Varkenshouderij

Achtergrond

Ingangscontrole bijproducten varkens kan beter

Varkenshouders die bijproducten aanvoeren hebben de geleverde kwaliteit deels zelf in de hand door een strikte ingangscontrole uit te voeren. Dat kan op veel bedrijven stukken beter.

De tijd dat het voeren van bijproducten grote risico’s voor de gezondheid van de varkens (en mensen) met zich meebracht is voorbij. Risicoproducten zijn grotendeels van de markt en met GMP+ en Securefeed zijn er veel betere controlesystemen. Ook heeft er een schifting plaatsgevonden waarbij handelaren en leveranciers met een slechte reputatie zichzelf uit de markt hebben geprijsd.

Verschillen met mengvoeders

Toch blijven er qua risico’s voor de varkenshouder belangrijke verschillen met mengvoeders. Zo zijn er meer schommelingen in samenstelling, het is nog altijd deels een handelsmarkt en de kans op bacteriën en gisten is in vochtrijke producten groter dan in droge (meng)voeders. Ook is het aantal varkens dat wordt gevoerd uit 1 voerkeuken veel groter dan vroeger, waardoor schade direct groot is. Om dat te tackelen, blijft het belangrijk om als varkenshouder zelf secuur te blijven op wat er op het bedrijf binnenkomt: de ingangscontrole.

Lees verder onder de foto

Het lossen van vochtrijke bijproducten op een varkensbedrijf. De mate waarin varkenshouders een ingangscontrole uitvoeren is sterk wisselend. - Foto: Bert Jansen
Het lossen van vochtrijke bijproducten op een varkensbedrijf. De mate waarin varkenshouders een ingangscontrole uitvoeren is sterk wisselend. - Foto: Bert Jansen

Grote verschillen in de praktijk

Twan van de Moosdijk, accountmanager grondstoffen en concentraten bij Voergroep Zuid, ziet wat dat betreft grote verschillen in de praktijk; van varkenshouders die geen enkele controle doen, tot bedrijven waar elke vracht wordt beoordeeld en waar een strikt protocol aan ten grondslag ligt. Hij merkt dat een deel van de varkenshouders zich nog altijd onvoldoende bewust is van de negatieve gevolgen van afwijkingen in het voer. Dat weten de leveranciers ook. “Niet controleren is de kat op het spek binden.”

Wisselende samenstelling

Afwijkingen in geleverde bijproducten kunnen zowel met het product te maken hebben als met de leverancier. Een aantal producten, zoals tarwezetmelen, staat erom bekend dat samenstellingen kunnen wisselen. En sommige leveranciers hebben een betere naam dan andere. Wat volgens Van de Moosdijk niet wil zeggen dat afwijkingen bewust worden gemaakt. “In de meeste gevallen gebeurt het niet met kwade bedoelingen. Maar er is wel verschil in hoe secuur leveranciers werken. Sommigen zoeken de grens wat meer op dan anderen.”

Matrix met voederwaarden

Daar komt bij dat niet elke vracht overeenkomt met de aangeleverde matrix met voederwaarden van het product. Als het goed is werken fabrikanten wel regelmatig hun matrix bij op basis van de meest recente gegevens. Een deel van de voerfabrikanten verzamelt zelf informatie over actuele bepalingen van voederwaarde en kwaliteit en past op basis daarvan de waarden aan. Dat kan niet van elke vracht, dus belangrijk zijn de eigen drogestofmeting door de varkenshouder en de correcte instelling in de brijvoercomputer.

4 stappen om risico’s met bijproducten uit te sluiten

Beoordeel

  • Doe alleen zaken met betrouwbare partijen die minimaal GMP+-gecertificeerd zijn.
  • Eis dat een productstroom telkens van dezelfde fabriek afkomstig is. Hoe meer spreiding in samenstelling, hoe belangrijker.
  • Let erop dat monsters op de juiste manier zijn genomen en een goede doorsnede zijn van de vracht.
  • Probeer zoveel mogelijk bij het lossen van de bijproducten aanwezig te zijn.

Controleer

  • Beoordeel van elke partij die binnenkomt door te kijken, te proeven en te ruiken. Een afwijking betekent niet lossen.
  • Bepaal met eigen apparatuur de droge stof en pH van elk geleverd product. Reclameer direct als u afwijkingen vindt.
  • Overweeg een eigen weegbrug om de vrachtwagen vol en leeg te wegen.
  • Laat steekproefsgewijs producten onderzoeken op voederwaarde en hygiënische kwaliteit.

Registreer

  • Bewaar per productsoort de monsters van drie vrachten. Zet ze visueel bij elkaar zodat een afwijking direct opvalt.
  • Zorg dat alle afleverbonnen compleet en correct zijn afgegeven. Maak eventueel een plaats waar de chauffeur deze samen met het monster kan achterlaten.
  • Noteer alle afwijkingen die opvallen bij het aanmaken en voeren, ook afwijkingen bij de varkens die het mengsel vreten.

Monitor

  • Werk samen met varkenshouders om actuele informatie en laboratoriumuitslagen van producten te delen.
  • Neem stelselmatig, bijvoorbeeld één keer per maand, een monster van de eindbrij en laat deze qua voederwaarde en kwaliteit beoordelen.
  • Neem bij het overleg met de voeradviseur de kwaliteit van de bijproducten mee. Laat hem of haar regelmatig de opslag en het proces beoordelen.

Strak protocol

De betere bedrijven voeren structureel de handelingen uit zoals ze bovenaan de pagina’s staan beschreven: beoordelen, controleren, registreren en monitoren. Dat vraagt een strak protocol en inzet van de ondernemer en eventueel personeel om dat trouw te volgen.

Voor de kosten hoeft een ondernemer het niet te laten; voor minder dan € 1.000 heeft hij een drogestofmeter in huis; de nauwkeurigste (Mettler) zijn wel dubbel zo duur. Een automatische pH-meter kost een paar honderd euro maar er zijn ook goedkopere handmatige alternatieven. Maar de meeste onderdelen van ingangscontrole kosten niets. Denk aan een protocol maken, alert zijn op leveranciers en hun producten, met eigen ogen producten beoordelen en ervaringen delen met de voerfabrikant en andere varkenshouders.

Snel en nauwkeurig bepalen

Als leverancier van bijproducten geeft Angri van Schijndel, verkoopleider varkensvoeders bij Bonda, aan dat de kwaliteitseisen van bijproducten hoog zijn. Toch adviseert hij varkenshouders zelf altijd alert te blijven en nauwkeurig te werken. “We hebben een eigen nauwkeurige werkwijze rondom het nemen van monsters, maar er kan altijd een verschil optreden. Bij een te grote afwijking krijgt de varkenshouder het verschil terugbetaald.”

Lees verder onder de foto

Het meten van de droge stof en pH zijn twee handelingen die de varkenshouder relatief goedkoop en eenvoudig zelf kan uitvoeren. Afwijkingen kan hij direct communiceren met de leverancier. - Foto: Bert Jansen
Het meten van de droge stof en pH zijn twee handelingen die de varkenshouder relatief goedkoop en eenvoudig zelf kan uitvoeren. Afwijkingen kan hij direct communiceren met de leverancier. - Foto: Bert Jansen

Bij mengproducten wordt de droge stof berekend aan de hand van de gehalten in de oorspronkelijke producten. Ook wordt van de eerste vracht van een nieuwe partij een monster geanalyseerd op onder andere droge stof en voederwaarde.

Bonda heeft ook een protocol voor het beoordelen van de hygiënische kwaliteit, zoals bacteriën en gisten. “Maar deze ontstaan vaak pas na het lossen en het hangt ook sterk van de omstandigheden op het bedrijf af.” Ook op dat vlak adviseert hij varkenshouders zelf proactief te blijven, naast het secuur werken met de bijproducten, om problemen te voorkomen.

Monsters zo snel en nauwkeurig mogelijk nemen

Om goed beslagen ten ijs te komen, moet de varkenshouder de monsters zo snel en zo nauwkeurig mogelijk nemen en beoordelen. “Door omzettingen kan de samenstelling anders zijn dan die de fabrikant opgeeft.” Een belangrijk detail daarbij is de werking van de droogstoof; met zand of speciaal papier erin geeft deze de meest betrouwbare meting bij een vloeibaar product, aldus Van Schijndel.

Er zijn dus nog stappen te zetten in het verbeteren van de ingangscontrole. Dat blijft belangrijk, ondanks de algehele verbetering van de kwaliteit en het gebruik van controlesystemen.

NIRS-analyse

Bram van den Oever, nutritionist varkens bij ForFarmers, verwacht dat controlemogelijkheden de komende jaren sneller en goedkoper worden. Van den Oever heeft wat dat betreft hoge verwachtingen van de zogenoemde NIRS-analyse (Nabij Infrarood Reflectie Spectroscopie). ForFarmers voert deze al uit voor een reeks droge grondstoffen en een aantal vochtrijke diervoeders zoals tarwegistconcentraat. “Met deze techniek is van elke vracht een nauwkeurige analyse van de voederwaarde te maken.” Bij NIRS wordt op basis van de absorptie van licht in een monster en een ijklijn een nauwkeurige bepaling voor de diverse onderdelen van de samenstelling.

Lees verder onder de foto

Het is raadzaam om van elk geleverd bijproduct een monster te bewaren. Als per bijproduct meerdere monsters naast elkaar staan vallen afwijkingen ten opzichte van vorige vrachten direct op. - Foto: Henk Riswick
Het is raadzaam om van elk geleverd bijproduct een monster te bewaren. Als per bijproduct meerdere monsters naast elkaar staan vallen afwijkingen ten opzichte van vorige vrachten direct op. - Foto: Henk Riswick

NIRS-apparaat veel te duur voor varkenshouder

De moeilijkheid zit in het maken van een nauwkeurige en betrouwbare ijklijn. Ook de kosten houden een brede toepassing nog tegen; met tienduizenden euro’s is een NIRS-apparaat voor de gemiddelde varkenshouder veel te duur. Van den Oever verwacht echter dat de komende jaren voor veel meer producten een NIRS-analyse mogelijk wordt. “We verwachten dat prijzen van apparatuur gaan dalen en dan komt aanschaf door varkenshouders zelf in beeld. Varkenshouders kunnen dan zelf de kwaliteit van bijproducten direct inschatten.”

Controle maakt juridisch sterker

Mochten op het bedrijf of verderop in de keten problemen ontstaan door afwijkingen in bijproducten dan kan een correcte ingangscontrole helpen. Elke producent is aansprakelijk voor eventuele schade die zijn product veroorzaakt. Bij fouten in een partij bijproducten kan de varkenshouder de schade verhalen op de leverancier. Deze beperken echter meestal hun aansprakelijkheid in hun leveringsvoorwaarden, zoals dat ze alleen aansprakelijk zijn als producten zijn bewerkt en ook nog tot een bepaald maximum.
Om juridisch sterker te staan, kan een varkenshouder verschillende dingen doen.
Door een goede ingangscontrole laat een ondernemer zien het maximale te hebben gedaan. Dat geldt ook voor louter voeders betrekken van GMP+-gecertificeerde bedrijven. Voor GMP+ moet de producent van het voedermiddel onder andere een risicoanalyse gebaseerd op HACCP uitvoeren. Fraude is echter in geen enkel systeem uit te sluiten. Eigen afname- of leveringsvoorwaarden maken een ondernemer minder kwetsbaar rondom aansprakelijkheid. Dat gebeurt nog nauwelijks.

Lees ook: ‘Groter aandeel bijproducten vergt veel kennis’

Of registreer je om te kunnen reageren.