Varkenshouderij

Achtergrond

Duroc-biggen in beeld voor Duitse markt

De Nederlandse exportbiggen voor Duitsland hebben niet allemaal meer een Piétrain-vader. Een aantal vermeerderaars werkt al met een Duroc- of Tempo-eindbeer. Eindbeerkeuze is onderwerp van gesprek.

Biggen exporteren naar Duitsland betekende nog niet zo heel lang geleden per definitie het gebruik van een Piétrain-eindbeer. Dat is achterhaald. Het is zover dat er ook biggen de grens over gaan van een Duroc-vader of een Tempo-eindbeer.

Varkenshandel Reuling Intervar heeft een klant die Duroc-biggen naar Duitsland exporteert, vertelt directeur Paul Reuling. Tönnies Livestock, de handelstak van Tönnies Fleisch, koopt ook biggen in Nederland van een Duroc-eindbeer. Tönnies koopt van één zeugenhouder ook Tempo-biggen bestemd voor Duitsland.

Verschuiving naar niet-Piétrain-varkens in Duitsland

* Duroc en Tempo in beeld bij export naar Duitsland
* Eindbeerkeuze altijd afstemmen met hele keten
* Meeste afzetvrijheid in Duitsland met Piétrain

Duitse vleeskolom open voor niet-Piétrain-varkens

De Piétrain blijft als eindbeer voorlopig dominant. Daar zijn alle betrokken het over eens. Van een ommekeer op de Duitse markt in eindberenland is dus geen sprake. Niettemin is een tendens waarneembaar dat Duitse vleesvarkenshouders en slachterijen open staan voor niet-Piétrain-varkens.

Zeugen hebben steeds minder spek

Deze tendens is enerzijds een reactie op het feit dat zeugen steeds minder spek hebben. Een magere zeug met een vleesrijke Piétrain-eindbeer geeft wel erg luxe vleesvarkens. Dit is deels op te vangen met een spekrijkere Piétrain-beer. Maar een Duroc of Tempo heeft nog meer effect en geeft ook nog eens meer groei.

De grotere, Duitse slachterijen hebben wel afzet voor een stroom niet-Piétrain-varkens. Voorwaarde is dat het een constant, uniform en voorspelbaar volume varkens betreft.

Tempo of Duroc interessant voor varkenshouder

Voor de varkenshouder zijn Duroc- of Tempo-varkens ook interessant. De bedrijven groeien. Steeds vaker wordt met personeel gewerkt. Een Duroc is nu eenmaal een makkelijk varken dat minder vakmanschap verlangt dan een Piétrain.

Bij extremen, zoals de afgelopen twee zomers, groeit de Duroc beter door dan een Piétrain. Meer groei, lagere uitval en betere voederconversie zijn allemaal eigenschappen van een Duroc die een varkenshouder dikwijls aanspreken.

Lees verder onder de foto.

Het laden van biggen. Voor de export naar Duitsland zijn Piétrains geen must meer. Mits goed afgestemd, is er ook markt voor Tempo en Duroc. - Foto: Bert Jansen
Het laden van biggen. Voor de export naar Duitsland zijn Piétrains geen must meer. Mits goed afgestemd, is er ook markt voor Tempo en Duroc. - Foto: Bert Jansen

Regie en continuïteit

Rücksichtslos overschakelen van een Piétrain-eindbeer naar een Duroc of Tempo is geen goed plan. Het is in beginsel weggelegd voor vermeerderaars met een uniforme zeugenstapel met dieren met relatief weinig spek. De TN 70-zeug of de Deense zeug komt in deze gevallen in beeld. Vervolgens moet de Duitse mester het zien zitten.

Ten slotte is het van belang dat de slachterij afzet heeft voor varkens met een lichtere ham en meer spek en daar natuurlijk ook een marktconforme prijs voor wil betalen.

De levering en betaling moet de leverancier vooraf afstemmen met zijn slachterij. Een niet-Piétrain-varken moet je in Duitsland afrekenen op magervleespercentage. Bij AutoFom-classificatie op basis van deelstukken loopt een varkenshouder te veel geld mis.

Duitse vleesvarkenshouders willen keuzevrijheid

Een Duitse vleesvarkenshouder die dus met Durocs of Tempo’s gaat werken, legt zich wel enigszins vast. Hij is genoodzaakt te leveren aan een slachterij die bereid is zijn varkens te classificeren en betalen op basis van mager vlees. Koen ter Haar van varkenshandel Ter Haar-Posthouwer zegt dat dit Duitse vleesvarkenshouders afremt om over te schakelen op andere genetica. Ter Haar: “Ze willen keuzevrijheid.”

Desondanks brengt Tönnies het onderwerp eindbeerkeuze bij al zijn klanten ter sprake, vertelt Erik Bouwmeester van Tönnies-Livestock. Bouwmeester: “We verplichten niks. Maar eindbeerkeuze is wel een onderwerp van gesprek met onze klanten. We bekijken per bedrijf wat de mogelijkheden zijn en in hoeverre de bereidheid er is.”

Duroc niet nieuw voor Duitsers

Voor Nederlandse vermeerderaars die exporteren naar Duitsland is een Duroc- of Tempo-eindbeer nieuw. Daarentegen zijn de Duitsers wel bekend met niet-Piétrain-genetica in hun stallen en aan de slachtlijn. De Denen exporteren al jarenlang Duroc-biggen. Deze blijven voornamelijk in de noordelijke helft van Duitsland.
Maar ook grote, vaak gesloten, varkensbedrijven in het voormalige Oost-Duitsland werken met andere genetica. Dat weten ze ook bij de Duitse ki-organisatie GFS. GFS heeft klanten in het oosten van Duitsland die werken met een Tempo-eindbeer. Deze exporteren hun biggen naar Oost-Europa, maar doen ook ervaring op met de afzet van Tempo’s aan Duitse slachterijen. GFS heeft ook grote bedrijven die zijn overgeschakeld op een Duroc-eindbeer. Begin dit jaar heeft GFS 157 Duroc-eindberen op stal staan tegenover 70 een jaar geleden. Er zit dus duidelijk beweging in de markt, zonder dat sprake is van een revolutie.

Nieuwe Duroc-eindbeer: db. Siegfried

Voor de Duitse fokkerijorganisatie BHZP is de omschreven tendens ook reden om een nieuwe Duroc-eindbeer te lanceren. Deze heeft de naam db. Siegfried gekregen. Koen Zeeman van BHZP verklaart dat in Duitsland meer mogelijkheden zijn voor een Duroc-eindbeer. Zeeman: “Slachterijen willen uniforme varkens hebben, maar niet van maandag tot en met vrijdag hetzelfde type varken.” Volgens Zeeman is het niet zo dat de Duitse markt kantelt, maar over de eindbeerkeuze valt tegenwoordig te praten.

Ook Topigs-SNW-directeur Eduard Eissing stelt vast dat er markt is voor Tempo- of Duroc-beren in Duitsland. Topigs-SNW heeft inmiddels 70 TN Tempo-beren liggen op verschillende ki-stations in Duitsland, tegenover 20 een jaar geleden. Eissing is ervan overtuigd dat dit aantal groeit. Volgens Eissing zijn er ook varkenshouders die hun Tempo’s AutoFom, op basis van deelstukken, laten classificeren en afrekenen en daar financieel goed mee wegkomen. Ze halen tussen 0,99 en 1 indexpunt per kilogram geslacht gewicht.

Concepten en beren

Duitse slachterijen hebben nog geen inkoopprogramma’s, zoals Vion in Nederland heeft, waarbij boeren worden gestimuleerd varkens te leveren met meer spek. Desondanks is er afzet voor spekrijkere varkens. Een Duroc-eindbeer past ook niet bij een bedrijf dat intacte beren wil mesten. Het risico op stinkers neemt namelijk snel toe als de varkens zwaarder aan de haak komen. Dan is een Piétrain beter geschikt. Ook is een Duroc gevoeliger voor darmproblemen. Dat speelt in de opfok een rol, maar net zo goed in de meststal, met PIA bijvoorbeeld. Een Duroc stelt dus andere eisen aan de voeding dan een Piétrain. Dat is ook iets om bij stil te staan alvorens wordt besloten te kiezen voor een andere eindbeer.

Lees verder onder de foto.

Zeugen hebben steeds minder spek. Een eindbeer met iets meer spek krijgt daarom meer aandacht, ook bij de biggenexport. - Foto: Ronald Hissink
Zeugen hebben steeds minder spek. Een eindbeer met iets meer spek krijgt daarom meer aandacht, ook bij de biggenexport. - Foto: Ronald Hissink

Negen van de tien is nog een Piétrain

Het aandeel Piétrain-eindberen zit actueel op 89% bij ki-organisatie GFS. Het aandeel Duroc is 9% en het overige deel bestaat uit bijvoorbeeld Tempo en PIC 337. GFS heeft 2.050 eindberen, inclusief jonge beren in quarantaine. Het bedrijf vormt zodoende een goede afspiegeling van de Duitse eindberenmarkt.
Heel geleidelijk neemt bij GFS de vraag naar niet-Piétrain-eindberen toe. Jaarlijks groeit het percentage Duroc met 1. Dat geldt ook voor de overige lijnen, zodat afgelopen jaar het aandeel Pietrain zakte van 91% naar 89%. De Piétrain-eindberen bij GFS zijn onder andere de db77, German Pietrain, Bavarian Pietrain, Hypor Maxter, PIC 408, TN Select.

Uit Duits onderzoek blijkt dat de boer beter af is met Duroc-varkens

In de Duitse deelstaat Brandenburg zijn de resultaten vergeleken van 21, voornamelijk gesloten bedrijven, die werken met Piétrain- of Duroc-genetica. Onder de deelnemers werkten er 13 met een Duroc, de rest met Piétrain. De Duroc-bedrijven hebben samen 178.000 varkens getest. In de proef zijn 98.700 Piétrain-varkens gevolgd.
Van genoemde aantallen liggen de technische resultaten en de kosten vast. De opbrengst en karkaseigenschappen van 29.800 Durocs zijn geregistreerd en van 14.600 Piétrains. De varkens zijn geslacht bij Tönnies, locatie Weißenfels. Classificatie vond plaats op basis van het magervleespercentage.
Het komt erop neer dat een Piétrain meer mager vlees heeft en een lagere uitslachting, zodat deze meer geld opbrengt. Daarentegen is de productie van een Duroc goedkoper. Dit type varken groeit harder, heeft minder voer nodig en de uitval is lager. Onder de streep zijn de verschillen gering, bij grote aantallen varkens. In individuele gevallen kan het verschil echter groter zijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.