Varkenshouderij

Achtergrond

Meer gewichtsverlies bij zeugen die snijmais krijgen

Het verstrekken van snijmais aan dragende en zogende zeugen leidt niet tot betere productie maar tot meer gewichtsverlies tijdens de zoogperiode.

Dit blijkt uit een onderzoek van het Lehr-, Versuchs- und Fachzentrum Schwarzenau in Beieren. In het onderzoek kreeg een groep van 32 zeugen tussen de 28e dag van de dracht en een week voor biggen dagelijks 2 kilo snijmais per zeug. De controlegroep kreeg standaard krachtvoer met 58% gerst, een derde groep wisselde per ronde tussen de test- en controlegroep. Tijdens de dracht was er geen verschil op de gewichtsontwikkeling van de zeugen. Alle 3 de groepen kwamen gemiddeld 50 kilo aan. Ook de krachtvoeropname verschilde volgens de onderzoekers niet veel, de controlegroep vrat 100 gram brok meer dan de maisgevoerde groep.

Voeropname in kraamstal

In de kraamstal verschilde de voeropname wel duidelijk. De maisgevoerde groep vrat vanaf de tweede week van de zoogperiode 500 tot 1.100 gram brok minder per dag met als gevolg dat de zeugen gedurende de zoogperiode 26 kilo afvielen, de controlegroep viel maar 17 kilo af en de gemengde groep 24 kilo. Bij het aantal levend geboren biggen was geen onderscheid tussen de test en controlegroep, beide groepen wierpen 13,6 en 13,5 biggen per worp. De wisselgroep wierp gemiddeld een halve big per worp minder en de biggen in deze groep groeiden 200 gram per dag minder dan de biggen in de andere 2 groepen.

Mestconsistentie

Bijkomend nadeel van het voeren van snijmais was volgens de onderzoekers de mestconsistentie. De maisgevoerde groep produceerde wat nattere mest (22% ds tegen 26% in de controlegroep) wat meer versmering op de roosters tot gevolg had.

Het voordeel van de verstrekking van snijmais is volgens de onderzoekers dat de zeugen met een trog mais volop kunnen wroeten en daardoor rustiger zijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.