Varkenshouderij

Achtergrond

Volop investeringen in slachterijen

Nederlandse slachterijen ontwikkelen door. Vergeleken met andere landen kan de slachtsector goed mee.

De tijd dat de Nederlandse slachtsector in het nieuws kwam vanwege een overschot aan slachthaken, sanering en faillissementen lijkt voorbij. De afgelopen jaren wordt veel vaker over investeringen gesproken.

De grote slachterijen investeren in hun locaties. Westfort heeft bijvoorbeeld een compleet nieuwe fabriek gebouwd - foto: Paul Dijkstra.
De grote slachterijen investeren in hun locaties. Westfort heeft bijvoorbeeld een compleet nieuwe fabriek gebouwd - foto: Paul Dijkstra.

Zo bouwt Westfort in IJsselstein (U.) een compleet nieuwe slachterij. Ook Van Rooi Meat heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in slachtcapaciteit en verwerking. De slachterij van nieuwkomer Pali heeft net een grote uitbreiding en opknapbeurt achter de rug. Marktleider Vion heeft de capaciteit van hoofdvestiging Boxtel – na het sluiten Helmond, Druten, Meppel en Lichtenvoorde – uitgebreid en investeert dit jaar nog eens € 35 miljoen.

Het verbeteren van de slachtefficiëntie is een belangrijke rode draad bij de investeringen. Ze verlagen exploitatiekosten dankzij nieuwe technieken en logistieke indeling. Ook gaat de slachtcapaciteit omhoog. Omvang is nodig om efficiënt te werken en interessante afzetmarkten (bijvoorbeeld in Azië) te bedienen.

Van 58 naar 8 slachtlocaties

In 1986 telt Nederland 58 varkensslachterijen. In 2019 zijn er nog 8 slachtlocaties van 6 bedrijven. Het aantal varkensslachtingen bedraagt nu ongeveer 15,7 miljoen per jaar of ruim 300.000 varkens per week.

Veruit de grootste varkensslachter is nog altijd Vion met circa 140.000 slachtingen per week op drie locaties. Daarmee neemt Vion 47% van het aantal binnenlandse slachtingen voor zijn rekening. In 2005 was dat nog 59%.

Van Rooi Meat zag het aandeel – met 55.000 varkens per week – in diezelfde periode stijgen van 4 naar 17%. Westfort slacht ongeveer 50.000 varkens; Compaxo slacht zo’n 35.000 varkens per week.

Hekkensluiters van de middelgrote slachterijen zijn Gosschalk – met naar schatting iets minder dan 10.000 varkens per week – en nieuwkomer Pali.

Dit laatste bedrijf slacht wekelijks circa 15.000 varkens waarvan de meeste in de voormalige slachterij van De Wit in Geldrop (N-Br.). Daarnaast worden wekelijks nog enkele duizenden varkens in kleine slachterijen verwerkt.

‘Slachtkracht’ per land

Ook buitenlandse slachterijen investeren. Een objectieve vergelijking tussen de ‘slachtkracht’ van verschillende landen is niet mogelijk, geven sectordeskundigen aan. De moderniteit en efficiëntie verschillen meer tussen slachterijen dan tussen landen.

Wel is er een aantal kenmerken en omstandigheden dat iets zegt. Onder dit artikel zijn ze voor vier landen op een rij gezet. Een gemeenschappelijk probleem is dat slachtaantallen en consumptie in Europa onder druk staan.

In de slachtsector wordt ‘100.000 per week’ wel eens als aantal genoemd om bij de blijvers te horen

In beginsel heeft een slachterij een minimale omvang nodig om efficiënt te draaien. In de slachtsector wordt de ‘100.000 per week’ wel eens genoemd als aantal om bij de blijvers te horen. Dat geldt met name voor de exportgerichte slachterijen. Vion tikt dit aantal in Boxtel bijna aan.

Er past echter een nuancering. Elke slachterij heeft immers een eigen structuur en stromen in aan- en afvoer. Het is net zo onvergelijkbaar als een biologisch varkensbedrijf met regionaal keurmerk of een groot zeugenbedrijf in Oost-Duitsland. Beide kunnen goed draaien en winst maken, of juist niet.

De modernste installaties in Duitsland zijn van marktleider Tönnies - foto: Hans Prinsen.
De modernste installaties in Duitsland zijn van marktleider Tönnies - foto: Hans Prinsen.

Historisch bepaald

In Duitsland heeft marktleider Tönnies de modernste installaties, gevolgd door Westfleisch, Vion en Danish Crown. Volgens Albert Hortmann-Scholten, marktdeskundige van de Landwirtschaftskammer in Oldenburg, is het verschil vooral historisch bepaald.

“Vion kampt met een erfenis van tientallen slacht- en verwerkingslocaties. Dat geeft een achterstand op Tönnies, een familiebedrijf dat naast de thuislocatie in Rheda slechts drie andere efficiënt gegroeide locaties heeft.”

Tönnies zet in op buitenlandse groei, bij Vion is de efficiencyslag nog niet afgerond en Westfleisch zit er wat tussenin

Vion heeft nu nog 9 slachtlocaties. Tönnies zet in op groei in het buitenland, met name het Verenigd Koninkrijk. De efficiencyslag bij Vion is nog niet afgerond, zo verwacht Hortmann-Scholten.

Westfleisch zit er wat dat betreft tussenin; het bedrijf gebruikte het verzekeringsgeld van de afgebrande locatie in Paderborn om andere slachtlocaties te updaten in plaats van te herbouwen. Nu liggen er plannen om in de locatie Coesfeld te investeren om 100.000 varkens per week te slachten. Ook andere locaties krijgen een update.

Danish Crown kwam destijds naar Duitsland voor de lage lonen, maar dat verschil is steeds kleiner geworden. Er zijn nauwelijks investeringen en het Deense bedrijf focust zich in Duitsland meer op rund- dan op varkensvlees.

Danish Crown is onbetwist marktleider in Denemarken. Het bedrijf wil de concurrentiepositie en uitbetalingscapaciteit vergroten door meer te focussen op Azië - foto: Henk Riswick.
Danish Crown is onbetwist marktleider in Denemarken. Het bedrijf wil de concurrentiepositie en uitbetalingscapaciteit vergroten door meer te focussen op Azië - foto: Henk Riswick.

Locaties gesloten

In Denemarken is Danish Crown wel onbetwist marktleider. Tönnies heeft enkele jaren geleden twee locaties gekocht (Tican en Brorup). Het land kampt al jaren met teruglopende slachtcijfers en kan in uitbetaling moeilijk mee.

3 jaar geleden heeft Danish Crown een ambitieplan opgesteld om de concurrentiepositie en uitbetalingscapaciteit te vergroten. Dat wil het bedrijf onder andere doen door te focussen op Azië.

Het lukt Danish Crown nog niet om investeringen in het Verenigd Koninkrijk succesvol te maken

Danish Crown benut niet de volledige capaciteit, ziet Markus Fiebelkorn, marktanalist bij Danske svineproducenter. Daardoor is al een aantal locaties gesloten en er volgen er meer.

Fiebelkorn ziet dat de locaties qua moderniteit en efficiëntie redelijk tot goed bij de tijd zijn, wat te danken is aan investeringen de afgelopen 20 jaar. “De hoge lonen hebben de noodzaak tot efficiënte slachtlocaties met hoge mate van automatisering versterkt.”

De slechte verdiensten van de afgelopen jaren maken echter dat nieuwe investeringen uitblijven. In tegenstelling tot Tönnies lukt het Danish Crown (nog) niet om investeringen in het Verenigd Koninkrijk succesvol te maken. In Polen gaat het wel beter.

Kleine slachthuizen

Tot slot de situatie in België. Typerend is de sterke integratie; naar schatting wordt de helft van het varkensvlees onder contract geproduceerd. Retailers zijn steeds meer bepalend. Desondanks is de vleesproductie sterk exportgericht.

België heeft een fusiegolf achter de rug. Drie jaar geleden smolten Covalis en Westvlees samen tot de Belgian Pork Group en werd daarmee met 4 miljoen varkens per jaar marktleider in België.

België kent een aantal moderne slachterijen, maar heeft ook vele kleine slachthuizen

De slachthuisgroepen Noordvlees Van Gool en Vanden Avenne bouwden samen het nieuwe slachthuis ‘Sus Campiniae’ met een capaciteit van 40.000 varkens per week. Debra Meat, de slachterij die vorig jaar negatief in het nieuws kwam, is vorig jaar gefuseerd met Groep Goossens en heeft deels nieuwgebouwd. Het land kent dus een aantal moderne slachterijen, maar daarnaast zijn er ook vele kleine slachthuizen.

Varkens worden gelost in een Belgisch slachthuis - foto: Fotostudio Atelier 68.
Varkens worden gelost in een Belgisch slachthuis - foto: Fotostudio Atelier 68.

Nederland

Aantal slachtingen per jaar: 15,1 miljoen
Aantal grote slachtlocaties: 8
Top 3: Vion 140.000 varkens per week, Van Rooi Meat 55.000, Westfort 50.000
Grootste slachthuis: Vion Boxtel (90.000 per week)

+

efficiëntieslag gemaakt

+

marktconforme uitbetaling

-

concurrentie levende export Duitsland

-

volgend in varkensprijs

-

sterke ngo's; onder maatschappelijk vergrootglas

 

België

Aantal slachtingen per jaar: 11,1 miljoen
Aantal slachtlocaties: circa 15
Top 3: Belgian Porc Group 75.000 varkens per week, Noordvlees van Gool 65.000, Debra Meat 38.000
Grootste slachthuis: Sus Campiniae (40.000 per week)

+

recente fusies en samenwerking

+

sterke integraties met concepten

-

economie varkenssector, versterkt door AVP

-

veel kleine vleesbedrijven

-

schandalen in slachterijen

 

Denemarken

Aantal slachtingen per jaar: 17,7 miljoen
Aantal grote slachtlocaties: 9
Top 3: Danish Crown 260.000 slachtingen week, Tican 34.000, Brorup 32.000
Grootste slachthuis: Horsens van Danish Crown (88.000 per week)

+

hoog niveau automatisering

+

historie van concentratie en efficiency

-

jaarlijks afname vleesvarkens

-

slecht resultaat, lage investeringen

-

hoge loonkosten, duur slachten

 

Duitsland

Aantal slachtingen per jaar: 54,7 miljoen
Aantal grote slachtlocaties: meer dan 100
Top 3: Tönnies 395.000 slachtingen per week, Westfleisch 165.000, Vion 160.000
Grootste slachthuis: Tönnies Rheda (156.000 per week)

+

sterke, ambitieuze marktleider

+

moderne en efficiënte slachtlocaties

-

kostprijsvoordeel loonkosten verdampt

-

kleine en inefficiënte slachtlocaties

-

dure investeringen in monitoring

Of registreer je om te kunnen reageren.