Varkenshouderij

Achtergrond

Vleesvarkens individueel voeren komt dichterbij

Bij zeugen is een voerstation voor het individueel voeren van de dieren al een van de normale opties bij de keuze voor een voersysteem. Bij vleesvarkens blijkt dat vooralsnog een stap te ver. Toch gaat de ontwikkeling van het individueel volgen van dieren verder.

Een aantal bedrijven dat gespecialiseerd is in voersystemen bij varkens, heeft de stap gezet om te innoveren in systemen om vleesvarkens individueel te kunnen voeren. Ook onderzoek richt zich op precisievoeding. Het gros van de vleesvarkenshouders blijkt echter nog niet klaar te zijn voor een investering in een vrij prijzig systeem van het individueel voeren van vleesvarkens met voerstations.

Precisievoeding in enkele kernpunten:

  • Precisievoeding leidt tot efficiënter N-gebruik
  • Individueel voersysteem in praktijk nog te kostbaar
  • Ontwikkeling individueel voeren staat nog in kinderschoenen

Fancom heeft een aantal jaren geïnvesteerd in de ontwikkeling van een individueel voerstation voor vleesvarkens waarbij het IntelliTek-voerstation van de zeugen aan de basis stond. “Technisch gezien zijn inmiddels de meeste problemen wel opgelost, maar het blijkt een te duur systeem te zijn”, vertelt Patrick van Dijk, productmanager varkenshouderij bij Fancom. “De ontwikkeling van individuele herkenning en individueel voeren zal uiteindelijk wel de toekomst zijn, aldus Van Dijk, maar vooralsnog zijn de kosten per vleesvarken voor een dergelijk voersysteem te hoog.

De ontwikkeling van individuele voersystemen voor varkens heeft voor Fancom de komende jaren geen prioriteit. De focus blijft bij de huidige droogvoersystemen, enkelvoudige en multifase-droogvoersystemen om dieren snel te kunnen voeren op hok- of afdelingsniveau.

‘Totaaloplossing voor de varkenshouder’

“Big Dutchman wil een totaaloplossing bieden voor de varkenshouder”, aldus Peter van Mierlo van Big Dutchman. “Het moet zeker niet te ‘hightech’ in de stal worden.” Dat is ook een van de redenen dat Big Dutchman niet investeert in een individueel voersysteem voor vleesvarkens. Naast innoveren in andere voertechnieken, richt Big Dutchman zich op het gebied van klimaatbeheersing in de stal en cameraweging van vleesvarkens.

Individuele herkenning en voerstations

Nedap is al jaren bezig met individuele herkenning bij dieren en heeft de omvang om met de ontwikkeling van individuele voerstations door te gaan. Ook voor vleesvarkens, waarbij een koppeling wordt gemaakt met het individueel wegen van de varkens. De aanschaf van een Nedap ProSense, waarbij de varkens individueel gevoerd en gewogen kunnen worden, ligt tussen de € 7.000 en € 8.000. Een investering die volgens Arno van Brandenburg van Nedap op een gesloten bedrijf snel terug te verdienen is. Het individueel voersysteem is bij vleesvarkens goed in te zetten voor het bepalen van het juiste omschakelmoment van voersoort. Hiervoor is het niet nodig om alle hokken te voorzien van een individueel voersysteem. Per stal één of twee voerstations voldoet al om realtime de voerconversie (VC) in de gaten te houden.

Lees verder onder de foto.

Vooralsnog worden voerstation bij vleesvarkens ingezet voor onderzoek naar voeropname en precisievoeding. - Foto: Van Assendelft Fotografie
Vooralsnog worden voerstation bij vleesvarkens ingezet voor onderzoek naar voeropname en precisievoeding. - Foto: Van Assendelft Fotografie

Fokken op betere voerconversie

Daarnaast ziet Van Brandenburg nog meer mogelijkheden bij het individueel voeren, registreren en monitoren van de voeropname van individuele gelten. “Als je een zeug kunt fokken met een betere voederconversie, die vervolgens weer vleesvarkens levert met een betere voerconversie, is een duurder voersysteem snel terug te verdienen”, aldus Van Brandenburg. Als je op een gesloten bedrijf met 1.000 zeugen de VC bij vleesvarkens met 0,1 verbetert, levert je dat € 30.000 op, rekent Van Brandenburg voor. Hij geeft ook aan dat dit op elk bedrijf weer anders kan zijn.

Met de individuele voergegevens kun je op zoek naar de optimalisatiepunten van het eigen bedrijf en hiermee efficiënter produceren. “We weten echter nog weinig van individuele groei per dier”, aldus Van Brandenburg. Uit de gegevens die Nedap nu al heeft verzameld, blijkt dat de groei per dier enorm verschilt en dat de groei ook niet consequent is. Van Brandenburg besluit dat de technologie steeds verder gaat en ontwikkeling nog lang niet ‘uitgedacht’ is.

Analyseren van voeropnamepatroon

ForFarmers heeft inmiddels twee proefrondes afgesloten met individuele voerstations, de zogeheten performance testers. De vleesvarkens worden in het voerstation herkend aan een oornummer met ingebouwde (RFID) chip en registreert per dier het aantal maaltijden, het tijdstip, de voeropname per bezoek en de duur van de voeropname. Als de dieren in het voerstation staan om te vreten, worden ze ook gewogen.

De eerste bevindingen geven al een beter beeld van het voeropnamepatroon bij de vleesvarkens. “Het uiteindelijke doel is om de relatie van het voeropnamepatroon en de technische gegevens te begrijpen”, geeft Paul Ottink, nutritionist bij ForFarmers, aan. Ottink is betrokken bij de proeven en het analyseren van de data vanuit de performance testers.
De eerste proeven waren vooral gericht op de relatie tussen temperatuur en voeropname, maar ook tussen vezels en voeropname. Tot nu toe zijn als voorbeeld de volgende twee conclusies te trekken:

- De vleesvarkens hebben tijdens de winter een ander voeropnamepatroon dan in de zomer;
- Het voeropnamepatroon wordt beïnvloed door het gebruik van verschillende vezels.

Een ander voeropnamepatroon gaat niet alleen over wanneer het varken vreet, maar ook hoe lang en hoe vaak het varken vreet. “Dat het voeropnamepatroon in de zomer anders is dan in de winter dat wisten we al, maar nu hebben we nog beter in beeld wanneer de varkens tijdens warme periodes vreten. Hierdoor kunnen we beter advies geven wanneer je voer verstrekt aan de varkens.” Sommige soorten vezels hebben een duidelijke invloed op de voeropname en het voeropnamepatroon. Daar maakt ForFarmers gebruik van bij de verschillende voeders, die gebaseerd zijn op voeropnamecapaciteit.

Om als varkenshouder zelf de gegevens te analyseren, is een flinke uitdaging. Het is vooral belangrijk om te weten wat je wilt analyseren. Hierdoor zal het gebruik van een performance tester en het analyseren van de gegevens vooral weggelegd zijn voor bijvoorbeeld fokkerijorganisaties en onderzoeksbedrijven.
“De mogelijkheden met individuele dierherkenning om dieren van geboorte tot slacht te kunnen volgen, zijn enorm”, aldus Ottink. Het is mogelijke om informatie tussen de verschillende schakels in de keten te koppelen en uit te wisselen. Elke schakel kan hiermee zijn voordeel doen.

Lees verder onder de foto.

Precisievoeding begint al bij het gescheiden opleggen van biggen. Beren, borgen en gelten hebben elk een andere voedingsbehoefte. - Foto: Ronald Hissink
Precisievoeding begint al bij het gescheiden opleggen van biggen. Beren, borgen en gelten hebben elk een andere voedingsbehoefte. - Foto: Ronald Hissink

Variatie in eiwitaanzet per dier

Uit recent Europees onderzoek is gebleken dat er een natuurlijke variatie is voor eiwitaanzetcapaciteit tussen dieren, ook binnen hetzelfde ras of dezelfde toom.
In voeropname en voerefficiëntie zit veel variatie; niet alleen in dieren, maar ook in de verschillende omstandigheden. Hoe kunnen we omgaan met de variatie die we tegenkomen in de dieren? Varkens reageren vandaag anders op voeding dan morgen. Onder andere klimaat en gezondheidsstatus zijn daarbij van invloed, maar ook de genetische potentie per dier.

“Zo weten we dat biggen met een hoger geboortegewicht een hogere groei als vleesvarken hebben”, stelt Alfons Jansman. Hij is senior onderzoeker diervoeding bij Wageningen Livestock Research en heeft deelgenomen aan het Europese project Feed a Gene waar de afgelopen vijf jaar onderzoek is gedaan naar verbetering van voerefficiëntie door nieuwe dierkenmerken te beschouwen die hierop van invloed zijn. Precisievoeding bij varkens was hiervan een onderdeel. “Uit het project Feed a Gene blijkt dat deze biggen met hoger geboortegewicht ook meer voer opnemen en daarmee is aangetoond dat ze meer eiwit vastleggen, maar niet eiwitefficiënter produceren dan de dieren met een lager geboortegewicht.”

Genetisch gezien is bekend welke genoomsamenstelling bepalend is voor de capaciteit van eiwitaanzet en daar zou je dus op kunnen sturen. Wat nu nog in onderzoeksfase is en in de (verre) toekomst mogelijk zou kunnen zijn, is dat we via een marker in mest, urine of bloed de eiwitaanzetcapaciteit per dier kunnen bepalen. Aan de hand hiervan zouden de dieren gesorteerd kunnen worden opgelegd en hierdoor gerichter kunnen worden gevoerd. Dat heeft tot gevolg dat je efficiënter omgaat met voedingstoffen, zoals eiwit en aminozuren. Betere voerefficiëntie levert niet alleen euro’s op voor de varkenshouder, maar leidt ook tot minder milieubelasting door minder uitstoot van stikstof via de mest en urine.

Als dieren een hogere groeipotentie hebben, wil dat echter nog niet zeggen dat ze dit ook waarmaken. “Er zijn veel factoren die de prestaties beïnvloeden en daar zouden we meer grip op willen hebben. De gezondheidsstatus van een bedrijf is bijvoorbeeld een belangrijk punt. Dieren met een hogere gezondheid komen dichterbij de genetische potentie. We hebben wel steeds meer mogelijkheden om te meten aan het dier en zijn omgeving via sensoren in de stal. Niet alleen het klimaat in de stal, maar ook bijvoorbeeld de lichaamstemperatuur van varkens. Deze informatie kunnen we gebruiken om het voer wat betreft nutriëntsamenstelling verder te optimaliseren.”

In de huidige varkenshouderij voeren we de vleesvarkens naar een gemiddelde behoefte. Als we in de toekomst varkens homogener kunnen opleggen, is een betere voerefficiëntie mogelijk. Wat nu nog niet praktijkrijp is, maar in onderzoeksfase, is het voorspellen van de groei per dier per dag. Dieren met een hogere groeicapaciteit zou je dan voer met een hoger lysinegehalte kunnen aanbieden dan dieren met een lagere groeicapaciteit, waardoor over het geheel de voerefficiëntie verbetert. In de praktijk op de huidige varkensbedrijven kan al een begin gemaakt worden met toepassing van deze concepten. Dat kan door bijvoorbeeld niet gemengd op te leggen, maar beren of borgen en gelten apart in een hok op te leggen, omdat de voedingsbehoefte van deze dieren verschillend is.

Uiteindelijk kan precisievoeding leiden tot efficiënter omgaan met eiwit en energie in het voer. Dit is van belang, omdat we niet alleen te maken hebben met het milieu, maar ook met een groeiende wereldpopulatie die we moeten voeden.

Of registreer je om te kunnen reageren.