmer weer en na de zomer aan de gevolgen van een mindere voeropname in de kraamstal in de zomerperiode.
Naast seizoensinvloeden is ook het dekmoment van invloed op het percentage terugkomers. Voor een succesvolle dekking moet een zeug op twee derde van de berigheid zijn. Volgens Theo Menting zijn dit zeugen die bij een vroege controle op 16 tot 18 dagen gust blijken of niet goed berig geweest zijn, maar ook komt het regelmatig voor dat deze zeugen te laat gedekt zijn.

Zeugen scannen in cijfers en euro‘s

* De meeste zeugen worden rond de 21 dagen gescand. De uitschieter op 28 dagen is te verklaren door het feit dat er na een week opnieuw gescand wordt.
* Zeugenhouders rekenen met € 5 of meer per verliesdag. Een terugkomer drie weken later dekken kost al gauw € 100 aan verliesdagen.
* Gemiddeld ligt het percentage herdekkingen tussen de 6 en 10%. Dat percentage schommelt gedurende het jaar, door invloed van de zomer.

Of registreer je om te kunnen reageren.