Varkenshouderij

Achtergrond 3 reacties

Varkenssector krimpt, gevolgen nog ongewis

De varkensstapel krimpt. Voor een vitale sector met voldoende innovatie is echter een minimale omvang nodig. Waar die grens ligt, is niet aan te geven. Een kleinere sector is niet per se nadelig.

Nooit eerder stond de omvang van de varkenssector zoveel ter discussie als vandaag. De daling van het aantal bedrijven is iets van alle tijden, maar door de diverse regelingen is nu ook de varkensstapel aan het krimpen.

De mate waarin die krimp gebeurt, is nog onzeker, maar 10% tot 15% zijn voorzichtige prognoses voor dit jaar. Niet uitgesloten is dat er nog meer varkens verdwijnen (zie kader onderaan).

Krimpende varkenshouderij in 3 kernpunten:

Het aantal varkens in Nederland schommelt de afgelopen jaren, maar de trend is dalende. Door stoppers- en saneringsregelingen gaat het dit jaar hard. Vorig jaar stond de teller op ruim 4.000 varkensbedrijven. Voorspellingen gaan uit van nog 1.000 ondernemers in 2030.
* Krimp varkensstapel gaat onherroepelijk door
* Reëel risico dat sector op achterstand komt
* Kleinere sector biedt ook kansen voor blijvers

De vraag is of er een minimaal aantal varkens in Nederland nodig is om een voldoende vitale en sterke sector te behouden waar ruimte is voor innovatie en ontwikkeling. Met andere woorden: is er zoiets als een kritische massa in de varkenshouderij?

Ja, er is een kritische massa qua aantal varkens

Gesprekken met deskundigen uit diverse sectoren levert een duidelijk beeld op: ja, er is een kritische massa, maar die grens is niet gemakkelijk te bepalen. “Als POV willen wij ook graag antwoord op die vraag, maar niemand kan het zeggen”, aldus voorzitter Linda Janssen. Toch beschouwt ze het nuchter. “De varkenshouderij is wel gewend om zich aan te passen. Ik geloof dat de sector er uiteindelijk sterker uit kan komen.”

Want een kleinere sector heeft ook voordelen, daarover later meer. Er moet wel oog zijn voor de blijvers, zoals behoud van voldoende ontwikkelingslocaties. Janssen: “Dat baart me wel zorgen.”

Krimp varkenshouderij raakt ook anderen

Een krimpende varkenssector heeft consequenties voor het bedrijfsleven, dat staat vast. De mate waarin hangt van een aantal factoren af.

De twee belangrijkste factoren zijn:

  1. Werkt het bedrijf internationaal of meer lokaal?
  2. Is het alleen op de varkenshouderij gericht of ook op andere sectoren?

Een kleiner bedrijfsleven is niet per se nadelig voor de varkenssector. Dat wordt het pas als het ten koste gaat van de efficiëntie en dus kostprijs, of van ontwikkeling en innovatie.

Als we niet opletten, worden we als Nederlandse varkenshouderij zó voorbijgelopen

Dick Kroot is voorzitter van Holland Swine Group, een samenwerking van toeleverende bedrijven in de varkenshouderij. Hij is er niet gerust op. “De Nederlandse varkenshouderij staat misschien nu nog bovenaan als het gaat om kennis en kunde. Maar als we niet opletten worden we zo voorbijgelopen.”

Ontwikkelingen als het wegvallen van Sterksel zijn voor Kroot een teken aan de wand en verdere krimp van de sector kan dat versterken. Wel verwacht hij dat krimp de noodzaak tot samenwerking zal versterken. Daar wil de Holland Swine Group ook actief een rol in spelen.

Lees verder onder de foto.

Voor voldoende innovatie en slagkracht is een minimale omvang van de varkenssector nodig. Met de sanering komt dit onder druk maar er ontstaan ook kansen. Foto's: Ronald Hissink
Voor voldoende innovatie en slagkracht is een minimale omvang van de varkenssector nodig. Met de sanering komt dit onder druk maar er ontstaan ook kansen. Foto's: Ronald Hissink

Periferie rond varkenshouderij overstijgt Nederland

In het algemeen is de periferie rond de varkenshouderij veel internationaler dan alleen Nederland. Kennisontwikkeling en innovatie houden daarom niet bij landsgrenzen op. Denk aan partijen als Fancom en Nedap, maar ook voer- en premixfabrikanten, farmaceuten, fokkerijorganisaties en automatiseringsbedrijven met Nederlandse roots.

Als Nederland zijn toppositie verliest, betekent dit dus niet dat er geen innovatie meer plaatsvindt. Er zijn genoeg landen in de wereld met een minder prominente varkenssector die wel profiteren van buitenlandse expertise.

Wel een paar flinke kanttekeningen. Een deel van de thema’s in de varkenshouderij wordt bepaald door landelijke thema’s en er zijn altijd verschillen in wetgeving. Dat is duidelijk rond de ammoniakwetgeving en toepasbaarheid van emissiearme systemen. Innovatie in en voor Nederland blijft dan noodzakelijk.

Verder is de vrees dat in een varkensarm Nederland innovatieve bedrijven veel minder in de thuismarkt investeren. Dat leidt voor de langere termijn tot verschraling.

Capaciteit behouden

Een belangrijke sector in de varkenshouderij is de mengvoerbranche. Henk Flipsen, directeur van belangenorganisatie Nevedi, voorziet door de verwachtte krimp meer overnames, fusies en samenwerkingen. “Minder varkens is minder voerproductie, dat wordt bij alle bedrijven gevoeld.” Voor de korte termijn zijn wel oplossingen denkbaar om bedrijven in de benen te houden maar die zijn op een gegeven moment uitgeput. “Dan is het niet meer op te lossen zonder saneren van capaciteit.” De meeste impact is volgens Flipsen te verwachten bij mengvoerbedrijven die vooral of alleen varkensvoer maken, en dan met name in regio’s met veel stoppende varkenshouders. Dit kan ten koste gaan van de innovatiekracht vanuit de mengvoersector.

Export biggen en vleesvarkens kan opdrogen

Voor de slachterijen hoeft een bescheiden krimp in eerste instantie niet veel gevolgen te hebben. De export van biggen en vleesvarkens kan opdrogen voordat minder varkens worden geslacht. In een open markt is dat geen wetmatigheid maar zolang de Nederlandse slachterijen concurrerend zijn, zit daar nog ruimte. Overcapaciteit werkt wel kostenverhogend en staat een gezonde slachtsector in de weg. Mocht dat leiden tot sanering dan hoeft het wegvallen van één van slachterij niet nadelig te zijn voor de varkenssector totaal.

Capaciteit slachterijen

Een ander aspect is dat slachterijen voldoende capaciteit moeten behouden, benadrukt COV-voorzitter Jos Goebbels. “Dat is nodig om concurrerend te blijven en interessante markten te kunnen bedienen.” Hij doelt op landen als China, waar de afgelopen jaren veel afzet is gerealiseerd.

In een ander verdienmodel is het missen van interessante bestemmingen voor specifieke onderdelen te compenseren door meer euro’s halen uit eigen concepten. Dat is een mooi wensbeeld maar compleet onzeker, aldus Goebbels.

Kansen voor ketens

Diverse deskundigen benadrukken de kansen die een kleinere varkensstapel met zich meebrengt. Zo worden nu al de voordelen van minder mest in de mestmarkt gevoeld. Ook op het gebied van gezondheid (lagere ziektedruk en betere bedrijven die overblijven) en personeelsaanbod worden voordelen gezien. “Daarbij blijft Nederland een kennisland”, is de verwachting van Robert Stienen, specialist varkenshouderij bij ABN Amro.

Ook worden meer ketensamenwerking en zelfs integraties genoemd. Misschien noodgedwongen, misschien vanuit overtuiging om in een kleinere markt efficiënter te werken en goedkoper te kunnen werken. Bovendien is met ketens in te spelen op nieuwe eisen uit de markt.

Stienen onderschrijft de potentiële voordelen maar is wel kritisch. Niet zozeer op een kleinere varkenshouderij; de sector redt zich wel is zijn verwachting. “Wel over de ontwikkelingsruimte die de blijvers krijgen en de manier waarop varkenshouders deze bedrijven nog aangestuurd kunnen krijgen.”

Lees verder onder de foto.

Het aantal binnenlandse slachtingen komt onder druk bij minder varkens. Met minder export van biggen en vleesvarkens kan dat echter wel worden opgevangen.
Het aantal binnenlandse slachtingen komt onder druk bij minder varkens. Met minder export van biggen en vleesvarkens kan dat echter wel worden opgevangen.

Ontwikkelingen krimp varkensstapel

Een aantal regelingen en ontwikkelingen zorgt voor minder varkens in Nederland. Een overzicht in volgorde van concreet tot proefballon.

- Stoppersregeling Actieplan Ammoniak en Veehouderij is per 31 december 2019 afgelopen. Vanaf 1 januari 2020 mogen deelnemers geen varkens meer op hun bedrijf hebben tenzij het bedrijf voldoet aan het Besluit emissiearme huisvesting.
- Saneringsregeling varkenshouderij. Voor deze regeling is in totaal € 180 miljoen uitgetrokken. Deelname gaat met name op basis van mate van geuroverlast. De overheid koopt de varkensrechten voor € 151 per recht in regio Zuid en € 52 in Oost. Er hebben zich circa 500 bedrijven aangemeld.
- Opkoopregeling in verband met stikstof. In het kader van de stikstofproblematiek trekt de overheid € 350 miljoen uit voor opkopen van veehouderijen, dus niet alleen varkensbedrijven. Focus ligt op bedrijven dichtbij Natura 2000-gebieden. Ook provincies leggen waarschijnlijk een deel van de kosten bij.
- Verkoop van stikstofrechten aan het bedrijfsleven. Is nu nog niet mogelijk, ligt ter discussie bij het Landbouwcollectief.
- In het kader van klimaatdoelen is het niet ondenkbaar dat de politiek het mes verder in de veestapel zet. Een aantal linkse partijen wil zelfs een halvering van de veestapel.

Lessen voor krimpende varkenshouderij uit andere sectoren

Een kleinere sector is niet ten dode opgeschreven, laat een aantal andere sectoren zien.

De Nederlandse vleeskalverhouderij is in omvang klein, maar heeft de sterkste concurrentiekracht van Europa, aldus Wageningen UR. Sterke punten zijn onder andere de sterke verticale integratie, het ‘hoogwaardig productiecluster’ en nauwe banden met retailers.
Les: Werk samen in de keten.
De glastuinbouw heeft jaren van dramatische prijzen en een forse sanering achter de rug. Met minder maar veel grotere bedrijven is er nog volop innovatiekracht. De glas-periferie verdient veel meer geld met grote projecten in het buitenland, waar de Nederlandse sector van profiteert.
Les: Niet bang zijn van kennisexport.
De kalkoenenhouderij was altijd al een kleine sector met een eigen dynamiek. De grote klap kwam in 2005 toen de laatste kalkoenenslachterij de deur sloot en Nederland voor de afzet volledig afhankelijk werd van Duitsland. Nu telt de sector nog zo’n 50 bedrijven.
Les: Behoud slachtcapaciteit.
En nog een les uit het buitenland. Een belangrijke motor achter de sterke Spaanse varkensinfrastructuur en verdienmodel is de toegevoegde waarde in de keten. Deze ligt volgens cijfers van Rabobank 50% hoger dan in Nederland. In combinatie met sterke integratie blijft er ruimte voor innovatie.
Les: Creëer ander verdienmodel.

Laatste reacties

  • chila

    Nu al voordelen in de mestmarkt ? Ik geloof dat de verliesnorm van 50 naar 40 kg fosfaat is teruggebracht , dit heeft meer nadeel als een 10 % krimp kan goed maken !

  • AWMaat

    Helemaal opheffen die killerbedrijven!

  • Komt goed

    AW Maat, wat ben jij toch een droeftoeter

Of registreer je om te kunnen reageren.