Varkenshouderij

Achtergrond

Stoppersregelingen versnellen krimp varkenshouderij

Ruim 500 varkensbedrijven zijn ingeschreven voor de Saneringsregeling. In combinatie met de Stoppersregeling wordt een daling van de varkensstapel naar minder dan 800.000 zeugen verwacht.

Tussen 2010 en 2019 zijn volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 1.760 varkenshouders gestopt met hun bedrijf. De komende paar jaar zal het aantal bedrijven verder dalen, mede door de net afgesloten Saneringsregeling Varkenshouderij, waarvoor 503 bedrijfslocaties werden ingeschreven. Om hoeveel varkensplaatsen het daarbij gaat, is nog niet bekend.

De beëindigingsregelingen in kernpunten:

  • 60% Stoppersregeling daadwerkelijk gestopt;
  • Zeugenstapel daalt naar minder dan 800.000 zeugen;
  • ‘Grote, goed draaiende bedrijven ingeschreven’;
  • ‘Varkenshouders moeten er rekening mee houden dat dit een beroepsverbod is’;
  • Aantal varkensbedrijven is laatste tien jaar bijna gehalveerd; de Stoppersregeling droeg sinds 2013 bij aan deze teruggang.

Het ministerie van LNV verwacht begin maart met een voorlopige schatting te komen over het aantal bedrijven dat daadwerkelijk aan de voorwaarden voldoet en hoeveel varkensplaatsen er komen te vervallen.

Lees verder onder de foto.

Deelnemers aan de Saneringsregeling moeten binnen veertien maanden na acceptatie hun bedrijf slopen. - Foto: Mark Pasveer
Deelnemers aan de Saneringsregeling moeten binnen veertien maanden na acceptatie hun bedrijf slopen. - Foto: Mark Pasveer

Zonder veel restschuld bedrijf beëindigen

Een deel van de veehouders schreef zich in vanwege leeftijd en het feit dat de saneringsregeling een goede vergoeding bood om het bedrijf nu mogelijk zonder al te veel restschuld te beëindigen. “Maar onze ervaring is ook dat veel deelnemers niet de minste bedrijven zijn”, zegt Steven van Westreenen, directeur van Van Westreenen Adviseurs. “In de Opkoopregeling Intensieve Veehouderij 2013 zag je dat vooral oudere stallen werden ingeschreven. Nu zijn het meer grote, goed draaiende bedrijven die voorsorteren op bedrijfsbeëindiging, omdat ze murw zijn door alle regels en vrijwel zeker geen opvolger hebben.”

Niet iedereen stopt

Hoeveel varkenshouders de beschikking van de opkoopregeling uiteindelijk ondertekenen en dus aan het eind van het jaar daadwerkelijk stoppen, is nog niet duidelijk.

Toen bekend werd dat ruim 500 bedrijfslocaties waren aangemeld, stelde de POV al dat ze het onwaarschijnlijk vond dat alle inschrijvers ook daadwerkelijk stoppen en dat het budget van € 180 miljoen daarom niet direct verhoogd hoefde te worden.

Minister Schouten: alle correcte inschrijvingen kunnen meedoen

Toch gaf minister Schouten afgelopen week nogmaals aan ervoor te zorgen dat alle inschrijvingen, mits deze aan de voorwaarden voldoen, toegewezen en uitbetaald kunnen worden.

‘Deel inschrijvingen was om te proberen’

Een deel van de deelnemende bedrijven schreef zich volgens adviseurs ook in om te kijken hoe het voor hun bedrijf uitpakt en zij beslissen mogelijk toch gewoon het bedrijf voorlopig voort te zetten. Bij die keus werd ook de mogelijkheid voor een nieuwe regeling omtrent de stikstofproblematiek in het achterhoofd gehouden. Die zou mogelijk voor bedrijven die klem zitten tussen buren en natuur, gunstiger uit kunnen pakken. Of daar daadwerkelijk veel varkenshouders voor inschrijven, is nog maar de vraag.

Lees verder onder de foto.

Voor het eind van dit jaar moeten de stallen leegkomen. De hoge prijzen zijn volgens adviseurs een bijkomend voordeel dit jaar. - Foto: Hans Banus
Voor het eind van dit jaar moeten de stallen leegkomen. De hoge prijzen zijn volgens adviseurs een bijkomend voordeel dit jaar. - Foto: Hans Banus

Noord-Brabant telt 60% inschrijvingen

Toch is de verwachting dat de meeste inschrijvers stoppen. Met name in Noord-Brabant, waar 60% van de ingeschreven bedrijfslocaties staat, verwachten adviseurs dat de varkenshouders doorpakken.

Roy Strikkeling, woordvoerder van Topigs, weet dat er inschrijvers zijn die met de regeling achter de hand kijken naar de verkoopmogelijkheden van hun bedrijf: “Er zijn namelijk zeugenhouders op zoek naar een vleesvarkenslocatie, om naar een gedeeltelijk gesloten bedrijf te komen. Bijvoorbeeld als buffer voor een uitbraak van Afrikaanse varkenspest in Duitsland of in het ergste geval in Nederland.”

Stoppen of doorgaan in Stoppersregeling 2013

Naast de warme sanering krijgt ook de Stoppersregeling intensieve veehouderij 2013 dit jaar nog zijn weerslag op de varkenshouderij. Deze regeling eindigde op 1 januari van dit jaar. De regeling bood varkenshouders een afbouwperiode tot eind vorig jaar, waarin ze hun bedrijf niet hoefden te voorzien van emissiearme stalsystemen, maar daarbij wel per 1 januari 2020 de stallen leeg moeten hebben. De regeling bood de mogelijkheid om tussentijds toch een nieuwe vergunning met emissiearme systemen aan te vragen, de stikstofruimte te benutten voor andere diergroepen op het bedrijf, over te schakelen op andere diergroepen of bij bedrijfsbeëindiging een andere functie voor de bedrijfslocatie te krijgen.

De verwachting is dat de meeste inschrijvers stoppen. Met name in Noord-Brabant verwachten adviseurs dat de varkenshouders doorpakken

Hoeveel bedrijven zich voor deze regeling hebben ingeschreven en ook daadwerkelijk gestopt zijn, is niet duidelijk omdat dit bij gemeentes en omgevingsdiensten ligt. Binnen de drie omgevingsdiensten in Noord-Brabant hebben ruim 700 varkens- en pluimveehouders zich voor deze regeling aangemeld. De omgevingsdiensten kunnen nog niet zeggen hoeveel er daadwerkelijk zijn gestopt, de controles lopen momenteel. Omgevingsdienst Twente kan wel specifieker zijn, met 462 aanmeldingen en 240 daadwerkelijk gestopte bedrijven. Ook gemeente Nederweert kan cijfers geven: 18 aanmeldingen, 5 stoppers, 5 bedrijven die doorgaan en wat de andere 8 doen is nog onbekend. Geschat wordt dat 50% tot 60% van de inschrijvers daadwerkelijk gestopt is. Een paar procent schakelt om. Zo is op de Veluwe een aantal bedrijven overgestapt op vleeskalveren.

Maatregelen om emissiearm door te gaan

De bedrijven die wel de varkenshouderij doorzetten, kiezen volgens Henk Radstaak, specialist bedrijfsontwikkeling bij FarmConsult, voor diverse maatregelen om toch emissiearm door te gaan: “Bedrijven met een rioleringssysteem waar alles onder de roosters op orde was, hoefden vaak alleen de roosters aan te passen. Met gemiddeld 0,4 vierkante meter per plaats voor € 120 per vierkante meter is dat nog snel pas te rekenen. Een luchtwasser zal niet vaak geplaatst zijn, omdat de veelal oudere stallen daarvoor niet geschikt zijn.”

Een klein aantal van de bedrijven koos er op het laatste moment, mede door de hoge prijzen van afgelopen jaar, toch voor het bedrijf aan te passen en door te gaan. Niet al deze bedrijven hebben op dit moment een nieuwe vergunning. Het is de vraag hoe omgevingsdiensten en gemeentes daarmee omgaan. De last-minute-beslissers hebben nog een ander probleem: ze zijn de afgelopen jaren door de wetgeving ingehaald, stelt Radstaak: “Het intern salderen is veranderd, waardoor de ammoniakruimte die ontstaat bij een emissiearm systeem niet meer benut kan worden en je dus op je oude aantal dieren blijft staan.”

Minder vleesvarkensplaatsen ...

De Saneringsregeling zal ervoor zorgen dat het aantal varkensplaatsen verder terugloopt. De verwachting is dat zich vooral vleesvarkenshouders hebben ingeschreven. Dat kan er volgens Strikkeling voor zorgen dat de verhouding tussen biggenplaatsen en vleesvarkensplaatsen wat scheef kan trekken. Maar ook het aantal fokzeugen zal volgens de fokkerij-organisatie teruglopen: “We gaan er vanuit dat het aantal zeugen de komende jaren naar minder dan 800.000 zal dalen. Daarbij plaatsen we wel de kanttekening dat een eventuele uitbraak van Afrikaanse Varkenspest deze ontwikkeling sterk kan beïnvloeden.”

... Dus meer biggenexport

Als het aantal vleesvarkensplaatsen de komende jaren terugloopt, zal dat tot gevolg hebben dat er wat meer biggen geëxporteerd worden. Op zich geen probleem, gezien het feit dat in Duitsland het aantal zeugenbedrijven juist rap aan het afnemen is terwijl het aantal vleesvarkensplaatsen naar verwachting stabieler blijft.

Een krimp van de totale varkensstapel zal op den duur ook effect krijgen op de secundaire sector als voerleveranciers en slachterijen. Minder varkens betekent minder voer, minder varkens te slachten en minder vlees te verhandelen.

Lees verder onder de foto.

John Koeken (51) is directeur van Exitus in Veghel (N.-Br.), een onafhankelijk adviesbureau gespecialiseerd in bedrijfsontwikkeling in de veehouderij, tuinbouw en mkb. - Foto: Bert Jansen
John Koeken (51) is directeur van Exitus in Veghel (N.-Br.), een onafhankelijk adviesbureau gespecialiseerd in bedrijfsontwikkeling in de veehouderij, tuinbouw en mkb. - Foto: Bert Jansen

‘Varkenshouders tekenen een levenslang beroepsverbod’

Eind maart ontvangen de inschrijvers van de Saneringsregeling informatie over het te ontvangen bedrag. Ondernemers hebben dan acht weken de tijd om op deze beschikking te reageren. Vanaf dan is het definitief en moeten ze binnen acht maanden het bedrijf leeg hebben en binnen veertien maanden alles gesloopt hebben. “Zeker zeugenhouders moeten snel reageren, want anders redden ze het niet qua tijd om het bedrijf leeg te hebben”, aldus John Koeken, directeur van financieel adviesbureau Exitus. Hij merkt dat lang niet alle ondernemers zich bewust zijn van de consequenties.

Waar maakt u zich zorgen over?
“Dat varkenshouders niet het hele financiële plaatje overzien als ze tekenen. Een bedrijf met zevenhonderd zeugen en stallen van 10 jaar oud, ontvangt al gauw een bedrag van € 1,1 miljoen. In een voorbeeld zijn de sloopkosten € 122.500. Over de boekwinst van gebouwen en varkensstapel moet 45% belasting worden betaald. In dit voorbeeld is dat ruim € 350.000. Na het aflossen van de financiering van € 910.000 blijft er € 55.000 over.
Dan zijn er nog extra kosten, zoals een herbestemming en herinrichten van het perceel. Ook kan bij een waardestijging een fiscale heffing volgen. Bij een iets andere verhouding tussen opbrengst, boekwaarde en aflossing kan er ook een negatief resultaat volgen. En banken financieren dat niet.”

Is belasting betalen te voorkomen door een herinvestering?
“Zeker en dat kan ook buiten het agrarische zijn. Dat is bij deze regeling ruimer dan normaal. Voor een gemengd bedrijf geldt wat anders: die mogen vooralsnog alleen in de andere tak investeren en dus niet in een nieuwe activiteit. Varkenshouders moeten er rekening mee houden dat banken niet altijd staan te springen om een nieuwe activiteit te financieren. Het is goed om te weten hoe ver de bank gaat, voor de definitieve handtekening te zetten.”

Zitten er nog andere fiscale adders onder het gras?
“Als een bedrijf pas een paar jaar geleden fiscaal gunstig is overgenomen, dan gelden voortzettingseisen. Die moeten worden terugbetaald. Hetzelfde geldt voor btw die is teruggevraagd op bijvoorbeeld de luchtwasser.”

Wat heeft u het meest verbaasd?
“Varkenshouders tekenen ervoor dat ze nooit varkens meer gaan houden. Ik noem dat een levenslang beroepsverbod. Ze mogen bedrijven aanhouden die buiten de regeling vallen en deze ontwikkelen, maar geen nieuwe locaties meer aankopen. Ze moeten er rekening mee houden dat het beroepsverbod geldt voor alle personen en bv’s die deelnemen in het bedrijf. Het is dus belangrijk goed naar de structuur van het bedrijf te kijken voor de regeling definitief te tekenen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.