Varkenshouderij

Achtergrond

‘Uniforme biggen door aandacht’

Eelco van de Hoef, Innovatie en Productmanager Varkensvoeders bij AgruniekRijnvallei (AR), vindt dat er meer aandacht voor de opfok van biggen na het spenen moet zijn. Voor het spenen is er voldoende aandacht voor de biggen.

Een zogende big krijgt meer dan 20 voerbeurten van de zeug, na het spenen beperkt zich dat veelal tot een voorraadbak of 2 keer per dag voeren en controleren. Hier zit ruimte voor verbetering in, vindt voerspecialist Eelco van de Hoef.

Eelco van de Hoef: “De voeropname voor het spenen heeft grote invloed op voeropname na het spenen en daarmee de groei. Aandacht is daarbij sleutelwoord.” - Foto: Koos Groenewold
Eelco van de Hoef: “De voeropname voor het spenen heeft grote invloed op voeropname na het spenen en daarmee de groei. Aandacht is daarbij sleutelwoord.” - Foto: Koos Groenewold

Meer aandacht voor gespeende biggen, waarom is dat nodig?

“Het is van belang om de uniformiteit van gespeende biggen zo goed mogelijk te krijgen. Het loont vooral om het ondereind van de toom gespeende biggen extra aandacht te geven. Het ondereind is lastig te verkopen, langer op het bedrijf aanwezig, vatbaarder voor ziektes en houdt kostbare stalruimte in gebruik. De productie per zeug is steeds verder toegenomen, bij een aantal bedrijven zitten zeugen al op 34 biggen per jaar, maar de biggenruimte is nog niet meegegroeid. Het loont niet om alle lichte biggen als slachtbig te verkopen, dus zul je vooral het ondereind van de toom moeten verbeteren.”

Hoe is meer uniformiteit te bereiken?

“De aandacht moet gericht zijn op een constante voeropname. Een wisselende voeropname is funest, vooral voor lichte biggen en in de cruciale fase van de eerste 3 dagen na spenen. In de kraamstal krijgen de biggen meer dan 20 keer per dag een voerbeurt via de zeug. Na het spenen adviseren wij 8 voerbeurten om de biggen geïnteresseerd en aan het vreten te houden. Nat voer geeft de beste opname, maar dat vergt werken met goede hygiëne. Voor droogvoer geldt dat een kruimel een geleidelijke voeropname geeft en een korrel een hogere voeropname. De zuren zijn van belang omdat een big zelf de PH in de maag niet snel genoeg omlaag kan krijgen. Het belangrijkste is om te weten wat de biggen werkelijk opvreten, dat blijkt vaak tegen te vallen.”

Het blijft per zeugenbedrijf maatwerk voor de juiste oplossing

Hoe kunnen we de voeropname van gespeende biggen verbeteren?

“De trigger is om de gespeende biggen vaak in de benen te krijgen, zodat ze (meer) gaan vreten. Onderschat daarbij de temperatuur bij opleggen niet, die is nog te vaak te laag ingesteld. Daarnaast is het belangrijk dat de biggen een goede start krijgen in het kraamhok. Het is niet mogelijk om de problemen die in het kraamhok ontstaan in de fase na spenen weer goed te maken. Moedermelk blijft het beste voedermiddel, later spenen zou hierdoor een optie zijn om een speendip te voorkomen. Lukt dat niet, dan moeten de biggen leren eten voor het spenen.”

Maken zeugenhouders gebruik van de AR-tool om voeropname voor en na het spenen te vergelijken?

“Hoewel voeropname van belang is, wordt het meten en wegen te weinig gedaan. Arbeid is hiervoor de beperkende factor. Om toch simpel een indruk te krijgen wat de biggen opnemen, kan per kraamafdeling het aantal zakken prestarter door het aantal biggen gedeeld worden.”

Hoe ga je de zeugenhouders overtuigen?

“Voordat we een ander voer proberen, willen we eerst de biggen zien. Geen advies zonder dat we de biggen van kraamstal tot afleveren gezien hebben. Een compleet ander voer is een eenvoudige oplossing, maar de oplossing hoeft niet altijd zo rigoureus te zijn. Soms is een beetje melkpoeder over het speenvoer strooien al voldoende. Een goed resultaat is voor de helft afhankelijk van het voermanagement op het zeugenbedrijf en voor de helft van de voersamenstelling. Het blijft per zeugenbedrijf maatwerk voor de juiste oplossing.”

Of registreer je om te kunnen reageren.