Varkenshouderij

Achtergrond

‘Geen beleid tegen Nederlandse varkens’

Het Duitse Westfleisch slacht minder Nederlandse varkens. Dat is geen strategie, zegt topman Steen Sönnichsen, maar een gevolg van de marktontwikkelingen.

Topman Steen Sönnichsen van het Duitse Westfleisch is goed gehumeurd als hij begin mei aan het werk is op het hoofdkantoor van het vleesbedrijf, in Münster. De recent sterke stijging van de varkensprijs heeft duidelijk geen nadelige invloed op zijn gemoed. Afrikaanse varkenspest in China zet de varkensmarkt op zijn kop en maakt de varkens opeens duur. Sönnichsen was daarom half mei ook hoogstpersoonlijk op de foodbeurs Sial in Shanghai. In China ‘gebeurt het’ momenteel. Op de Sial heeft Westfleisch een stand en spreekt hij met vertegenwoordigers van de Chinese autoriteiten.

Sönnichsen is geboren in Denemarken en woont en werkt al 30 jaar in Duitsland. Het merendeel van deze periode voor het Deense vleesbedrijf Danish Crown, maar sinds eind 2017 voor Westfleisch. Daar is hij directeur landbouw en verkoop.

Om te beginnen, hoe ziet u de ontwikkelingen in China?

“De Afrikaanse varkenspest in China heeft grote invloed op de varkensmarkt. De Chinese vleestekorten zijn de belangrijkste reden voor de recent stijging van de varkensprijs. Daarnaast is in deze tijd van het jaar de Europese vraag naar varkensvlees doorgaans ook goed. Dan gaat na 2 financieel zware jaren voor de varkenshouderij de prijs ineens snel omhoog. Waar dit eindigt, weet ik niet.

Desondanks vermoed ik dat de recente opleving van de varkensprijs langer aanhoudt dan in 2016, toen China ook ineens veel vlees importeerde en de prijs omhoogschoot. Toen kocht China niet alleen bijproducten, maar ook hoogwaardige delen van het varken. Dat gaat nu vermoedelijk weer gebeuren.

Het is bekend dat China ernaar streeft om zelfvoorzienend te zijn voor vlees. Desondanks valt te verwachten dat het land komende jaren grote volumes varkensvlees blijft importeren. Het AVP-virus richt veel schade aan en het herstel van de Chinese varkensvleesproductie gaat normaal gesproken enige jaren duren. Voor Europese varkenshouders kan dit financieel goed uitpakken.”

Lees verder onder de foto

Steen Sönnichsen (51) kwam 30 jaar geleden naar Duitsland en bekleedde verscheidene functies bij de Deense vleesgigant Danish Crown. Sinds eind 2017 is hij directeur landbouw en verkoop bij Westfleisch. Samen met Carsten Schruck en Johannes Steinhoff heeft hij de dagelijkse leiding over de coöperatieve vleesverwerker. - Foto: Ronald Hissink
Steen Sönnichsen (51) kwam 30 jaar geleden naar Duitsland en bekleedde verscheidene functies bij de Deense vleesgigant Danish Crown. Sinds eind 2017 is hij directeur landbouw en verkoop bij Westfleisch. Samen met Carsten Schruck en Johannes Steinhoff heeft hij de dagelijkse leiding over de coöperatieve vleesverwerker. - Foto: Ronald Hissink

Dat is een opsteker, maar vertraagt het de ontwikkeling van de sector niet? Denk aan de ontwikkeling van nieuwe welzijnsconcepten?

“Het hoeft niet per se nadelig te zijn. In Duitsland zijn er veel thema’s die om een oplossing schreeuwen. Denk aan castratie, boxen in de dekstal en de mestwetgeving. Begin dit jaar lanceerde het federale landbouwministerie een dierenwelzijnslabel met 3 niveaus. De supermarkten hebben al een label. Ik hoop dat in Duitsland een landelijk keurmerk komt voor varkensvlees, net als Beter Leven in Nederland. Als varkenshouders de garantie hebben dat zij hun meerkosten betaald krijgen, willen ze zeker investeren in concepten met meer dierenwelzijn.

Voor de varkenshouderij is een landelijk, uniform label belangrijk, waarbij de boeren hun meerkosten vergoed krijgen. Ik denk dat de hele vleessector dat vindt. Alleen met een eenduidig, sterk label zijn we in staat de consument te bereiken.”

Moet de acceptatie van varkensvlees beter?

“Zeker weten, de consumptie zakt. Maar niet alleen de acceptatie, ook de smaakbeleving van varkensvlees moet beter. In alle drukte over dierenwelzijn en concepten mogen we het product niet vergeten. Wij voeren hier bij Westfleisch die discussie ook. Wij willen sterk doorgroeien in worst- en versproducten en kant-en-klaarvlees. Vlees moet in de eerste plaats lekker zijn. Varkens worden steeds magerder. We staan daarom ook stil bij de mogelijkheid om meer vet op het varken te krijgen, zodat het vlees lekkerder wordt. Het is echter niet zo dat we snel met nieuwe afrekentabellen komen voor varkens met meer spek.”

De export van Nederlandse slachtvarkens naar Duitsland neemt af. Hoe kan dat?

“Wij krijgen aanzienlijk minder Nederlandse varkens aan de haak omdat we geen loonslachtingen meer uitvoeren van Nederlandse Beter Leven-varkens. Dat vinden we geen probleem; loonslachten past niet in onze strategie. We slachten nu wekelijks tussen de 6.000 en 7.000 varkens van Nederlandse herkomst, deels van contractleveranciers. Deze slachten we allemaal in Oer-Erkenschwick.

De Nederlandse slachterijen zijn tegenwoordig op vrijwel alle exportmarkten actief en kunnen zodoende een concurrerende varkensprijs betalen. Dat houdt de varkens in Nederland. Maar wij hebben absoluut geen beleid tegen Nederlandse varkens.”

Oké, maar wel beleid vóór Nederlandse varkens?

“Nee, dat net zomin. Wel hebben we de flexibiliteit om meer Nederlandse varkens te slachten, mocht dat nodig zijn. Met varkens geboren en opgegroeid in Duitsland kunnen wij het beste uit de voeten.

China eist van ieder exportland dat de varkens daar geboren zijn en geslacht worden in een erkende slachterij. De Duitse retail verlangt varkens die in eigen land zijn opgegroeid en geslacht. Een big afkomstig uit Denemarken of Nederland is voor de supermarkten dus geen probleem. Voor Nederlandse varkens hebben wij zodoende een beperktere markt, alleen in de industrie en voor afzet in Europa.”

Dan maar Nederlandse biggen?

“Daar gaan wij niet over. Het is aan onze leveranciers, de vleesvarkenshouders, welke biggen zij opleggen in hun stallen. Van de varkens die wij aan de haak krijgen, is 75% geboren in Duitsland. De Duitse varkenssector zal proberen de eigen zeugenhouderij in de benen te houden. Niettemin kan Duitsland niet zonder importbiggen, omdat de mest- en slachtcapaciteit de biggenproductie overtreft. Wij stellen geen grens aan Nederlandse biggen.”

Westfleisch krijgt voornamelijk contractvarkens aan de haak

Westfleisch slacht jaarlijks rond 8 miljoen varkens. Het merendeel van de aanvoer, 5,5 miljoen varkens, is afkomstig van contractbedrijven. Onder de naam Bestschwein heeft de coöperatie een overeenkomst met de boeren. Westfleisch belooft daarbij de varkens af te nemen en de varkenshouder dient de varkens aan Westfleisch te leveren. Voor de betaling van de contractvarkens wordt gewerkt met een meer wekenprijs. Aan het eind van het jaar komen de contractleveranciers in aanmerking voor een bonus, mits de coöperatie goed draait. Over 2018 is 40 cent per contractvarken bonus uitgekeerd.

Hoe staat Westfleisch tegenover beren mesten?

“Vanaf 2021 geldt in Duitsland een verbod op het onverdoofd castreren van varkens. De opties zijn algehele narcose met isofluraan, beren mesten of immunocastratie. We willen de boeren de maximale ruimte bieden om zelf te kiezen voor welke optie zij gaan. Voor beren is echter beperkt afzet. We hebben tot halverwege 2020 de tijd om daar een weg in te vinden.

We hopen dat voor 2021 lokale verdoving ook wordt toegestaan, net zoals in Denemarken het geval is. Ik vrees echter dat dit niet lukt. Het ontbreekt namelijk aan een onderbouwing dat castratie geheel pijnloos verloopt na een lokale verdoving. Het steekt ons dat er op dit gebied geen gelijk speelveld is voor de varkenshouderij.

De Duitse biggenproducenten zijn in het nadeel ten opzichte van hun collega’s in Denemarken of Zweden als zij geen lokale verdoving mogen toepassen. Voor alle Europese varkenshouders zouden dezelfde regels moeten gelden.”

Jullie hebben grote investeringsplannen. Betekent dat meer varkens slachten?

“Nee, niet bij voorbaat. De ‘Strategie 2025’ voor onze varkensdivisie willen we komende 3 maanden afronden. Centraal in de visie staat flexibiliteit en efficiency. Het gaat niet primair om meer varkens slachten, maar om waarde toevoegen.

We willen over 25 jaar nog een gezonde coöperatie zijn voor onze leden. Daarom is het belangrijk dat we efficiënt werken en ons snel kunnen aanpassen aan de markt. Onderdeel van deze flexibiliteit is wel dat we direct meer kunnen slachten als dat nodig is. We slachten nu varkens in Coesfeld, Oer-Erkenschwick, Gelsenkirchen en Hamm. De gezamenlijke capaciteit is wekelijks 165.000 varkens.”

Smaakt jullie gezamenlijk zeugenvleesverwerking met Danish Crown naar meer?

“Nee, dat is niet het geval. Onder de naam WestCrown verwerken we wekelijks 13.000 à 14.000 zeugenkarkassen. Deze samenwerking verloopt goed. Zeugen vormen een kleine markt en daarom is samenwerken zinvol. De samenwerking met Danish Crown wordt niet uitgebreid. Voor de overige activiteiten blijven we concurrenten.”

Of registreer je om te kunnen reageren.