Varkenshouderij

Achtergrond

Fermentatie geeft zwaardere zeugen met minder voer

Van Asten in Duitsland onderzocht het effect van fermentatie van zeugenvoer. De voordelen blijken divers, inclusief meer kringlooplandbouw.

Hoewel ze bij de Van Asten Group de nodige ervaring hebben met het fermenteren van varkensvoer, komen ze nog steeds tot nieuwe inzichten. De meest recente doorbraak betreft het fermenteren van zeugenvoer. Het blijkt namelijk uit onderzoek op een van hun Duitse bedrijven dat zeugen in betere conditie blijven en 8% minder voer nodig hebben als een derde van het rantsoen is gefermenteerd.

Het resultaat van deze proef blijft niet onopgemerkt. De EU Pig Innovation Group ziet in de uitkomsten reden om mededirecteur Roland van Asten te verkiezen tot Europees ambassadeur voor de varkenssector in 2019, in de categorie precisieproductie.

De zeugen met ferment in het rantsoen presteren aantoonbaar beter en gebruiken jaarlijks 90 kilo voer minder. - Foto: Bert Jansen
De zeugen met ferment in het rantsoen presteren aantoonbaar beter en gebruiken jaarlijks 90 kilo voer minder. - Foto: Bert Jansen

Ferment en lokaal geteelde eiwitbron in zeugenvoer

Het onderzoek is om 2 redenen gestart. Ten eerste wil men bij Van Asten weten wat ferment doet in het zeugenvoer. Ten tweede is gekeken of soja is te vervangen door een lokaal geteelde eiwitbron, in dit geval voererwten.

De uitkomsten stemmen tot tevredenheid. Op jaarbasis is per zeug 90 kilo voer minder nodig, als een derde van het rantsoen is gefermenteerd. De conditie van de zeugen lijdt er niet onder. Wat opvalt is dat de zeugen die ferment in het voer krijgen, productiever zijn in de kraamstal. Ze spenen een halve big meer en het toomgewicht is bij spenen op 24 dagen een halve kilo hoger. Eenmaal gespeend, herstellen de zeugen die ferment krijgen juist sneller en gaan uiteindelijk weer zwaarder de kraamstal in dan de zeugen die geen ferment krijgen.

De gewichten van de zeugen die ferment in het voer krijgen, jojoën sterker dan de dieren in de controlegroep. Dit komt de productie ten goede, blijkt uit de cijfers.

Bij de dieren die ferment krijgen, haalt het bedrijf meer kilo’s big bij de zeug weg dan bij de dieren in de controlegroep.


Voererwten zitten in de 30% mix die bij de controlegroep niet is gefermenteerd en bij de proefgroep wel. Vezelmix bevat ruwe celstofrijke producten, zoals tarwegries en pulp.


Betere vruchtbaarheid in productie bij schommelende gewichten

Fermentatiespecialist Ronald Scholten heeft de proeven begeleid. Hij verklaart dat het een terugkerend fenomeen is in meerdere proeven. De zeugen met ferment geven zich beter weg – meer melk en meer gespeende biggen – dan de zeugen zonder ferment en herstellen na de lactatie sterker dan hun soortgenoten zonder ferment. De gewichten schommelen dus meer van de zeugen die ferment krijgen. De gewichtsfluctuaties komen echter de vruchtbaarheid en productie ten goede, zo blijkt uit de cijfers.

Het ferment in het rantsoen voorkomt dat de brij uitzakt

De voererwten zitten in de 30% van het rantsoen dat is gefermenteerd bij de proefgroep en bij de controlegroep juist niet is gefermenteerd. De erwten maken een vijfde uit van het ferment. Het rantsoen bevat geen soja als eiwitbron. Het blijkt dus dat zeugen prima kunnen produceren zonder soja. In het kader van kringlooplandbouw is dat een opsteker.

Roland van Asten zegt verrast te zijn door de grote efficiëntieverbetering met ferment in zeugenvoer. Van Asten: “Zeugen fermenteren van nature zelf veel grondstoffen tijdens het verteringsproces. Waarschijnlijk is de melkzuurfermentatie vooraf toch efficiënter dan in de zeugen zelf.” Van Asten ziet ook mogelijkheden om meer laagwaardige producten in het zeugenvoer op te nemen. Dat verlaagt de kosten en versterkt de kringlooplandbouw, mits deze producten in de regio zijn geteeld.

Aanpak fermentatieproef

In de proef zijn 208 zeugen een cyclus gevolgd, vanaf spenen tot spenen na de volgende worp. Er zaten 105 zeugen in de controlegroep en 103 dieren kregen ferment. De rantsoenen tijdens de proef zijn identiek en de zeugen zijn dusdanig geselecteerd dat er geen onderscheid is in genetica en pariteit. Het enige onderscheid is dat 103 zeugen voer krijgen met 30% ferment.
De proef is uitgevoerd in samenwerking met het Thüringer Landesanstalt für Landwirtschaft, BTN biotechnologie en fermentatiespecialist Ronald Scholten, die werkt onder de naam Dr. Ferm.
De proef met de naam Kofermentation zur Aufbereitung von Schweinefutter is uitgevoerd in het kader van een Europees project. De financiering komt van een regionale bank en het ministerie in de deelstaat Thüringen, waar Van Asten boert. Het overheidsgeld komt uit Brussel.

Ferment zorgt voor minder uitval bij biggen en zeugen

De resultaten geven tevens aanleiding om te vermoeden dat ferment in het voer de diergezondheid positief beïnvloedt. De biggenuitval in de zoogperiode is 2% lager bij zeugen die ferment krijgen in het voer. Bovendien is de uitval van zeugen op jaarbasis 2,5% lager als deze ferment krijgen.

Van Asten is van mening dat fermentatie grote kansen biedt voor de zeugenhouderij. De voordelen zitten in een grotere productie, meer keuzemogelijkheden van grondstoffen, diergezondheid, voerbesparing en zijn ook voertechnisch. Het ferment in het rantsoen voorkomt namelijk dat de brij uitzakt. Hierdoor blijft het voer smakelijker en constanter van kwaliteit, zonder het gebruik van bijproducten om het uitzakken van de brij te beperken, luidt de uitleg van Van Asten.

Of registreer je om te kunnen reageren.