Varkenshouderij

Achtergrond

Vlaamse varkenshouderij strijdt voor toekomst

De varkenshouderij in Vlaanderen wordt tegengewerkt door actiegroepen en het AVP-virus. Desondanks zien boeren kansen en ontwikkelen hun bedrijf door.
  • Zeugenstapel duikt onder 400.000 dieren
  • In Vlaamse concentratiegebieden wordt nog gebouwd              
  • Collectief werken aan maximale varkensprijs


Omslagpunt in groei varkensstapel bereikt

Net als elders in West-Europa loopt de Vlaamse varkenshouderij tegen haar grenzen aan van wat politiek en maatschappelijk wordt aanvaard. Zodoende kost een omgevingsvergunning aanvragen vandaag de dag veel tijd en geld. Ook zijn er nogal wat varkenshouders op leeftijd die besluiten te stoppen, zonder opvolger om hun bedrijf voort te zetten. Dit leidt ertoe dat de varkensstapel in Vlaanderen, na jaren van consolidatie, gaat krimpen.

Wouter Wytynck, adviseur dierlijke veredeling bij belangenbehartiger Boerenbond, vertelt dat de Belgische zeugenstapel sinds eind vorig jaar voor het eerst onder de 400.000 dieren zit. De zeugenstapel kromp de afgelopen vijf jaren telkens met 10.000 dieren per jaar. Door de stijgende productiviteit van de zeugen blijft tot dusver de Belgische varkensstapel tamelijk constant. Maar het omslagpunt is bereikt. Wytynck schat dat de afname van het aantal zeugen op termijn leidt tot een kleinere varkensstapel.

Lees verder onder de foto‘s


  • De varkensbedrijven zitten dikwijls dicht op elkaar. Dat vormt een extra uitdaging om de diergezondheid goed te houden. - Foto: Peter Roek

    De varkensbedrijven zitten dikwijls dicht op elkaar. Dat vormt een extra uitdaging om de diergezondheid goed te houden. - Foto: Peter Roek

  • In grote gebieden in de regio De Kempen voert de landbouw de boventoon. Er staat een flink aantal nieuwe bedrijven tussen. - Foto: Peter Roek

    In grote gebieden in de regio De Kempen voert de landbouw de boventoon. Er staat een flink aantal nieuwe bedrijven tussen. - Foto: Peter Roek

Het is daarentegen niet alleen kommer en kwel in de Belgische varkenshouderij, met haar absolute zwaartepunt in Vlaanderen. In de concentratiegebieden in West-Vlaanderen en de Kempen zijn nog steeds varkenshouders die kansen zien en investeren in hun bedrijven. Deze boeren zetten moderne bedrijven neer, dikwijls van behoorlijke omvang. De blijvers huren ook steeds vaker stallen van collega’s die niet voor eigen rekening varkens willen houden.

Zo’n 40% van de Vlaamse varkensboeren werkt op contractbasis

Koen Bernaerts, vakgroepvoorzitter varkens van Boerenbond in Vlaanderen

Tot voor kort stonden deze verhuurders vaak onder contract bij voerleveranciers. De voerindustrie lijkt na een serie slechte jaren haar financieel risico te willen reduceren. Koen Bernaerts, vakgroepvoorzitter varkens van Boerenbond in Vlaanderen, schat dat zo’n 40% van de Vlaamse varkensboeren op contractbasis werkt. Nederland exporteerde in 2019 932.000 biggen naar België. Dit aantal bleef voor een flink deel eigendom van een Nederlandse varkenshouder.

Impact van AVP

De Vlaamse varkensketen ondervindt tot op de dag van vandaag nog steeds de financiële gevolgen van de AVP onder everzwijnen in Belgisch Luxemburg. Het eerste AVP-geval dateert van september 2018. Afrikaanse varkenspest bemoeilijkt de vleesexport. China bijvoorbeeld wil geen vlees uit België; ook niet uit gebieden waar het virus niet zit. Het gevolg is dat de Vlaamse slachterijen sommige momenten 8 à 9 cent per kilo minder betalen dan de Duitse slachterijen. Dit stimuleert de export van slachtvarkens naar Duitsland, tot bijna een miljoen dieren afgelopen jaar.

Samen met de Vlaamse overheid richtte de vleessector een werkgroep op om nieuwe afzetmarkten voor varkensvlees te creëren of bestaande te vergroten. De blik is daarbij gericht op Azië. Maar zoiets kost tijd. Wytynck en Bernaerts zien dat diversificatie bij de afzet van varkensvlees ook stil ligt. In de varkensvleessector regeert het korte-termijndenken en is van zoeken naar toegevoegde waarde momenteel geen sprake. Wytynck vreest dat de vleessector ‘China-verslaafd’ raakt. Niettemin telt Vlaanderen een aantal mooie, regionale ketens, waaronder Brasvar en Duroc d’Olives.

Lees verder onder de foto

Dries Beck (34) runt samen met zijn vrouw in Meer (B.) een gemengd bedrijf met varkens, akkerbouw en fruitteelt. - Foto: Kees van Dooren
Dries Beck (34) runt samen met zijn vrouw in Meer (B.) een gemengd bedrijf met varkens, akkerbouw en fruitteelt. - Foto: Kees van Dooren

‘Een beetje basisrespect zou fijn zijn’

Midden in een veedicht gebied, vlak over de grens bij Breda, zit het varkensbedrijf van de groep Beck Vanthillo-varkens. De aankleding van de bedrijven is netjes. En aan de weg staan borden, zodat bezoekers, leveranciers en vrachtwagenchauffeurs weten waar ze zich mogen melden. Achter de bedrijfswoning met kantoor en vergaderruimte is een flinke parkeerplaats. Mede-eigenaar Dries Beck van het varkensbedrijf vertelt dat de vergaderruimte nog nieuw is. Zoals veel Vlamingen is hij bescheiden. Dries Beck: “We wilden graag een duidelijke scheiding tussen woon- en werkgedeelte.”

De jonge varkenshouder vertelt dat het boeren in Vlaanderen hem erg goed bevalt, maar wel ingewikkelder wordt. Een kleine vijf jaar geleden is het varkensbedrijf uitgebreid tot de huidige omvang. Afgelopen zomer is een boomgaard gekocht en aangeplant met perenbomen. Beck: “Het ondernemen in de landbouw zit ons in het bloed. In de stallen werken we met mensen van vier verschillende nationaliteiten. We werken super samen. Maar er moet ook geld verdiend worden om de noodzakelijke investeringen te doen, en zodat er sprake kan zijn van eerlijke concurrentie.”

Wat betreft het laatste is hij ongelukkig met de handelsakkoorden, zoals Mercosur. Beck vindt het onbegrijpelijk als Europa vleesimport faciliteert uit gebieden met amper regelgeving voor dierenwelzijn.

Kloof met burger

Het meest zorgen maakt de varkenshouder zich echter over de ontstane kloof tussen burger en boer. Beck: “In de media staat de veehouderij er niet goed op. Het is mijn grootste frustratie dat consumenten niet weten hoeveel de varkenssector heeft geïnvesteerd in milieu en dierenwelzijn en dat het vlees nog steeds voor dezelfde prijs wordt aangeboden als dertig jaar geleden. De efficiencygroei in de landbouw heeft zodoende een bijdrage geleverd aan de welvaart. In ieder geval wat basisrespect zou fijn zijn.”

Politiek ligt de landbouw ook onder een vergrootglas. Een vergunning aanvragen is ook in Vlaanderen doorgaans een lang en kostbaar traject. Dat is in korte tijd volledig omgeslagen, vertelt Beck. De politiek reageert sterk op actiegroepen, zonder echt te weten wat de milieubelasting van de landbouw is, ervaart hij.

De jonge varkenshouder is van mening dat de landbouw nadrukkelijk zijn verhaal moet laten horen. Dat is een taak voor zowel de landbouworganisaties als boeren zelf. Beck: “Wij proberen via sociale media ook een inkijk te geven in onze bedrijven. We merken echter dat het lastig is stedelingen te bereiken.”

Draagvlak vergroten

Bernaerts en Wytynck concluderen dat ook in Vlaanderen het draagvlak voor de varkenshouderij onder druk staat. Vooral actiegroepen die fundamenteel tegen de veehouderij zijn, vormen een probleem voor de ontwikkeling van bedrijven. De sector zit echter niet bij de pakken neer. Ieder jaar in september wordt bijvoorbeeld de dag van de landbouw georganiseerd. Het jongste initiatief is Boerenjaar. Een achtdelige realityserie over de landbouw op de commerciële tv-zender VIER. Een mix van documentaire en drama, omschrijft Wytynck de serie.

De varkenshouderij heeft ook wel het een en ander gedaan om draagvlak te kweken. Er geldt al bijna twintig jaar een mestverwerkingsplicht. Minimaal 40% van de mest wordt momenteel verwerkt. In Vlaanderen is gekozen voor biologische verwerking: het scheiden van de dunne en dikke fractie. Het niet plaatsbare deel van de dikke fractie wordt na vergisting of compostering geëxporteerd. Voor de gier wordt gekozen voor nitrificatie en denitrificatie, zodat de stikstof eruit is. De boer neemt daarna de dunne fractie terug. Bernaerts doet dit in een collectief van 120 boeren. Hij betaalde € 35 inleggeld per ton en is € 12,50 per kuub kwijt voor het mestvolume waarvoor hij aandelen heeft. De dunne fractie moet hij alsnog zelf uitrijden. Voor mest boven het contractvolume betaalt Bernaerts € 15 per kuub, hetzelfde tarief als niet-leden betalen.

Varkensboeren maken hun afzetmarkt transparant

De Vlaamse Producenten Organisatie Varkenshouders (VPOV) houdt zich primair bezig met datgene waarvoor een producentenorganisatie is bedoeld: het versterken van de positie van de boer in de productieketen. Dat doen ze door middel van prijsvergelijkingen bij de verkoop van dieren en inkoop van stookolie en medicijnen. Ze werken nog aan een benchmark voor veevoer. Deze moet de prijs-kwaliteitverhouding van varkensvoer bloot leggen, zodat duidelijk wordt wat een bepaalde voersamenstelling van de ene fabrikant mag kosten in verhouding tot een recept van een andere fabrikant.

Bij de afzet van varkens heeft de VPOV een technische en financiële benchmark. De technische benchmark brengt de karkaskwaliteit van iedere levering varkens, het gewicht en uniformiteit in kaart. De karkaskwaliteit wordt uitgedrukt in spek-/spierdikte, zodat koppels van elke deelnemer vergelijkbaar zijn. Hier kan elke Vlaming aan meedoen. De VPOV-leden gaan nog een stap verder. Zij werken ook met een financiële benchmark; deze brengt de markt horizontaal in kaart. Een boer kan daarmee zien of hij zijn varkens – waarvan de technische gegevens bekend zijn – aan de afnemer levert die de hoogste prijs betaalt. Maar ook wordt zichtbaar of een bepaald varken in het concept wordt geleverd dat het meest lucratief is.

Aan de benchmark vleesvarkens doen 220 boeren mee. Deze is geheel gedigitaliseerd. Een deelnemende boer hoeft slechts akkoord te geven voor gebruik van zijn cijfers. De VPOV heeft tevens een benchmark slachtzeugen en een benchmark voor biggen. Voor deze groepen ligt het aantal deelnemers lager, omdat de digitalisering nog minder ver is.

De Vlamingen willen uit de mist komen waar handel gewoonlijk door omgeven is. VPOV-voorzitter Tom Mertens zou graag zijn benchmark grensoverschrijdend maken, te beginnen met samenwerking in Nederland.

Fitte varkenssector

Wytynck betoogt dat Boerenbond al het mogelijke doet voor het behoud van een vitale varkenssector, van voldoende omvang. Gewerkt wordt aan een combinatie van zaken, zoals op fiscaal gebied, het verzekerbaar maken van risico’s, ziektebeheersing en hitteplannen. Aan de varkens- en voermarkt kan Boerenbond echter ook niets veranderen. Deze markten schommelen juist sterk.

Dierenwelzijn vraagt vanzelf ook aandacht. Het meest urgent is castratie. In België worden naast castratie met pijnbestrijding ook intacte beren en immunocastratie als alternatief gebruikt. Voor de export is de castratie nog grotendeels de standaard. Wat verdoofde castratie betreft zijn in België nog geen producten erkend. Duitsland is de belangrijkste afzetmarkt voor Belgisch varkensvlees. Daar is eind dit jaar onverdoofd castreren verboden. De Belgen moeten daarop reageren. Boerenbond ziet het meest in lokale verdoving met gebruik van een spray of gel, maar deze producten hebben nog geen Europese erkenning. In afwachting daarvan heeft het Deense model de voorkeur. Dat houdt in dat na een training varkenshouders zelf hun beerbiggen lokaal mogen verdoven met een injectie, en dan castreren

De Vlamingen gaan bij voorkeur niet over één nacht ijs, vertelt Wytynck. Ze laten plannen graag meer rijpen dan in Nederland, waar meer dan tien jaar geleden de knoop over castratie werd doorgehakt, met een berenoverschot tot gevolg. Dat geldt ook voor staartcouperen. De Vlamingen willen een afgewogen besluit nemen, waarin het maatschappelijk-, boeren- en dierenbelang is meegenomen. Wytynck: “We moeten de varkens ook tegen zichzelf kunnen beschermen.”

Belgische varkenshouderij in cijfers

  • 6,21 miljoen varkens
  • 395.000 zeugen
  • 11,23 miljoen geslachte varkens
  • 3.790 bedrijven met varkens
  • 710.899 ton varkensvleesexport
  • 54% van vleesexport naar Duitsland en Polen                                     

Of registreer je om te kunnen reageren.