Varkenshouderij

Achtergrond 1 reactie

‘De varkensprijzen zijn goed, tel nu je knopen’

De Afrikaanse varkenspest in China zorgt voor ‘comfortabele prijzen’. Een goed moment om je te beraden op de toekomst, aldus Robert Stienen, adviseur van ABN Amro.

Verschillende varkenshouders zijn hun knopen aan het tellen en vragen zich af of ze doorgaan, constateert Stienen. Daarbij is het voor de zeugenhouders het lastigst, stelt hij. “Bedrijven die begin 2000 een stal hebben aangepast gaan daar geen geld meer in stoppen.” Voor vleesvarkenshouders ziet het er volgens hem rooskleuriger uit, ze zijn flexibeler en de stallen zijn minder onderhoudsgevoelig. “De economie bepaalt. Voor een zeugenhouder is nu een voerwinst van € 650 tot € 700 nodig. Alleen de goede bedrijven halen dat. Bij vleesvarkens is dat afhankelijk van hun bedrijfsopzet, maar je ziet dat enkel bedrijven die boven het langjarig gemiddelde van € 77 voerwinst scoren stappen kunnen zetten.”

Tekst gaat verder onder de foto.

Robert Stienen (51) is relatiemanager varkenshouderij bij het Agriteam Zuid van ABN Amro en landelijk specialist voor deze sector. Hij is afkomstig van een gemengd bedrijf met varkens en melkvee in Nederweert. Na de has-opleiding bedrijfskunde in Dronten ging hij in de bankwereld aan de slag als adviseur, waarvan de laatste 11 jaar bij ABN Amro, waar volgens Agridirect 15 procent van de varkenshouders bankiert. - Foto: Bert Jansen
Robert Stienen (51) is relatiemanager varkenshouderij bij het Agriteam Zuid van ABN Amro en landelijk specialist voor deze sector. Hij is afkomstig van een gemengd bedrijf met varkens en melkvee in Nederweert. Na de has-opleiding bedrijfskunde in Dronten ging hij in de bankwereld aan de slag als adviseur, waarvan de laatste 11 jaar bij ABN Amro, waar volgens Agridirect 15 procent van de varkenshouders bankiert. - Foto: Bert Jansen

Nu er dankzij de betere prijzen geld overblijft, kan het in combinatie met de saneringsregeling en de verkoop van het bedrijf gunstig uitkomen om nu te stoppen, redeneert de bankadviseur. “Tel nu je knopen.” Daarbij benadrukt hij het knelpunt dat de waarde van de bedrijven sterk schommelt van zeg maar niets tot 65% van de nieuwbouwwaarde.

Dat de varkenshouderij fors gaat krimpen staat buiten kijf voor de relatiemanager van de bank, maar hij waagt zich niet aan aantallen. “Dat bepalen de ondernemers zelf.” Wel tekent hij erbij aan dat de teruggang niet alleen in bedrijven, maar duidelijk ook in aantal dieren gaat. “Door wet- en regelgeving en door sanering zullen de varkensrechten van stoppers verdwijnen.”

400.000 varkensrechten weg

De saneringsregeling varkenshouderij die na Brussels akkoord (wegens staatssteun) wordt opengesteld, gaat duidelijk effect sorteren, verwacht de ABN Amro-adviseur. Robert Stienen rekent erop dat hierdoor alleen al zo’n 8% van de bedrijven in Zuid en Oost stopt en hiermee ruim 400.000 varkensrechten uit de markt verdwijnen. Daar komen de zogeheten 2020 bedrijven bij, die niet in aanmerking komen voor die saneringsregeling, maar die vanwege de ammoniak stoppen. Ze hebben gebruikgemaakt van de overgangsregeling ammoniakemissie, maar hebben voor de einddatum 1 januari 2020 geen maatregelen getroffen.In Brabant sluiten extra bedrijven omdat hier de einddatum voor verscherpte emissie-eisen is vervroegd van 2028 naar 2022.

Welke bedrijven gaan door?

“Dat zijn de echte ondernemers. Ze kunnen mee met de kostprijs, hebben een goede opbrengstprijs, produceren voor de gangbare markt of een nichemarkt en anticiperen op een veranderende omgeving. Ze zorgen ervoor dat ze voldoende financiële ruimte hebben om af te lossen. Houden voldoende ruimte om ook over 10, 15 jaar nog keuzes te maken, die veel ondernemers nu niet hebben.”

Wat is een goede ondernemer?

“Het zijn de bedrijven die in een slecht jaar als 2015 niet wegzakken en die in 2016 en 2017 duidelijk in de plus zaten. Goede ondernemers zijn in staat om geld te verdienen door een lage kritische kostprijs ten opzichte van de opbrengstprijs. Ze zijn in staat om 1 tot 1,5 slecht jaar te overbruggen met een financiële buffer in de vorm van liquide middelen. We houden daarvoor zo’n € 250 per zeug aan en € 10 tot 15 per vleesvarken. Het zijn ook bedrijven die snel aflossen. Je hebt ook varkenshouders die het lukt om een hele goede prijs te krijgen en/of scherp te voeren en die het hierdoor beter doen dan anderen.”

Blijven alleen de grote over?

“Zeker niet. Omvang is niet allesbepalend. Ook gezinsbedrijven waar een of meer kinderen meewerken en bedrijven met een of meer medewerkers. Daarbij is het tegenwoordig een probleem om aan personeel te komen. Je hoort berichten dat sommige bedrijven deels leeg blijven omdat ze geen medewerkers kunnen krijgen, maar je hoort ook dat het op plaatsen meevalt. Bij gezinsbedrijven is opvolging soms ook een probleem. Kinderen zien ouders 7 dagen per week wel 80 uur werken. In zo’n toekomst hebben ze geen trek.”

Het was toch groot, groter, grootst?

“Dat was een aantal jaren geleden zo. Ik hoor nu weinig varkenshouders zeggen dat ze nog groter willen. Je moet ook kijken wat uitbreiding oplevert. Stel dat je met 1.500 vleesvarkens wilt uitbreiden. Dat vergt een investering van € 1 miljoen met verplichtingen van € 60 per vleesvarken per jaar. Als dit uit kan, willen we best zo’n investering financieren, maar realiseer je als ondernemer wel wat je aan het doen bent en of dit is wat je wil.”

Investeren, kan dat nog gefinancierd worden?

“Er wordt van de ondernemers wel wat verwacht. Voor investeringen hanteren we geen aflossingsperiode meer van 20 jaar, maar van 15 jaar. En je moet minimaal een kwart eigen geld meebrengen, terwijl we vroeger 100% financierden. Dan is het de vraag of je het rond kunt zetten nu ook nog de bedragen voor investeringen gestegen zijn. Kwin hanteert een bedrag van € 2.400 per zeugenplaats, maar in de praktijk is dat al € 3.000. Daar komt nog eens € 800 tot 1.000 bij voor rechten en voor levende have. Alleen goed draaiende bedrijven kunnen die stap maken. Ze hebben voldoende cashflow of geld op de bank. Dat is lang niet overal zo. Daarom ook zie je nu ondernemers die zeggen ‘het kan niet uit’, terwijl het voor de toekomst van het bedrijf eigenlijk nodig is. Ze maken een andere keuze. Dat verklaart nu ook de belangstelling voor stoppersregelingen.”

We moeten af van die cowboys die zeggen ‘ik wil niet samenwerken en ik wil er niet voor betalen

Kijk eens 5 jaar verder. Hoe ziet de varkenshouderij er dan uit?

“Voorlopig ziet het er rooskleurig uit qua prijs, al zal dit zeker weer gevolgd worden door een slecht jaar. De sector zal verder professionaliseren. Export blijft belangrijk. Het aantal stoppers zet door. Ik hoop ook op meer samenwerking. Door het gebrek daaraan zie je faalkosten. We moeten af van die cowboys die zeggen ‘ik wil niet samenwerken en ik wil er niet voor betalen’. Door ketensamenwerking en door onderling af te stemmen en elkaar te informeren is er nog te verdienen. Via ketenproductie kun je specifieke markten bedienen en meerwaarde vasthouden.

We onderscheiden 4 categorieën bedrijven. Als eerste de ondernemers met toekomst. Die waren bij wijze van spreken in 2011 al klaar voor de welzijnsregels uit 2013. Dat kunnen grote bedrijven zijn, maar ook gezinsbedrijven of een vleesvarkensbedrijf met 4.000 plaatsen. Dan een tussengroep. Ze moesten investeren voor de milieu- en welzijnseisen in 2013 of hadden de keuze om in te krimpen. Waar we toen onvoldoende naar hebben gekeken is de vraag: kan die ondernemer het wel. Een deel heeft zich naar boven gewerkt en is overeind gebleven. Ze zitten nog steeds moeilijk, maar ze blijven naar boven gaan. Een ander deel heeft zich in de nesten gewerkt. Die moeten zorgen dat ze de schuld afbouwen, maar zullen niet meer de slag naar boven maken. De vierde groep is die van de stoppers.”

Er is mede vanuit het klimaat en dierenwelzijn druk om de veestapel te verkleinen. Hoe kijkt ABN Amro daar tegenaan?

“Krimp gebeurt al maar is geen doel op zich. Nog niet zo lang geleden waren er 925.000 fokzeugen. Mijn verwachting is dat dit komende twee jaar afneemt naar 830.000 tot 840.000 door de beëindigingsregeling en de 2020-stoppers. Het aantal vleesvarkensplaatsen zal waarschijnlijk naar rato ook dalen. ”

Met als argument dierenwelzijn of klimaat wordt de druk van actievoerders verhoogd. Zie de bezetting van een varkensbedrijf.

“Die bezetting heeft op het gezin en ook op de sector een grote impact. Je hoort dat er tussen de € 30.000 en € 50.000 schade is aangericht. Dat bedrag zal niet worden opgeëist om de simpele reden dat men het hele mediacircus met de actievoerders niet nog een keer wil. Dat zegt veel over de impact.”

Welke invloed hebben dit soort acties op de kredietverstrekking door ABN Amro?

“Een bank is naast financier ook een soort van afspiegeling van de maatschappij. Die hoort en ziet de kritiek op dierenwelzijn, op vlees, maar ook bijvoorbeeld een onderwerp als stalbranden. Vroeger keek je bij een financieringsvraag vooral naar de financiële kant. Nu kijk je ook naar de klant zelf: we letten op dat we de goede bedrijven hebben, die met duurzaamheid bezig zijn, welzijnsregels naleven en bijvoorbeeld maatregelen hebben getroffen op het gebied van brandveiligheid.

Aan collega’s in Amsterdam hebben we een presentatie gegeven over de moderne varkenshouderij. Zij kennen de sector anders ook alleen maar uit de beelden in de media. Met 2.000 varkens zijn er altijd wel een paar ziek of kreupel. Zoom je daarop in, dan ben je bezig met framing. Op deze wijze werken we samen aan de kaders voor financiering van de varkenshouderij.”

Eén reactie

Of registreer je om te kunnen reageren.