Varkenshouderij

Achtergrond

Hoge vleesprijs? Dure big? Zware varkens

Structureel de bedrijfsvoering optimaliseren, strak de kosten bewaken en een gezonde dosis opportunisme. Dit zijn de aspecten die in Nederland het slachtgewicht van het varken de laatste jaren flink opdrijven.

Nederlandse varkenshouders hebben in de afgelopen jaren hun vleesvarkens steeds zwaarder afgeleverd. Sinds 2009 is het karkasgewicht van de geslachte dieren toegenomen met 5,9 kilo naar een gemiddelde dat dit jaar gaat uitkomen op 98,1 kilo. Alleen Italië kent nog (veel) hogere slachtgewichten. Dat land mag echter gelden als een buitencategorie, omdat de varkenshouderij er zeer gericht werkt aan de productie van erg zware vleesvarkens voor de vleeswarensector, met name de gedroogdehammenindustrie.

Het in Nederland geslachte varken is het afgelopen decennium steeds zwaarder geworden. Verbreding van de door de slachterij geaccepteerde marge is een stimulans geweest.

Iets vetter mág

De toename van het slachtgewicht van het Nederlandse varken is feitelijk een combinatie van kiezen voor een structurele wijziging, gekoppeld aan opportunisme. De Nederlandse slachterij biedt de vleesvarkenshouders tegenwoordig een ruimere gewichtsrange waarbinnen de vleesvarkens zonder korting op de uitbetaling mogen worden geleverd. Dat heeft onder andere te maken met een veranderde opvatting van de consument over de kwaliteit van varkensvlees. Iets vetter mág tegenwoordig.

Een lading vleesvarkens wordt afgehaald. De dieren hebben in 2019 gemiddeld meer dan 98 kilo slachtgewicht opgeleverd, een nieuw record. - Foto: Ronald Hissink
Een lading vleesvarkens wordt afgehaald. De dieren hebben in 2019 gemiddeld meer dan 98 kilo slachtgewicht opgeleverd, een nieuw record. - Foto: Ronald Hissink

Voor vleesvarkenshouders leidt in Nederland varkens wat zwaarder leveren niet direct tot korting op de uitbetaling. Export naar Duitsland loopt sterk terug.

Drang naar meer efficiëntie in slachterijen

De in de afgelopen jaren toegenomen slachtgewichten waren ook een gevolg van de drang naar meer efficiëntie in de slachterijen. Een opbrengst van meer kilo’s vlees per varken drukt de slachtkosten en vooral de uitbeenkosten. Uiteindelijk heeft het tot effect gehad dat het aantrekkelijker is geworden om de varkens in eigen land aan te bieden. Niet voor niets is de levende export van vleesvarkens dit jaar gehalveerd ten opzichte van 2016. De vleesvarkensproductie van Nederland gaat dit jaar uitkomen op 17,2 miljoen stuks. Daarvan is iets meer dan 9% in het buitenland, feitelijk Duitsland, terechtgekomen. In 2016 was dat nog 18,5% van 17,5 miljoen.

Grote gewichtstoename

Dit jaar is de gewichtstoename weer erg groot. In 2017 kwam er 1,53 kilo bij, vorig jaar veel minder, namelijk 0,56 kilo. Nu krijgt het slachtgewicht een plus van 1,56 kilo. Dat gaat resulteren in een stijging van de varkensvleesproductie, ondanks een afname van het aantal slachtingen.

Argument voor het streven naar meer kilo’s per varken is de biggenprijs. In 2018 was deze niet zo nijpend als in 2017. Het slachtgewicht steeg wel, maar minder sterk.

Hoge biggenprijs compenseren

Volgens Robert Hoste, econoom varkensproductie van Wageningen Economic Research, is een heel belangrijke reden om het varken zwaarder af te leveren de wens om een hoge biggenprijs te compenseren. Hoste: “De ondernemer streeft naar het zoveel mogelijk uitsmeren van die startinvestering over het aantal geproduceerde kilo’s.” Hostes argument wordt ondersteund door het verloop van de biggenprijzen in 2017, 2018 en 2019. Het blijkt dat in de jaren met grote sprong in het slachtgewicht de biggenprijs gemiddeld € 15 hoger is geweest dan in het ‘tussenjaar’.

Voerprijs speelt rol

De voerprijs speelt ook mee, aldus Hoste. “Moet je je vanwege duur voer richten op de optimale efficiëntie in de voerconversie, dan past daarbij een wat lichter slachtgewicht. In november en december is de prijs van mengvoer wel weer iets gestegen, het is dit jaar op zich niet zo duur.”

Alles kan weg

Voor het afgelopen jaar geldt volgens Hoste vooral ook de invloed van de in 2019 ingezette hausse op de internationale varkensvleesmarkt. De prijzen zijn na een aarzelend eerste kwartaal flink gestegen en kwamen in de EU medio december in de buurt van € 2 per kilo. Hoste: “De slachterijen kunnen best wat vettere delen gebruiken, vooral nu de afzet van hun varkensvlees buiten de EU zo goed loopt. Buiten de EU betekent in dit geval feitelijk: in China. De terugval in de eigen varkenssector daar is in de afgelopen anderhalf jaar bizar geweest, naar ongeveer de helft van het aantal dieren. En in China mag alles van het varken vetter zijn, dat hangt samen met de voorkeur van de Chinese consument. Er is voorliefde voor varkensvlees met vet en kraakbeen.”

In China is de varkensprijs tot grote hoogten gestegen. Het vlees mag daar best vet zijn. Voor EU-leveranciers is het aantrekkelijk varkens zwaar te laten worden.

Chinese prijzen tot grote hoogte gestegen

De Chinese varkensprijzen zijn dan ook tot grote hoogte gestegen. Weliswaar is er momenteel een kleine terugslag, maar eind oktober werd een piek bereikt van bijna 39 yuan per kilo levend gewicht, omgerekend ongeveer € 5 per kilo. Dat is het drievoudige van de gemiddelde prijs in 2018.

Duitsland: stationair

Is Nederland een uitzondering binnen de EU? Tot op zekere hoogte. Het gemiddelde slachtgewicht van de vleesvarkens in de EU gaat dit jaar in de richting van 92 kilo, een toename ten opzichte van vorig jaar met 200 gram. Dat blijkt uit berekeningen van het Franse onderzoeksinstituut op het gebied van de varkenshouderij IFIP. Volgens onderzoeker Jan-Peter van Ferneij neemt niet alleen in Nederland het slachtgewicht toe, maar verloopt de ontwikkeling divers. In Duitsland is het nu ongeveer 94 kilo. Dat is behoorlijk stabiel, zegt hij. Zwaarder afleveren accepteren de grote Duitse slachterijen niet, dat levert de boer kortingen op. Er komt nog bij dat er in Duitsland ook lokale en regionale slachterijen zijn, die vettere varkens niet accepteren. Bovendien is de situatie in de Duitse varkenssector zo dat de varkenshouders in principe vlot willen leveren. De vrees voor de gevolgen van een uitbraak van Afrikaanse varkenspest zit er bij de Duitse varkenshouders goed in.

Door realisatie van meer kilo’s per geslacht varken steeg in Nederland de vleesproductie, zelfs bij minder slachtingen. Ook Denemarken verbetert het rendement.

Ook meer Deense kilo’s

In Denemarken heeft de vleesvarkensproductie het al jaren moeilijk. Hoste wijst erop dat de Deense vleesindustrie te maken heeft met erg hoge loonkosten, doordat de vakbonden er zo sterk zijn. “De lonen zijn er aanzienlijk hoger dan hier. Daardoor is er meer drang naar automatisering, maar dat kan niet voor de hele keten. Met name het uitsnijden is nog grotendeels handwerk. Daardoor staat de Deense industrie erg onder druk en is er krimp, forse krimp.”

Deens slachtgewicht gestegen

Desondanks is Denemarken, met een zelfvoorzieningsgraad van 700% nog steeds een zeer grote exporteur van varkensvlees, die meebeweegt met de markt. Jan-Peter van Ferneij: “Het Deense slachtgewicht is de laatste jaren flink omhoog gegaan. Er is in de slachterij al een officiële verhoging geweest van het standaard geslacht gewicht van 82 kilo naar 84 kilo, nu zo’n vijf jaar geleden. Dat blijft internationaal bezien aan de lage kant. De reden daarvan is duidelijk: het Verenigd koninkrijk is voor de Denen altijd een zeer belangrijke vleesmarkt geweest, in het bijzonder voor de bacon. Daarvoor zijn relatief kleine varkens nodig. Nu echter de laatste jaren Japan en China voor de Deense varkensvleesexport sterk aan belang gewonnen hebben is het gemiddeld slachtgewicht hard doorgeschoten, naar ongeveer 88 kilo.”

De Nederlandse slachterijen accepteren de vleesvarkens in een ruimere gewichtsmarge dan voorheen. Ze blijven mede daardoor meer in eigen land. - Foto: Ronald Hissink
De Nederlandse slachterijen accepteren de vleesvarkens in een ruimere gewichtsmarge dan voorheen. Ze blijven mede daardoor meer in eigen land. - Foto: Ronald Hissink

Dagelijkse gewichtstoename

De toename van het slachtgewicht is vooral mogelijk geweest voor de varkenshouders die afzonderlijke productie van zeugen en vleesvarkens hebben. Zwaarder afleveren is niet alleen vaktechnisch (vleeskwaliteit, voerconversie) lastig, maar heeft ook management-technisch haken en ogen. Biggen moeten immers plaats ter beschikking hebben. De planning luistert nauw. Voor gesloten bedrijven is dat het lastigste. Uiteindelijk moet de verantwoorde verhoging van het slachtgewicht vooral komen uit de dagelijkse gewichtstoename. Dat kan alleen door beter boeren, zorg voor welzijn, de beste voederconversie en optimale gezondheid van de dieren. Immers, bijna alle varkenshouders zitten tegenwoordig vast in een productiesysteem waarbij ze ook met anderen samenwerken.

All-in all-out, met een grens

De meeste speling heb je als je je alleen bezighoudt met afmesten. Dat kan bij all-in-all-outsystemen. In Spanje is het gemiddeld slachtgewicht jaren 82 tot 84 kilo geweest. Dat ligt nu op 86 kilo, aldus Van Ferneij. Hij schat in dat het voor Spanje wel de limiet zal zijn. Immers, in Spanje wordt in de vleesvarkenshouderij nog veel gewerkt met beren. Zwaarder afleveren verhoogt het risico op berengeur aanzienlijk.

Of registreer je om te kunnen reageren.