Varkenshouderij

Achtergrond 1 reactie

Dit gaan deze 8 varkenshouders doen in 2020

2019 was voor de varkenssector roerig met hoogte- en dieptepunten. 2020 wordt het jaar van stoppen én investeren, maar ook van zorgen.

Voor de varkenshouderij heeft elk jaar zijn eigen kenmerken en dat is voor 2019 niet minder. Het is het jaar van de aangetrokken varkensprijzen met volgens cijfers van Wageningen Economic Research historisch hoge inkomens van gemiddeld zo’n € 250.000 per bedrijf.

2019 was ook het jaar van onder andere stikstof, oude en nieuwe stoppersregelingen en toenemende dreiging van Afrikaanse varkenspest. Het virus heeft de grens van Duitsland heeft bereikt.

8 varkenshouders schetsen hun plannen

Met dit als ‘vertreksituatie’ vroeg Boerderij aan acht varkenshouders wat zij van 2020 verwachten. De goede prijzen van het afgelopen jaar gaan zichtbaar worden in de bedrijfsvoering, blijkt uit het relaas van deze ondernemers. Degenen die doorgaan zijn positief over de situatie van hun bedrijf en zien mogelijkheden om verbeteringen door te voeren. Zo kiezen twee van acht ondernemers om nevelkoeling aan te leggen:

1. Ruth van der Haar
2. Gert Bouwman
3. Wilbert Egelmeers
4. Wiebe in ’t Hout
5. Jan Overesch
6. Johnny Bull
7. René Witlox
8. Wim Wolters

Uit de verhalen van deze ondernemers komt een beeld dat de meeste varkenshouders verwachten dat de economische situatie het komende jaar ongeveer hetzelfde zal zijn als in 2019. Dat blijkt ook uit de enquête op Boerderij.nl.

Ook de zogenoemde vertrouwensindex van Wageningen laat nog een redelijk positief beeld zien waarbij varkenshouders in het derde kwartaal meer vertrouwen in hun sector hebben dan het gemiddelde land- en tuinbouwbedrijf.

Enquête: vergelijkbaar jaar met 2019 verwacht

Veruit de meeste varkenshouders verwachten dat 2020 economisch een vergelijkbaar jaar met 2019. In een enquête op Boerderij.nl geeft ruim de helft dat antwoord.

Het aandeel varkenshouders dat verwachten dat het een beter en slechter jaar wordt is in evenwicht, namelijk elk circa 23%.

Driekwart van de deelnemers verwacht dat hun bedrijf in 2020 gelijk in omvang blijft. Bijna 14% verwacht te groeien en 11% gaat afbouwen of stoppen. Gevraagd waar de focus op het eigen bedrijf ligt, wordt in twee derde van de gevallen gekozen voor verbeteren van het technische resultaat.

Lees verder onder de grafieken

Van de ontwikkelingen in de sector verwachten de ondervraagden het meeste van nieuwe van emissiearme systemen, op de voet gevolgd door mestverwerking en SPF/hoge gezondheid en marktconcepten. Ontwikkelingen op het gebied van big data worden niet veel genoemd.

De roep om halvering van de veestapel is een onderwerp van 2019 dat de meeste mensen het liefst snel vergeten. Daarna volgen stikstof, inbraken in stallen, dreiging varkenspest en stalbranden.

Een grote groep varkenshouders die deelnam aan de enquête verwacht dat de zoektocht naar nieuwe emissiearme systemen doorzet. Voor hun eigen bedrijf ligt de focus vooral op het verbeteren van technische resultaten en verlagen van kosten.

Besef dat huidige prijzen niet blijvend zijn

Toch ziet Joan Jansen, adviseur varkenshouderij bij Flynth, dat varkenshouders over het algemeen heel goed beseffen dat de huidige prijzen niet blijvend zijn. “Varkenshouders zijn bewuster bezig met het aanleggen van buffers in goede tijden dan vroeger”, is zijn ervaring. Hij adviseert een buffer van een tot twee keer de reserveringscapaciteit. Dat is de optelling van winst en afschrijving, verminderd met privékosten en belastingen. Het resterende bedrag is over voor aflossingen, investeringen en een gezonde buffer. Ondanks de positieve economische situatie waarschuwt Jansen wel om kritisch te blijven. “Aandachtspunten binnen de bedrijfsvoering verwateren vaak door de hoge prijzen. Blijven focussen is dan de kunst.”

Bedrijfsbeëindiging

In 2020 zullen veel varkenshouders hun bedrijf beëindigen. Vanwege de oude stoppersregeling, maar ook de recente saneringsregeling komt tot uitvoering. Dat geeft ook weer kansen voor de blijvers, schetst Jansen. “Er komen goede locaties beschikbaar waarmee varkenshouders die doorgaan hun bedrijf kunnen ontwikkelen.” Hij ziet vooral dat dat leidt tot meer gesloten eenheden om minder afhankelijk te zijn van andere partijen. Een goede ontwikkeling, vindt de adviseur. “Niet alleen voor de beperking van de risico’s, maar ook blijkt dat gesloten bedrijven economisch sterk zijn.”

Lees verder onder de foto‘s

Foto: Fotostudio Atelier 68
Foto: Fotostudio Atelier 68

Stoppers- en saneringsregeling

Het jaar 2020 markeert het einde van de stoppersregeling van het Actieplan Ammoniak Veehouderij. Varkens- en pluimveebedrijven die per 1 januari 2013 niet meer voldeden aan het Besluit emissiearme huisvesting, konden kiezen voor deelname aan de zogenoemde stoppersregeling. Ze konden met eenvoudige maatregelen toch nog een aantal jaren dieren blijven houden.

Deze regeling eindigt op 31 december 2019. Vanaf 1 januari 2020 mogen deelnemers geen varkens meer op hun bedrijf hebben tenzij het bedrijf voldoet aan het Besluit emissiearme huisvesting.

Het einde van deze regeling loopt samen met de inschrijfperiode van de Saneringsregeling varkenshouderij. Deze regeling, waarvoor in totaal € 180 miljoen is uitgetrokken, is tot 15 januari 2020 geopend. Deelnemers horen daarna of ze mee kunnen doen waarbij de geuroverlast sterk bepalend is.

Deelnemers die tekenen, moeten binnen acht maanden het bedrijf beëindigen en binnen veertien maanden de stallen hebben gesloopt. De overheid koopt de varkensrechten voor € 151 per recht in regio Zuid en € 52 in Oost.

Zorgen over veranderende maatschappij en varkenspest

Er zijn ook zorgen, wat ook blijkt uit het relaas van de acht varkenshouders. Ondernemers zijn zich de laatste tijd meer dan ooit bewust geworden dat de omgeving en de maatschappij in de breedste zin van het woord verandert.

Daarbij komt het besef dat alles anders wordt als de Afrikaanse varkenspest daadwerkelijk de Nederlandse grens oversteekt. De ervaring uit België leert dat opbrengstprijzen dan snel kunnen kelderen. Om naar maar te zwijgen wat er gebeurt als er een varkensbedrijf besmet raakt. Het is een horrorscenario waar veel varkenshouders liever niet aan denken als ze vooruitkijken naar 2020.

Ondanks de gunstige vooruitzichten blijft het daarom onzeker hoe dit jaar gaat uitpakken voor de varkenshouderij. Eén ding is zeker: bij het opmaken van de balans aan het einde van het jaar zal het aantal varkenshouders én het aantal varkens een stuk lager zijn dan vandaag.

1. Ruth van der Haar: inzet big data voor minder faalkosten

Het jaar 2019 stond voor Ruth van der Haar in het teken van haar deelname aan Nuffield, een agrarisch scholarschip. Het gebruiken van big data staat centraal. Met deze beurs kunnen ondernemers zich in internationale kennis en ervaring over een agrarisch onderwerp verdiepen.

Ruth van der Haar (42) heeft in Collendoorn (Overijssel) een bedrijf met 240 zeugen, 500 vleesvarkens in huurstal en 1.560 op voergeld. - Foto: Ruud Ploeg
Ruth van der Haar (42) heeft in Collendoorn (Overijssel) een bedrijf met 240 zeugen, 500 vleesvarkens in huurstal en 1.560 op voergeld. - Foto: Ruud Ploeg

In november 2020 moet ze haar eindpresentatie klaar hebben: paramaters voor het terugdringen van faalkosten op varkensbedrijven. Dus ook 2020 staat voor een belangrijk deel in dat teken, onder andere met nog drie tot vier weken buitenlandse bezoeken. Echtgenoot Jan, die buitenshuis werkt, zal dan thuis de honneurs waarnemen.

Geboortegewicht vastleggen

Van der Haar richt zich met name op mogelijkheden van big data. Daarmee behoort ze tot pioniers in de varkenshouderij. “We leggen al vijf jaar geboortegewichten vast en dat heeft geleid tot de keuze voor een andere eindbeer die nu meer rendement geeft.” Het streven is om alle benodigde data van geboorte tot slacht te kunnen gebruiken en analyseren.

Dreiging van Afrikaanse varkenspest

Met haar internationale bezoeken voelt ze de dreiging van AVP steeds meer. “Ik merk wel dat de angst regeert.” Hoewel ze rekent op een kleine kans op een besmetting in Nederland is ze wel bewust van de gevolgen. “Ik denk dat 2020 economisch weer een goed varkensjaar kan worden. Maar alles wordt anders als in Nederland of Duitsland varkenspest uitbreekt.”

2. Gert Bouwman: aanvraag saneringsregeling de deur uit

“De aanvraag voor de saneringsregeling is net de deur uit”, vertelt Gert Bouwman. De afbouw van het gemengde bedrijf is tien jaar geleden al gestart.

Enkele jaren geleden zijn de 170 zeugen omgezet naar speenbiggen en vleesvarkens. Hij ziet de saneringsregeling als een mooie kans die voorbijkomt. Aangezien hij tegen de bebouwde kom zit, verwacht hij wel mee te kunnen doen.

Gert Bouwman (56) heeft in Terschuur (Gelderland) een bedrijf met 600 speenbiggen en 200 vleesvarkens. Hij is verder zelfstandig vrachtwagenchauffeur. - Foto: Koos Groenewold
Gert Bouwman (56) heeft in Terschuur (Gelderland) een bedrijf met 600 speenbiggen en 200 vleesvarkens. Hij is verder zelfstandig vrachtwagenchauffeur. - Foto: Koos Groenewold

Taxatie stal

In 2020 zal hij dan zelf de keuze moeten maken of de regeling voldoende financiële compensatie biedt. Een onzekerheid is voor hem hoe de stal wordt getaxeerd die in twee fases is gebouwd. “We moeten voor onszelf bepalen wat de ondergrens is en of een kleine restschuld acceptabel is.” Hij oriënteert zich ook op de mogelijkheden van uitkoop van stikstof. “Maar de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied lijkt te groot om daar iets mee te kunnen doen.”

Ruimte voor ruimte

Naast de saneringsregeling wil Bouwman in 2020 scherp krijgen wat hij met de overige stallen gaat doen. Ruimte voor ruimte is gezien de locatie een logische keuze en hij verwacht daarvan alle medewerking van gemeente en provincie. “Maar misschien is het verkopen van sloopmeters ook wel interessant en een stuk sneller te realiseren.”

3. Wilbert Egelmeers: uitbreiding en jaar van de waarheid voor concept

Op het bedrijf van Wilbert Egelmeers worden in 2020 grote stappen gezet. Hij kocht met zijn twee zonen een locatie bij waarvan de bestaande stal in het voorjaar gerenoveerd moet zijn.

Dan start ook met de nieuwbouw waardoor de ondernemers straks op twee locaties zo’n 10.000 vleesvarkens op één vierkante meter voor Beter Leven kunnen houden. “Er zijn hier veel stoppers en dat biedt voor ons weer kansen”, schetst de ondernemer.

Wilbert Egelmeers (58) in Wanroij (Noord-Brabant) heeft met zijn zoons Math en Willem circa 10.000 vleesvarkens op twee locaties en een vleesconcept ‘Eigezwijns’. - Foto: Van Assendelft
Wilbert Egelmeers (58) in Wanroij (Noord-Brabant) heeft met zijn zoons Math en Willem circa 10.000 vleesvarkens op twee locaties en een vleesconcept ‘Eigezwijns’. - Foto: Van Assendelft

Niet in alleen aantallen maar ook in opbrengsten hoopt de varkenshouder meer te gaan doen. Samen met vier collega’s werkt hij samen in ‘Eigezwijns’, om onder andere ‘goeie worsten’ te maken en te verkopen. Ze liggen inmiddels in enkele lokale supermarkten van Jumbo en Plus en er vinden nog volop gesprekken met andere partijen plaats.

Tijd rijp voor lokale afzet worsten

De ondernemer merkt dat de tijd meer dan ooit rijp is, vooral omdat het concept sterk focust op lokaal, duurzaam en lage CO2-footprint. “Het komt nu allemaal mooi bij elkaar.”

Wat niet wil zeggen dat het gemakkelijk is, benadrukt de ondernemer. “Het is een kwestie van vol houden en erin blijven geloven. En ook een beetje geluk om de goede mensen tegen te komen.”

4. Wiebe in ’t Hout: resultaten verbeteren

Wiebe in ’t Hout vreest dat de opbrengstprijzen volgend jaar meer onder druk komen. “Waarom weet ik niet maar het is net of prijzen niet langdurig op een hoog niveau mogen liggen.”

Voor het eigen vleesvarkensbedrijf wil hij in 2020 werken aan verbeteren van de technische resultaten. “Vorig jaar zijn we op een andere big overgestapt maar de voordelen daarvan komen er nog onvoldoende uit.” Vooral de gezondheid krijgt meer aandacht; een traject dat in 2019 al is ingezet.

Wiebe in ’t Hout (37) exploiteert in Veendam (Groningen) een bedrijf met 12.500 vleesvarkens, 46.000 vleeskuikens en 310 hectare akkerbouw. - Foto: Hans Banus
Wiebe in ’t Hout (37) exploiteert in Veendam (Groningen) een bedrijf met 12.500 vleesvarkens, 46.000 vleeskuikens en 310 hectare akkerbouw. - Foto: Hans Banus

In het algemeen ziet de varkenshouder dat het steeds lastiger is om optimale resultaten te halen. “Het voer is helemaal uitgekleed en de varkens hebben minder spek en zijn gevoeliger dan vijf jaar geleden.”

Investeren in grond

Investeringen doet hij dit jaar waarschijnlijk in grond; het is zijn ambitie om de thuislocatie helemaal gesloten te maken voor voerproductie en mestafzet. Daar is nog zo’n 90 hectare voor nodig.

Over enkele jaren wil hij de stallen gaan herbouwen en wil dit jaar de plannen daarvoor concreet maken. Hij vreest echter dat de stikstofcrisis roet in het eten gooit om de vergunningverlening vlot te laten lopen. “Stikstof is toch wel onzekerheid nummer één. Maar we gaan zoveel mogelijk gewoon door zoals we altijd al deden.”

5. Jan Overesch: grond en dieren optimaliseren

De biologische sector profiteert minder van de aangetrokken varkensprijzen dan de reguliere sector. Jan Overesch vindt dat niet erg. “Het is lange tijd andersom geweest.”

En de huidige prijzen zijn ook zeker niet slecht, aldus de varkenshouder. Mogelijk komt er volgend jaar een lichte prijsverhoging, dat moet blijken uit overleg tussen de leveranciersvereniging en de slachterij.

Jan Overesch (70) heeft in Raalte (Overijssel) een bedrijf met 115 biologische zeugen, 800 vleesvarkens, 20 koeien en 150 hectare akkerbouw. - Foto: Ronald Hissink
Jan Overesch (70) heeft in Raalte (Overijssel) een bedrijf met 115 biologische zeugen, 800 vleesvarkens, 20 koeien en 150 hectare akkerbouw. - Foto: Ronald Hissink

Overesch heeft de afgelopen jaren ingezet op een gemengd bedrijf met varkens, koeien en grond en wil dat in 2020 verder optimaliseren. Concreet betekent dat meer kennis vergaren over en investeren in grondkwaliteit wat de opbrengsten ten goede moeten komen. “We willen niet meer varkens of koeien maar een beter evenwicht tussen de dieren en de grond.”

Uitval verlagen

In de stallen wil de ondernemer werken aan het verder verlagen van de uitval. Ook wil hij focussen op wat meer spek op de varkens. “Ook in de biologische varkenshouderij is dat een item en spek wordt ook beter betaald dan vroeger.”

6. Johnny Bull: kringloop meer gerealiseerd met grondaankoop

Vanaf 1 januari ziet varkenshouder Johnny Bull zijn areaal met 88 hectare toenemen. De ondernemer heeft namelijk een melkveebedrijf tegenover zijn vleesvarkenslocatie gekocht.

Het was hem vooral om de grond te doen; één stal wordt gebruikt voor opslag van grondstoffen. Op de grond gaat hij mais, tarwe en gerst telen om dat samen met andere grondstoffen aan de varkens te voeren.

Johnny Bull (50) in Horssen (Gelderland) heeft op twee locaties in totaal 2.200 zeugen, 660 opfokgelten, 12.000 vleesvarkens en 228 hectare grond. - Foto: Van Assendelft
Johnny Bull (50) in Horssen (Gelderland) heeft op twee locaties in totaal 2.200 zeugen, 660 opfokgelten, 12.000 vleesvarkens en 228 hectare grond. - Foto: Van Assendelft

Investeren in verbreding

“Het is toch de richting waarop het heengaat”, aldus de varkenshouder. “Ik investeer nu liever in verbreding die het hele bedrijf sterker maakt dan in nog meer varkens.” Bull past al langer mestscheiding toe en kan nu nog meer mest op eigen land kwijt. Ook belangrijk: de kosten voor mestafzet en voeraankoop worden stabieler.

Ook andere investeringen moeten bijdragen aan een betere productie. Zo gaat Bull alle stallen van zijn zeugenbedrijf dit voorjaar voorzien van hogedrukbeneveling en sproeiers op het dak om problemen met warmte te beperken. Ook komen er 2.000 zonnepanelen op het dak.

Varkenspest is grootste zorg

De varkenshouder wil risico’s uitsluiten maar beseft dat hij niet alles in de hand heeft. “Varkenspest is mijn grootste zorg. Als het daarmee rustig blijft verwacht ik een goed varkensjaar.

7. René Witlox: kwaliteit van gelten waarborgen

Subfokker René Witlox heeft jaren geen concrete plannen voor uitbreiding of grote veranderingen. “Het bedrijf voldoet aan alle welzijns- en milieueisen. Met dit aantal kunnen we de vraag vanuit de markt goed voorzien.”

Met de verwachte daling van de Nederlandse zeugenstapel vindt hij wel het belangrijk om concurrerend in de markt te blijven. Witlox werkt daarom continue aan de kwaliteit en gezondheid van zijn gelten.

René Witlox (52) heeft in Haaren (Noord-Brabant) een bedrijf met 520 fokzeugen, 2.500 opfokplaatsen en boerderijwinkel. Hij is subfokker voor Topigs Norsvin. - Foto: Bert Jansen
René Witlox (52) heeft in Haaren (Noord-Brabant) een bedrijf met 520 fokzeugen, 2.500 opfokplaatsen en boerderijwinkel. Hij is subfokker voor Topigs Norsvin. - Foto: Bert Jansen

In 2020 wil hij de kwaliteit en gezondheid verder verbeteren door aanleg van koeling. In de dek- en kraamstal had hij dat al maar nu wordt het hele bedrijf van een systeem met hogedruk nevel voorzien. Continuïteit in productieomstandigheden is voor iedereen belangrijk maar zeker in deze tak van sport, aldus de varkenshouder.

Zonnepanelen

Een andere investering voor 2020 is de plaatsing van zonnepanelen. Vorig jaar zijn de asbestplaten al vervangen en inmiddels is de SDE-subsidie toegekend. “Een grote investering, maar wel eentje die op termijn rendement gaat opleveren.”

8. Wim Wolters: verder verbeteren van resultaten

Zeugenhouder Wim Wolters verwacht goede prijzen, maar de varkenspest ziet hij als serieuze bedreiging.

De bio-security op zijn bedrijf is in orde dus het is vooral kritisch blijven op wie en wat er in de stal komt.

Een andere bedreiging ziet hij vanuit de overheid komen, met name rondom stikstof. “Wat gaat Rutte allemaal doen?” Dat is nog niet helemaal duidelijk en dat geeft voor de ondernemer daarom wel onzekerheid.

Wim Wolters (58) heeft in Laren (Gelderland) een bedrijf met circa 580 zeugen en 11 hectare grond. Hij speent ongeveer 34 biggen per zeug per jaar. - Foto: Ronald Hissink
Wim Wolters (58) heeft in Laren (Gelderland) een bedrijf met circa 580 zeugen en 11 hectare grond. Hij speent ongeveer 34 biggen per zeug per jaar. - Foto: Ronald Hissink

De focus in 2020 ligt op het verbeteren van de totale resultaten, waaronder uitval. “Die is nu rond de 11% en wil ik onder de 10% brengen.” Hij wil dat vooral bereiken met meer aandacht rondom de biestopname en de zorg in de kraamstal. Dat kost extra arbeid, wat wordt ingevuld met per saldo een dag extra arbeid per week.

Gasloos worden

Verder blijft hij scherp op kosten en wil hij daar waar nodig een en ander aanscherpen. Dat doet hij onder andere door, na het leggen van zonnepanelen, ook gasloos te worden. “We kijken nog wat het beste is: een zonneboiler of houtpellets.”

Eén reactie

  • Muito

    de laatste: 580 zeugen a 34 biggen= 19720
    1 % uitval minder is dan 200 biggen meer spenen?
    52 dagen maal 8 uur maal 27 euro = ruim 11000 euro
    200 biggen moeten dus 11000 euro opleveren
    Of je moet het echt naar 6 a 7 % uitval brengen dan begint het erop te lijken. Dan moet je denk ook 's nachts de stal in en wordt het geen 8 uur maar 12 of 24 uur maal 27 euro.
    Soms kun je maar beter 30 biggen draaien en je kostprijs laag hebben. Als het vanzelf naar 34 gaat is dat super, maar als je er arbeid in moet gaan stoppen, is het maar de vraag. Zeker als het vaste mensen zijn en die moet je ook betalen als de biggen weer 25 euro opleveren. Iig veel wijsheid gewenst. Het is geen afwijzing maar altijd een leuke discussie deze uitspraken.

Of registreer je om te kunnen reageren.