Varkenshouderij

Achtergrond

Minder vleesvarkens, maar hoeveel?

Het houden van vleesvarkens in Nederland staat om meerdere redenen onder druk. Of het aantal varkens structureel afneemt en in welke mate, is echter nog zeer onzeker.

De Nederlandse vleesvarkenshouderij is al vaker afgeschreven en zou ingewisseld worden voor zeugen als kraamkamer voor Europa. Op macro-economisch niveau zou de vleesvarkenshouderij nog steeds moeten verplaatsen naar Oost-Europa, aldus Robert Hoste, econoom varkensproductie bij Wageningen Economic Research. “Nederland, Denemarken en het Noordwesten van Duitsland zijn qua technische prestaties, maar ook toewijding, het beste in biggenproductie. Houden van vleesvarkens kan het goedkoopste en geeft de laagste milieudruk in gebieden met veel ruimte voor voerproductie en mestafzet.”

Nederland duur land om varkens af te mesten

Dat blijkt ook uit een economische vergelijking van InterPig; Nederland is met € 1 per kilo extra levend gewicht het duurste land om varkens af te mesten. Het kostprijsnadeel met Europese varkenslanden als Duitsland, Denemarken en Spanje is in 10 jaar tijd met zo’n 20 tot 30 cent per kilo vlees toegenomen.

Lees verder onder de grafiek.

Het aantal bedrijven met vleesvarkens daalt in structurele zin en dat gaat de komende jaren waarschijnlijk nog sneller. Het aantal vleesvarkens blijft redelijk stabiel.

Aantal varkens redelijk stabiel

Ondanks de sterke afname van het aantal bedrijven en relatief kleinschalige structuur blijft het aantal vleesvarkens over de jaren heen redelijk stabiel. Nog steeds geldt op macroniveau een wetmatigheid die een verplaatsing van de vleesvarkenshouderij naar het oosten van de EU mogelijk maakt, volgens Hoste. Maar structurele veranderingen gaan vaak tergend langzaam. “Er is een grote gebeurtenis als een crisis voor nodig om het te versnellen.”

Lees verder onder de grafiek.

De kosten om een extra kilo varkensvlees te produceren, liggen in Nederland relatief hoog. De verschillen zijn alleen maar toegenomen, blijkt uit vergelijkingscijfers.

Mestafzet

Meer op microniveau zijn er omstandigheden die ervoor zorgen dat de vleesvarkenshouderij in Nederland een stevige positie heeft. Daar komt bij dat ook in het buitenland kosten oplopen. Zo betalen zeker in het westen van Duitsland varkenshouders inmiddels forse bedragen voor mestafzet. Bouwkosten stijgen als gevolg van extra eisen en dure materialen, niet alleen in Nederland.

Vleesvarkens van de markt

Dat grote ontwikkelingen langzaam gaan, wil niet zeggen dat de komende jaren niks gaat veranderen. Door de aangekondigde saneringsregeling gaat naar schatting zo’n 5% van de varkensrechten van de markt. Hoste verwacht dat het relatief veel vleesvarkens zijn, omdat die vaker geuroverlast veroorzaken. Rabobank rekent door de saneringsregeling op zo’n 600.000 varkens minder dan vandaag. Het werkelijke aantal zal afhangen van de prijs van rechten en de eisen. De uitwerking van het klimaatakkoord doet daar waarschijnlijk nog een schepje bovenop.

Lees verder onder de foto.

Een deel van de Nederlandse vleesvarkensbedrijven behaalt goede technische resultaten met lage voerkosten, onder andere door het voeren bij bijproducten. Deze bedrijven zijn in staat te groeien. - Foto: Henk Riswick
Een deel van de Nederlandse vleesvarkensbedrijven behaalt goede technische resultaten met lage voerkosten, onder andere door het voeren bij bijproducten. Deze bedrijven zijn in staat te groeien. - Foto: Henk Riswick

Stoppersregeling

Verder loopt op 1 januari de stoppersregeling af waarmee ook deze groep bedrijven aan het Besluit huisvesting moet voldoen. Aantallen en verhouding zeugen/vleesvarkens zijn niet bekend, maar de algemene verwachting is dat ook hier veel (kleine) vleesvarkensbedrijven bijzitten. Hoste schat dat maximaal zo’n 5% van de vrijkomende varkensrechten van gedoogstoppers verschuiven naar zeugenhouders.

Kleine bedrijven

En bedrijven met niet zoveel vleesvarkens, dat zijn er nogal wat. Typerend voor de vleesvarkenshouderij is immers de relatieve kleinschaligheid. Zo waren er volgens het CBS in 2018 nog bijna 1.900 bedrijven met minder dan 1.000 vleesvarkens (zie tabel hieronder). En slechts ruim 240 bedrijven hebben meer dan 5.000 varkens. Op die paar honderd bedrijven zit wel ruim een derde deel van alle vleesvarkens. “Het is vooral bepalend wat de grote middengroep gaat doen.” Gaat deze groep ontwikkelen, gaan ze verbreden of haken ze af?

Lees verder onder de tabel.

Minder vleesvarkens, maar hoeveel?

Groei op zeugenbedrijven

Dat de vleesvarkenshouderij in aantal bedrijven en dieren gaat krimpen staat vast. Voor de mate waarin speelt een aantal ontwikkelingen een rol. Ook kenmerken van de sector zelf zijn bepalend voor behoud of krimp.

Lees verder onder de kaders.

Krimp door:

  • Ontwikkeling van de internationale markt voor varkensvlees en biggen en de Nederlandse positie.
  • Gevolgen van landelijke discussie over dieraantallen, uitwerking opkoopregeling, nieuwe regelingen.
  • Uitwerking grote politieke agenda’s, zoals invulling van kringlooplandbouw en het klimaatakkoord.
  • Ontwikkeling van kostenniveau voor mestafzet, voeraankoop, extra investeringen in milieu en welzijn.
  • Gevolgen landelijk, provinciaal en gemeentelijk milieu- en R.O.-beleid; mogelijkheden op locaties.
  • Overwegingen van varkenshouders zelf gezien leeftijd, opvolging en wel of geen alternatieven

Weinig krimp vleesvarkens want:

  • Een deel van de (grotere) vleesvarkensbedrijven draait scherp met lage kosten door gebruik van bijproducten, goede technische resultaten en/of gunstige mestafzet.
  • Zeugenhouders investeren in vleesvarkens in plaats van groei in zeugen. Ze willen met name minder afhankelijk zijn van de biggenmarkt, risicospreiding en gemakkelijkere arbeid.
  • Sterke periferie (mengvoerbedrijven, slachterijen, dierenartsen, bouw-/adviesbureaus) die gericht is op behoud van vleesvarkens; slachterijen willen slachtcapaciteit benutten.
  • Het vleesvarken is het kringloopdier bij uitstek, er zijn nog veel mogelijkheden voor hergebruik van grondstoffen.
  • De wereldwijde vraag naar vlees neemt toe, nu extra impuls door varkenspest in Azië.
  • All-in / all-out structuur met of zonder voergeld biedt kansen voor kleinere stallen, idem voor ketens / concepten.
  • Groot aanbod van locaties met goede stallen en/of ontwikkelmogelijkheden verwacht.
  • Vleesvarkens houden zit in de Nederlandse varkenshouderijcultuur.

Forse krimp vleesvarkens want:

  • Macro-economisch zou Nederland de kraamkamer van Europa moeten zijn. Elders is meer ruimte voor het houden van vleesvarkens.
  • Vleesvarkens houden in Nederland is relatief duur door hoge kosten voor mestafzet, voer en extra investeringen in milieu en dierwelzijn.
  • Gemiddeld blijven het saldo en de voerwinst op vleesvarkensbedrijven al jaren gelijk en zijn structureel te laag voor voldoende rendement en een gezonde bedrijfsontwikkeling.
  • De sector kent relatief veel kleine bedrijven/locaties, waarbij de ondernemer deels een andere tak of bijbaan heeft. Deze doen geen investeringen meer voor de lange termijn.
  • De milieubelasting (ammoniak, geur) is relatief groter van vleesvarkens dan van zeugen. Dat kan bedrijfsontwikkeling en draagvlak in bepaalde regio’s belemmeren.
  • Rendementsrisico’s blijven groot; internationale varkensmarkt kan in mineur komen door grootschalige uitbreiding als gevolg van varkenspest in Azië met prijsval als gevolg.

Financiële ruimte zeugenhouderij

Een belangrijk aspect voor behoud van het aantal vleesvarkens is in hoeverre de blijvers de mogelijkheid hebben om die rechten erbij te pakken. De economische trend voor de zeugenhouderij is positiever dan voor vleesvarkens. Zeugenbedrijven hebben meer financiële ruimte om de opgelopen kosten voor mestafzet, arbeid en huisvesting te betalen, zegt René Veldman, sectorspecialist varkenshouderij bij Rabobank. “Zeugenbedrijven zagen hun saldo de afgelopen 5 jaar met 4,5% stijgen en over 10 jaar zelfs 11%. Op vleesvarkensbedrijven is de trend al 10 jaar gelijk.”

Nog altijd veel bedrijven met voldoende financiële slagkracht om door te ontwikkelen

Gesloten bedrijven

Toch zijn er zeugenhouders die er bewust voor kiezen om volledig gesloten te worden in plaats van uitbreiding van zeugen. Die keuze heeft niet alleen met rentabiliteit te maken maar is vooral gericht op continuïteit door het spreiden van risico’s en beperken van afhankelijkheid. Veldman benadrukt de verschillen in technische en economische prestaties bij zowel zeugen- als vleesvarkenshouders. “Er zijn nog altijd veel bedrijven met voldoende financiële slagkracht om verder door te ontwikkelen.” De vraag is of ze dat zelf ook willen. Het moet immers passen bij de strategie van het bedrijf. Het feit dat de komende jaren veel bedrijven stoppen, biedt wat dat betreft mogelijkheden. “Ook nu nog zijn er voldoende locaties met ontwikkelingsruimte”, aldus Veldman.

Ketens

En ondanks gestegen bouwkosten, veranderende marktomstandigheden en meer kritische houding van banken hoeft de financiering van zulke plannen volgens Veldman niet de bottleneck te zijn. “Bij bedrijven met een gezonde uitgangspositie worden goede plannen nog altijd gefinancierd.” Concepten of ketens, wat vaak als gewenste richting voor de vleesvarkenshouderij wordt genoemd, kunnen de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling zeker vergroten maar niet per se. “Ze moeten wel iets toevoegen, bijvoorbeeld in meerwaarde of stabiliteit.”

Of registreer je om te kunnen reageren.