Varkenshouderij

Achtergrond 1 reactie

EU-varkensmarkt zoekt nieuw evenwicht

De Europese varkenssector is in rep en roer vanwege Afrikaanse varkenspest in China. Voor de lange termijn spelen meer structurele zaken. Voornaamste aspect in de onderliggende tendens: opschaling.

De ramp die de Chinese varkenssector is overkomen met de uitbraak en verspreiding van Afrikaanse varkenspest, zal wereldwijd nog lang doorwerken. Op korte en middellange termijn treedt schaarste aan varkensvlees op, en die zal niet eenvoudig op te vangen zijn.

Er zijn echter meer invloeden die de toekomst van de varkenssector bepalen. Als de markt wat tot rust komt, zal sprake zijn van een ander evenwicht met grotere verschillen binnen de EU.

We kijken naar de mogelijke uitkomst voor de situatie in de EU, met het accent op de 4 huidige grootmachten op de gezamenlijke markt: Nederland, Duitsland, Denemarken en Spanje. We spraken met onder anderen Robert Hoste, econoom varkensproductie van Wageningen Economic Research, en met Matz Beuchel, analist animal protein bij Rabobank.

Lees verder onder de foto.

De Nederlandse varkenssector professionaliseert steeds meer. De zeugenhouders horen bij de Europese top. - Foto: Joris Telders
De Nederlandse varkenssector professionaliseert steeds meer. De zeugenhouders horen bij de Europese top. - Foto: Joris Telders

Halvering aantal varkensbedrijven in Nederland

In Nederland is te voorzien dat over 10 jaar het huidige aantal varkensbedrijven gehalveerd is. Dat zal met horten en stoten gaan. Dit jaar en volgend jaar gaat het snel. Als eerste krijgt de sector te maken met gedoogstoppers: de bedrijven die niet voor 100% voldoen aan het besluit emissiearme huisvesting, maar nog enige tijd werden gedoogd omdat ze emissie aanpakten door onder meer krimp in het aantal dieren.

Er kan tot een kwart van de bedrijven afvallen, met naar schatting 15% van het Nederlandse totaal aan vleesvarkens en 5% van de zeugen, denkt althans Robert Hoste. “Er is reden om ervan uit te gaan dat het vooral kleinere bedrijven zijn, met concentratie op vleesvarkenshouderij. Zeugenbedrijven vereisen veel meer professionaliteit. De laatste 15 jaar richtte de vraag vanuit de markt zich steeds meer op grote en uniforme koppels biggen. Anders gezegd: de zeugenhouderij heeft al een grote slag gemaakt.”

Spaanse varkenssector dijt qua volume nog uit, maar stuit op hindernissen

Duitsland: restrictief beleid remt ontwikkeling

Denemarken blijft de grote én kwetsbare zeugenhouder

Schaalvergroting en kostenverlaging in zeugenhouderij

Bij de bedrijven in de zeugenhouderij zet de huidige tendens naar schaalvergroting en kostenverlaging door, afgedwongen door de markt. In de vleesvarkenshouderij treedt een tweedeling op. De relatief kleinere bedrijven, tot een omvang van 1.500 tot 2.000 varkens, krijgen het zeer zwaar. Om een klein inkomen te genereren, moet namelijk al zeer veel omzet gemaakt worden.

Robert Hoste: “Er zijn nog maar iets van 900 bedrijven die meer dan 2.000 vleesvarkens houden, die kunnen groeien. Wat straks overblijft, is een categorie bedrijven die en groot en arbeidsextensief zijn, met ook inkomsten van buiten voor ofwel de ondernemer zelf of diens partner. Ze kunnen verder de kosten drukken door zich meer toe te leggen op het voeren van natte bijproducten, of door de eigen productie van voer, zoals CCM, op te krikken.”

Wat de effecten zullen zijn van de saneringsregeling voor de varkenshouderij, is onzeker. Hoste verwacht een krimp in het aantal varkens in de orde van 5%. Met de beschikbare € 120 miljoen haal je niet meer uit de markt.

Integratie niet ideaal

Spanje is een sterke mededinger op de varkensvleesmarkt en zal de komende 10 jaar verder opkomen, verwacht Hoste. De varkenssector is er een sterk in ketens georganiseerde branche. Hoste: “De Spanjaarden schalen heel verstandig op. De integraties zijn daarbij begonnen aan het einde, met het veilig stellen van de structurele vleesafzet. Op het moment dat de vleesvarkenshouderij is uitgebreid, komt uitbreiding van de bijbehorende zeugenhouderij aan de beurt. Momenteel importeert Spanje veel biggen, maar op een gegeven moment hebben ze zelf voldoende productie. Ga ervan uit dat dat binnen enkele jaren zo zal zijn.

Lees verder onder de grafiek.

Spanje heeft zich in het afgelopen decennium ontpopt als dé groeier op het gebied van varkensvleesproductie. Er komen echter problemen op de integraties af, zoals schaarste aan vakbekwaam personeel.

De opschaling zal vlot kunnen verlopen. Echter, integratie is in de varkenshouderij een antwoord, maar nooit het ideale antwoord. De integratie beoogt of afzet van hun producten, als de basis het voederbedrijf is, of aanvoer van slachtvarkens als het gaat om een vleesonderneming die leveringsgarantie nodig heeft.

De integraties komen vaak voort uit armoede, en bieden zekerheid aan ondernemers. Echter, de echte topproductie zie je ontstaan daar waar men moet leven met de grillen van de markt. Daardoor zal Spanje altijd wat achterblijven bij Denemarken en Nederland. En in Spanje komen meer hindernissen op het gebied van mestafzet en geuroverlast en, niet te vergeten, beschikbaarheid van professionele arbeidskrachten.”

Ketenbeheer boven schaalvergroting

Overleven vereist financiering. De banken zullen de komende jaren een behoorlijke selectie maken en nog maar 1 op de 3 varkensbedrijven willen financieren. Blijft ook Rabo investeren in de varkenshouderij? Rabobank-analist Matz Beuchel: “Zeker. Het blijft een sector die toekomst heeft. Varkensvlees is het meest gegeten stukje vlees. Er zal wat verschuiven naar specifieke concepten, maar er is absoluut toekomst.” Dat vindt ook Robert Hoste. Een krimp van de sector van 5% onder de saneringsregeling is wel definitief, denkt hij, maar het wordt niet meer. De uitbreiding van de overblijvende ondernemingen zal niet op de diverse locaties plaatsvinden, ze groeien door enerzijds meer locaties en door conglomeraatvorming.

Beuchel: “We voorzien verschuiving van familiebedrijven naar ondernemingen waarin meerdere bedrijven opgaan. Het zal niet lukken om te komen tot echte schaalvergroting, zoals je wel ziet in andere landen met grote varkensproductie, in het bijzonder Spanje. Er komt groei in de omvang van ondernemingen, maar geen concentratie in de vorm van grotere stallen. Uitbreiding is op veel locaties immers onmogelijk geworden, onder meer door emissiebeperking.”

Hoste: “Als een bovengrens aan de omvang van het varkensbedrijf wordt gesteld, roep je het failliet van de sector over je af. Dan treedt een forse kaalslag op. De bedrijven moeten kunnen doorontwikkelen, om de concurrentie met het buitenland aan te kunnen. Dat vergt nog meer focus op efficiëntie.”

In Nederland verwacht Rabobank wel meer wijziging richting integratie in de vorm van ketenbeheer. Als de hele keten in een hand komt, kan dat zorgen voor extra kostenreductie. Tot dusver heb je in de EU wat betreft integratie twee uitersten: Spanje en Nederland. Beuchel: “Nederland kan om mee te komen niet om een zekere mate van integratie heen. Dat gaat niet met grote sprongen ineens, maar zal ook geleidelijk worden afgedwongen, door de retail. Het systeem Beter Leven is een specifiek voorbeeld.”

Remmende Duitse overheid

Duitsland is divers. In het Noordwesten lijkt de sector qua bedrijfsstructuur op de Nederlandse, maar met gemiddeld veel kleinere bedrijven, dikwijls in combinatie met akkerbouw. De Duitse varkenshouderij heeft nog een achterstand qua professionaliteit en werkt hard aan verbetering van de zeugenproductiviteit.

Ook verandert de structuur van de sector. Kleinere bedrijven vallen af. Dat heeft te maken met milieu- en welzijnseisen en grote maatschappelijke weerstand tegen de varkenshouderij. De gemiddelde Duitse varkenshouder is echter behoudender dan de Nederlandse collega, die veel meer ondernemer is.

Hoste: “De bedrijven zijn in Duitsland ook kleiner als gevolg van overheidsbeleid, dat sterk restrictief is, niet alleen vanwege grondgebondenheid, maar ook fiscaal. Bij uitbreiding wordt het heel lastig om nog onder de gunstigste voorwaarden je bedrijf te kunnen uitoefenen. Het zet een rem op de schaalvergroting. Bovendien financieren in Duitsland de banken op basis van zekerheid en niet, zoals in Nederland, op basis van ondernemerschap.”

Vanuit de Duitse overheid komt er ook veel op de varkenshouders af wat betreft welzijnseisen. In oostelijk Duitsland komt meer ruimte voor productie met export naar Oost-Europa, van zowel vleesvarkens als biggen.

Lees verder onder de foto.

De zeugenhouderij in Denemarken is specialistisch, maar daardoor ook gevoelig voor kostenverhogende aanscherping van welzijnseisen. - Foto: Jan Willem Schouten
De zeugenhouderij in Denemarken is specialistisch, maar daardoor ook gevoelig voor kostenverhogende aanscherping van welzijnseisen. - Foto: Jan Willem Schouten

Veroordeeld tot biggen

In Denemarken draait de varkenshouderij op het oog uitstekend. De coöperatieve aanpak lijkt te werken. De Denen staan technisch aan de top, vooral met hun enorme biggenproductie. Biedt dit de Deense varkenshouderij positievere vooruitzichten? Wat betreft kostprijs wel en ze hebben ook gunstige vooruitzichten op de afzetmarkt. Zowel met biggen als, in mindere mate, met varkensvlees.

Een zwak punt van de Deense sector is de financiering, vanwege sterke verbondenheid met de kapitaalmarkt. Een deel van het benodigde kapitaal in de varkenshouderij komt van beursgenoteerde investeringsvehikels. Door de financiële crisis in 2008-’09 is de grondwaarde gedaald; het vertrouwen van beleggers in de varkenshouderij kreeg daardoor een deuk.

De Denen leggen steeds meer accent op de zeugenhouderij. Momenteel is het aantal zeugen behoorlijk stabiel op ongeveer 1 miljoen. De zeugenhouderij is heel kostenefficiënt. Daarmee kan Denemarken, net als Spanje, concurreren. Een probleem is echter de opbrengst van vleesvarkens. De Deense vleesvarkenshouders kunnen niet meekomen met de concurrentie in Duitsland. Dat komt doordat ze minder betaald krijgen. Hierdoor loopt het aantal Deense slachtingen per jaar met een half miljoen terug. Levende export schiet niet op, wegens de hoge transportkosten (€ 10 tot € 11 per varken). Vorig jaar was een moeilijk jaar vanwege lage vleesprijzen, momenteel zijn de biggen erg duur. Dat remt de ontwikkeling van vleesvarkenshouders en het gesloten bedrijf.

De concentratie op biggenproductie werkt tot nog toe erg goed, maar maakt de Deense sector tevens kwetsbaar. Op termijn kan verzwaring van welzijnseisen (vrij lopende kraamzeugen) een ‘game changer’ zijn, omdat het de productiekosten per big flink verhoogt, met naar schatting € 3 per big.

Eén reactie

  • varken23

    Er gaat nog veel veranderen, komen wereldwijd steeds meer bedrijven met 100.000 + zeugen bij. Schaalvergroting gaat nieuwe vormen aannemen, schaalvergroting 2.0.

    Hoe zien de kostenreductie en het verdienmodel eruit wanneer de keten in één hand komt? En wat betekent dat voor de boer?

Of registreer je om te kunnen reageren.