Varkenshouderij

Achtergrond

Spanje, overbruggingsmarkt voor Nederlandse biggen

Spaans varkensvlees moet de wereld gaan veroveren. Integraties in Spanje groeien als kool en vragen structureel meer importbiggen. Nederlandse zeugenhouders kunnen profiteren, maar niet tot in lengte van jaren.

De biggenmarkt maakt hectische tijden door. Weliswaar gaven de jongste noteringen van handel en boerenorganisaties een prijsverlaging aan; dat heeft vooral te maken met seizoensmatige verruiming van het aanbod en de op de vleesvarkensmarkt verstorende werking door de coronaproblematiek.

Hoelang dat laatste nog op de markt blijft drukken, is heel onzeker. In principe is er echter veel vraag. Op termijn blijft de varkensvleesmarkt wereldwijd vast gestemd en de zeugenhouderij in de EU heeft door de bank genomen de laatste jaren een terugval doorgemaakt.

Biggen uitvoeren naar Spanje in drie kernpunten:

  • Biggenaankoop meer en meer jaarrond;
  • gemak in productie, minder ruimte nodig;
  • uitkomst voor groeiend zeugenbedrijf.

Gekrompen vleesvarkenshouderij

Ook als we in aanmerking nemen dat in de vleesvarkenshouderij eveneens bedrijven zijn weggevallen, onder meer door verscherpte eisen ten aanzien van milieubeheer, is er plaats genoeg voor de big.

De export, goed voor opname van een kwart van alle geproduceerde Nederlandse biggen, had vorig jaar niet veel hinder van minder aanbod en viel maar 2% terug. Er is wel verschuiving wat betreft bestemmingen. Daarin is concentratie opgetreden. Duitsland, Spanje en België samen waren in 2017 goed voor 86% van de Nederlandse exportbiggen, het jaar daarna 92% en in 2019 zelfs ruim 94%. Dat is geheel te danken aan de grotere volumes biggen die Spanje tegenwoordig afneemt.

Lees verder onder de foto.

Varkenshandel Vaex laadt biggen op voor transport naar Spanje. Dat is geen kwestie meer van bijeengeraapte koppels, maar mooi uniforme zendingen, op regelmatige basis. - Foto: Ton Kastermans
Varkenshandel Vaex laadt biggen op voor transport naar Spanje. Dat is geen kwestie meer van bijeengeraapte koppels, maar mooi uniforme zendingen, op regelmatige basis. - Foto: Ton Kastermans

Biggenexport naar Spanje vervijfvoudigd

Sinds 2016 is de biggenexport naar Spanje ruim vervijfvoudigd. De varkenssector heeft er een enorme groei doorgemaakt, waarbij zwaar geïnvesteerd is in geïntegreerde productie van vlees. Spanje heeft zich ontpopt tot een varkensvleesproducent en -exporteur van formaat.

In het groeiproces is men zogezegd aan de achterzijde begonnen: eerst de vleesvarkensproductie op poten zetten en daarna de zeugenhouderij uitbreiden. Inmiddels is ook daar vooruitgang geboekt, maar er blijven nog steeds extra biggen nodig. De grootte van de integraties is fors, ze hebben vaak zelf zo’n 50.000 zeugen. De importbiggen zijn aanvulling.

Ander type afnemer

De toegenomen professionaliteit en het gegroeide volume van de Spaanse sector heeft essentiële consequenties voor de biggenleverancier. Spanje koopt structureler en volgens striktere voorwaarden. De inkoop van biggen krijgt nog steeds aan het eind van het jaar en in het vroege voorjaar een extra stimulans van de noodzaak om de varkensvleesproductie op te schroeven voor het drukke toeristenseizoen, maar is jaarrond veel gelijkmatiger. En de leveringseisen zijn drastisch verzwaard. Spanje fungeerde in vroeger jaren als een soort afvoerputje voor de elders niet of slecht plaatsbare biggen. Ze werden opgelegd in huurstallen die alleen in het voorjaar in gebruik werden genomen. Zo kon de ‘varkenshouder’ een graantje meepikken van de grote drukte in de vakantietijd, waarvoor veel extra varkensvlees werd gevraagd.

Kwalitatief goede biggen

Dat beeld is echter nog maar voor een heel klein deel waar. Je moet er kwalitatief goede biggen brengen, weten ze bij de varkenshandelsbedrijven die deze markt bedienen. Kopers die genoegen nemen met een levering van biggen met vier tot vijf verschillende oornummers voor één stal zijn uitzonderingen. In de regel willen de grotere kopers hoeveelheden van zo’n 2.500 biggen van één herkomst, en dan geleverd binnen een week tot tien dagen. De stallen waar deze biggen worden geplaatst zijn veelal all in-all outstallen met 2.000 tot 2500 plaatsen voor vleesvarkens.

Liever geen borgen

En dan de big zelf. Spanje vraagt om koppels beren/gelten. Borgen zijn minder gewild vanwege de minder gunstige voederconversie. Deze worden nog wel geleverd, maar dan in de gemengde koppels, de typische volumes ‘restbiggen’. Het feit dat beren geen probleem zijn, in tegenstelling tot de eisen die met name een Duitse klant stelt, komt doordat in Spanje het varken ongeveer 20 kilo lichter wordt geslacht dan hier, levend gewicht 100 tot 110 kilo. Beren stinken dan nog niet. Het past goed in het werksysteem dat de integraties volgen. Met beren werken is makkelijker, je hoeft ze niet te castreren. Het levert minder werk op.

Piétrain als eindbeer gewenst

Importbiggen moeten uiteraard wel binnen de gevolgde concepten passen. Voor de biggen die jaarrond geleverd worden, betekent dat in hoofdzaak een kruising is gewenst met Piétrain als eindbeer. Dat past bij de kruising die in Spanje gangbaar is: Deense zeug (Danbred) met Piétrain eindbeer. In principe is dat de voorkeur voor de vers vlees markt. Tempo of Talent, zeg maar de Duroc-achtige, zijn eigenlijk vooral geschikt voor de productie van gedroogde hammen.

Spanje wil graag lichte biggen

Daarnaast wil Spanje lichte biggen, liefst rond de 20 kilo, of nog lichter. In Spanje kun je biggen van 12 tot 13 kilo ook uitstekend kwijt. Men is het er gewend, bovendien is het in Spanje niet koud, zodat de varkenshouder er in dat opzicht met de biggen geen opstartproblemen heeft.

Er zijn meerdere argumenten voor de Nederlandse zeugenhouder om op structurele basis biggen aan te bieden voor de Spaanse markt:

  • De prijs is leidend. Spanje is niet alleen maar ‘in’ voor de onderkant van de markt. In het afgelopen jaar is het prijspeil in Spanje flink gestegen. Er was al groeiende vraag naar biggen, maar nu voor varkensvlees de exportmarkt in China en overig Azië omhoog is geknald, wordt dat alleen maar meer.
  • Je kunt castreren achterwege laten, wat werk vereenvoudigt en kosten drukt.
  • De Spaanse afnemer is doorgaans wat toleranter dan de strikt pünktliche Duitse collega, die een te licht geleverde big niet betaalt.
  • Vanuit Duitsland krijgt de biggenleverancier steevast rekeningen gepresenteerd voor binnenberen.
  • De mogelijkheid om lichtere biggen te leveren drukt de voor opfokken benodigde extra ruimte op het bedrijf. Het scheelt immers al als je 23 kilo kunt leveren in plaats van 28 kilo.

Overbrugging voor beide partijen

In de Nederlandse zeugenhouderij treedt nog steeds schaalvergroting op. Bij zeugenhouders die de productie hebben opgevoerd, is de biggenstal echter dikwijls niet of niet voldoende meegegroeid. Dat zet druk op de hokbezetting. Voor de categorie die te krap zit in de biggenplaatsen, is gestructureerde levering aan Spanje een ideale oplossing. Uitbreiding op een varkensbedrijf gaat niet van de ene op de andere dag. Voor Spanje produceren is dan een mooie overbrugging. Het mes snijdt aan twee kanten. Voor de Spaanse integraties is de Nederlandse biggenaanvoer ook een uitkomst in de periode die nodig is om zelf de zeugenhouderij te kunnen uitbreiden. Voor oplossing van hun biggentekort maken ze graag afspraken voor de langere termijn, twee tot drie jaar.

Ze sturen echter aan op zelfvoorziening. Dat is goedkoper. Biggenimport is puur overbrugging, om productiestoring op te vangen dan wel om uitbreiding te kunnen doorvoeren. De op Spanje opererende biggenhandel verwacht dat de huidige situatie nog twee tot drie jaar zal aanhouden. Daarna kan de situatie meer wijzigen in de oude, waarbij pieken in de vraag naar biggen van Spanje en Duitsland elkaar opvolgen: Spanje eind najaar en begin voorjaar, na de lente Duitsland.

Lees verder onder de foto.

Een van de voordelen die levering van biggen aan Spanje biedt is de mogelijkheid om beren te sturen. Spanje slacht lichter, castreren is niet nodig. Dat scheelt werk en kosten. - Foto: Frank Uijlenbroek
Een van de voordelen die levering van biggen aan Spanje biedt is de mogelijkheid om beren te sturen. Spanje slacht lichter, castreren is niet nodig. Dat scheelt werk en kosten. - Foto: Frank Uijlenbroek

Spanje, de nieuwe Europese varkensgigant

In de Spaanse varkenssector opereren tegenwoordig voornamelijk integraties. Hun productie loopt van big tot varkensvlees, met volledig ketenbeheer.

Het zijn grote organisaties, met ook wel belangen in slachterij en in vleesverwerking. In Spanje zijn 2,5 miljoen zeugen. Daarvan is vier vijfde geïntegreerd ondergebracht, via integraties en coöperaties.
Om een idee te geven van de expansie die in Spanje plaatsheeft: in 2019 is er in Binefar een nieuwe slachterij gestart van het bij de Pini Group horende Litera Meat. Deze heeft momenteel al een capaciteit van 160.000 varkens per week, ruim 30.000 per dag. Dat alles op 62.000 vierkante meter, twee slachtlijnen die per uur 1.600 varkens aan kunnen en 22 uitbeenlijnen. De Pini Group verwerkt 6,5 miljoen varkens per jaar.
Nu al geldt dat Spanje een enorme positie heeft opgebouwd qua varkensvleesproductie en -export. Varkensvlees is goed voor 14% van het Spaanse bruto nationaal product. De export daarvan beliep in 2018 een waarde van € 5 miljard (bron: Interporc Spanje).
Mocht er in Duitsland Afrikaanse varkenspest uitbreken, dan is Spanje er klaar voor om in het dan ontstane gat in de exportmarkt te springen.

Nóg meer informatie over dit onderwerp en grafieken over de biggenexport en Spanje als (interessante) markt voor Nederlandse varkensbedrijven bekijken? Lees Boerderij-magazine 28.

Of registreer je om te kunnen reageren.