Varkenshouderij

Achtergrond 1 reactie

Zo bestrijden 3 varkenshouders stalvliegen

Vliegen kunnen ziektekiemen verspreiden. De insecten wekken ook ergernis. Drie varkenshouders vertellen hoe zij vliegen bestrijden op hun bedrijf.

“Het bewustzijn groeit. Wat voorheen vaak een ondergeschoven kindje en een sluitpost was, is verworden tot een belangrijke factor binnen de bedrijfsvoering.” Volgens Joan Rooijakkers, commercieel directeur van Agro Pest Control (APC), is het bestrijden van vliegen een belangrijke factor binnen de algehele bedrijfshygiëne.

In de toekomstvisie van APC staat biologische bestrijding centraal. De ongediertebestrijder zet in op duurzaam ondernemen en wil toewerken naar een volledig biocidevrije aanpak. “Biologische bestrijding is goed voor het milieu en het sectorimago. De wet- en regelgeving voor het gebruik van biociden wordt in 2023 waarschijnlijk aangescherpt.”

Met de inzet van onder andere sluipwespen, roofmijten en roofvliegen lukt het volgens Rooijakkers om vliegen succesvol te bestrijden. Daarbij is het zaak om voortijdig te beginnen en preventief te werk te gaan. Rooijakkers stelt dat biologische bestrijding arbeids- én uiteindelijk ook kostenbesparend is. “Je moet kijken naar datgene wat het je oplevert.”

In geval van nood blijft APC chemische middelen inzetten. “Als er brand is, moet je kunnen blussen”, stelt Rooijakkers.

‘In de dekstal zorgen fruitvliegjes voor enige overlast’

Op zeugenbedrijf Top Hellendoorn in Haarle (Ov.) wordt al enkele jaren aan biologische vliegenbestrijding gedaan. Dat werkt goed. De dekstal is een aandachtspunt. Daar komen veel fruitvliegjes voor.

“We werken hier al heel lang met roofvliegen, zeker enkele jaren.” Als bedrijfsleider van Top Hellendoorn is Henri Kremer goed te spreken over de biologische vliegenbestrijding. In vrijwel alle staldelen is de druk van stalvliegen goed te beheersen. De dekstal vormt een uitzondering. Daar zorgen met name fruitvliegjes voor enige overlast.

Lees verder onder de foto‘s


  • Henri Kremer (47) is bedrijfsleider bij Top Hellendoorn In Haarle (Ov.). De zeugenstapel op het bedrijf omvat 1.000 dieren. De dragende zeugen worden gehouden in groepen van 45 stuks. - Foto: Jan Willem Schouten

    Henri Kremer (47) is bedrijfsleider bij Top Hellendoorn In Haarle (Ov.). De zeugenstapel op het bedrijf omvat 1.000 dieren. De dragende zeugen worden gehouden in groepen van 45 stuks. - Foto: Jan Willem Schouten

  • Bij Top Hellendoorn worden iedere 10 weken kokers met roofvliegen geleverd. Bij de dragende zeugen wordt in iedere groep een koker geplaatst, bovenop de centraal gelegen voerstations. - Foto: Jan Willem Schouten

    Bij Top Hellendoorn worden iedere 10 weken kokers met roofvliegen geleverd. Bij de dragende zeugen wordt in iedere groep een koker geplaatst, bovenop de centraal gelegen voerstations. - Foto: Jan Willem Schouten

Extra roofvliegen aanvoeren

Volgens Kremer heeft dat alles te maken met de omstandigheden. “Berige zeugen kunnen er een smeerboel van maken. Ze morsen water en voer. Daar komen vliegen op af, met name van die kleine fruitvliegjes”, zo vertelt Kremer. Met het aanvoeren van extra roofvliegen hoopt hij de vliegendruk in de dekstal te verlagen.

Bij de gespeende biggen is het tegenovergestelde het geval. Kremer merkt dat roofvliegen er hun werk zó goed doen dat er in het vervolg minder aanvoer nodig is. “De populatie lijkt zichzelf in stand te houden en uit te breiden. Je wilt ook geen overschot aan roofvliegen.”

Stalvliegen zijn gewoon irritant, voor mens en dier

Bij Top Hellendoorn worden iedere 10 weken kokers met roofvliegen geleverd. Kremer raamt dat het om een kleine 70 kokers gaat. De kokers worden verdeeld over de afdelingen geplaatst. Dat is een halfuurtje werk, zo zegt Kremer. Bij de dragende zeugen worden extra roofvliegen uitgezet. De zeugen worden gehouden in 16 groepen van 45 stuks. In iedere groep wordt een koker geplaatst, bovenop de centraal gelegen voerstations. “We plaatsen de kokers in het midden van de afdeling. Daar wachten we niet te lang mee. Na de levering duurt het een paar dagen voordat de roofvliegen uitvliegen. Ik zie ze soms weleens vliegen. Ze glimmen net iets meer dan gewone vliegen.”

Biologische bestrijding bespaart tijd

Voor Kremer zit het voordeel van biologische vliegenbestrijding in arbeidsbesparing. Bovendien vindt het bestrijden van vliegen consequent plaats. “Die geleverde kokers moet je even ophangen en plaatsen. Dat kost geen moeite. Bij het spuiten en smeren van chemische middelen is dat toch een ander verhaal. Dat is nu eenmaal niet het leukste werk en dat blijft er dus weleens bij.”

De bedrijfsleider, die standaard met een preventief mondkapje werkt om eventuele gezondheidsklachten te voorkomen, is blij dat de roofvliegen hun werk doen. “Stalvliegen zijn gewoon irritant, voor mens en dier.”

‘Aan het einde van de zomer maak ik de balans op’

Bij Gert van Beek worden stalvliegen sinds een paar maanden bestreden met roofvliegen. Hij is positief kritisch en wacht het resultaat af. Van Beek (52) heeft in Lelystad (Fl.) een kernfokbedrijf met 500 zeugen.

“Vijf jaar geleden had ik waarschijnlijk niet gekozen voor biologische vliegenbestrijding. Daar ben ik heel eerlijk in. Als sector dragen we een bepaalde verantwoordelijkheid om duurzaam te ondernemen. Wat dat betreft is het bewustzijn bij mij wel gegroeid.”

Lees verder onder de foto‘s


  • Gert van Beek (52) heeft in Lelystad (Fl.) een kernfokbedrijf met 500 zeugen (York Z-lijn). Hij produceert met de helft van zijn dieren zuivere York Z-lijnen  voor andere fokbedrijven en ki-beren. Met de overige dieren produceert hij F1-TN70 gelten. - Foto: Jan Willem Schouten

    Gert van Beek (52) heeft in Lelystad (Fl.) een kernfokbedrijf met 500 zeugen (York Z-lijn). Hij produceert met de helft van zijn dieren zuivere York Z-lijnen voor andere fokbedrijven en ki-beren. Met de overige dieren produceert hij F1-TN70 gelten. - Foto: Jan Willem Schouten

  • Van Beek werkt relatief kort met roofvliegen. “Ik heb nog nooit zoveel geld betaald voor dieren die ik eigenlijk niet in mijn stal wil.” - Foto: Ruud Ploeg

    Van Beek werkt relatief kort met roofvliegen. “Ik heb nog nooit zoveel geld betaald voor dieren die ik eigenlijk niet in mijn stal wil.” - Foto: Ruud Ploeg

Vliegendruk met blote oog beoordelen

Van Beek vindt het nu nog te vroeg om te zeggen of hij daar wel of niet mee doorgaat. “Ik ben positief-kritisch en heb goede hoop dat het werkt. Aan het einde van de zomer maak ik de balans op. Met het blote oog beoordeel ik de vliegendruk.” Van Beek vergelijkt biologische bestrijding met madendood. “Ik ben voor 75% overgestapt op roofvliegen. In één stal met ofpokgelten werk ik nog met madendood.”

Ik heb nog nooit zoveel geld betaald voor dieren die ik eigenlijk niet in mijn stal wil

Van Beek werkt relatief kort met roofvliegen. Hij moest aanvankelijk even wennen aan de bestrijdingsmethode. “Ik heb nog nooit zoveel geld betaald voor dieren die ik eigenlijk niet in mijn stal wil.” Het behandelen van zijn stallen met madendood kostte hem voorheen enkele duizenden euro’s per jaar. Hij vindt het lastig te beoordelen of hij nu goedkoper uit is. “In de beginfase voer je relatief veel roofvliegen aan om een goede balans te krijgen. Daar hangt een prijskaartje aan. Zodra de populatie op niveau is, kunnen we toe met minder kokers.”

Van Beek is een pragmaticus. Een bestrijdingsmethode moet functioneren en is anders niet geschikt. “Ik bestrijd vliegen het liefst op biologische wijze. Daar wil ik ook best voor betalen. Maar als het hier niet werkt, dan stap ik weer over op madendood.”

Een stal met veel vliegen is geen visitekaartje

Van Beek streeft naar een lage vliegendruk in zijn stallen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zo zegt hij. “Onze emissiearme stalsystemen bemoeilijken naar mijn idee het bestrijden van vliegen. We werken met schuine putwanden en mestpannen. Dat maakt het lastig om alle maden goed aan te pakken en de afdelingen voldoende vliegenvrij te krijgen.”

Van Beek boert in een varkensluw gebied. Het risico op ziekte-insleep via vliegen van andere bedrijven is beperkt. Toch is hem er alles aan gelegen de vliegendruk laag te houden. “Wij hebben een SPF-kernfokbedrijf. Een stal met veel vliegen is geen visitekaartje. Een hoge druk kan leiden tot vervelende varkens. Zeker nu we een proef draaien met dieren met lange staarten zitten we daar niet op te wachten.”

‘De vliegendruk is bij ons over het algemeen laag’

Bart Goselink heeft in Albergen (Ov.) een gesloten thuislocatie met 1.000 zeugen en 7.000 vleesvarkens. Hij bestrijdt stalvliegen met madendood. Op dit moment overweegt hij niet om voor een andere methode te kiezen.

“De vliegendruk op ons bedrijf is over het algemeen laag. Een paar jaar geleden hadden we in de vleesvarkensstal zo nu en dan te maken met verhoogde druk”, vertelt Goselink. Een aantal oorzaken ligt er volgens hem aan ten grondslag dat de vliegendruk bij de vleesvarkens al een paar jaar beperkt blijft. Allereerst worden de mestputten van de vleesvarkensstal op regelmatigere basis leeggepompt. Dat gebeurt standaard iedere vijf/zes weken. “Volgens mij helpt dat de vliegendruk laag te houden.”

Lees verder onder de foto‘s


  • Bart Goselink (34) heeft in Albergen (Ov.) een gesloten thuislocatie met 1.000 zeugen en 7.000 vleesvarkens. - Foto's: Ronald Hissink

    Bart Goselink (34) heeft in Albergen (Ov.) een gesloten thuislocatie met 1.000 zeugen en 7.000 vleesvarkens. - Foto's: Ronald Hissink

  • Bart Goselink laat zien waar de ingaande lucht in de vleesvarkensstal wordt gefilterd. Vliegen kunnen niet zomaar van buiten naar binnen vliegen.

    Bart Goselink laat zien waar de ingaande lucht in de vleesvarkensstal wordt gefilterd. Vliegen kunnen niet zomaar van buiten naar binnen vliegen.

Lucht door fijnstoffilters

Vliegenbestrijding is bij Goselink een belangrijk onderdeel van de algehele bedrijfshygiëne. Vliegen kunnen immers ziektes verspreiden. Hij is zich bewust van het risico op mogelijke ziekte-insleep via andere bedrijven. Binnen een straal van een kilometer zijn nog 2 varkensbedrijven. Andere varkensbedrijven zijn op ruimere afstand gelegen. De binnenkomende lucht in de vleesvarkensstal gaat door fijnstoffilters. Vliegen kunnen er niet zomaar van buiten naar binnen komen. “Ik denk dat deze luchtfilters helpen de vliegendruk laag te houden.”

Ik ben er een beetje huiverig voor om vliegen te bestrijden met roofvliegen

Een te hoge vliegendruk gaat ten koste van het werkplezier, vindt hij. “Je wilt niet werken tussen de vliegen. Daar is gewoon niets aan.” Voldoende aandacht besteden aan het zo schoon mogelijk houden van de afdelingen en de centrale gang helpt volgens hem ook de vliegendruk laag te houden.

Kosten vliegenbestrijding zo’n € 2.000

Vanaf het voorjaar tot aan de nazomer worden vliegen op het varkensbedrijf actief bestreden met madendood. Goselink besteedt deze klus uit aan een van zijn medewerkers. Die behandelt de roostervloeren. Met name de oudere diercategorieën hebben daarbij de aandacht. Daar is de kans op verhoogde druk het grootst. “Vliegenbestrijding gebeurt vooral in deze tijd van het jaar. In de herfst en in de winter besteden we er minimale aandacht aan.” Goselink raamt de kosten van vliegenbestrijding op zo’n € 2.000.

Biologische bestrijding nu geen optie

De varkenshouder overweegt niet om voor een andere bestrijdingsmethode te kiezen. Hij ziet daar geen aanleiding toe, aangezien de vliegendruk laag is. “Op deze manier werkt het prima. Ik ben er een beetje huiverig voor om vliegen te bestrijden met roofvliegen. Wat haal je binnen? Ik geloof best dat de roofvliegen op laboratorium worden geweekt en ziektevrij zijn, maar voor mij is biologische bestrijding nu geen optie.”

Eén reactie

  • Vhouder

    heb zelf stallen behandeld met madendood en in een stal werken we met roofvliegen tot nu toe werkt de madendood het beste maar blijf het zeker een jaar proberen

Of registreer je om te kunnen reageren.