Varkenshouderij

Achtergrond

Lessen van 30 jaar mest verwerken

De historie van mest verwerken laat een lijst van initiatieven zien waarvan een deel nooit begon of snel van de markt verdween. Er zijn ook successen. Daaruit zijn enkele belangrijke lessen te trekken.

Mestverwerking kent een decennialange geschiedenis van vallen en opstaan, een hele reeks mislukkingen en veelvoud aan plannen die nooit ten uitvoer zijn gekomen. Symbolisch is Promest, dat in begin jaren 90 een tijdperk van grootschalige mestverwerking had moeten inluiden. Binnen 3 jaar was de fabriek gesloten.

Technieken mestverwerking

In de jaren erna zijn tientallen initiatieven op de markt gekomen. Volgens Jan Pijnenburg, mestspecialist bij DLV Advies, is het verschil tussen slagen en mislukken maar voor een beperkt deel van technische aard. “Op een uitzondering daargelaten werken alle technieken. Zelfs bij Promest was dat niet het grootste probleem. Het zijn omstandigheden die niet kloppen.” Dat geldt ook voor mislukte concepten als Funki Manura en Aqua Purga, maar is volgens hem nog steeds actueel.

De meeste systemen maken tegenwoordig gebruik van de beproefde techniek van scheiden met een schroef- of zeefbandpers, flotatie en omgekeerde osmose. Wat resteert is een mineralenconcentraat, een dikke fractie en loosbaar water. Er zijn wat varianten in opstelling en gebruik van hulpstoffen.

Lees verder onder de afbeelding.

Verschillende manieren

De geschiedenis leert dat mestverwerking op veel verschillende manieren is ingevuld. Dat bepaalde mede de kans op succes. Twee grote fabrieken, BMC Moerdijk en SMG, voeren de lijst aan qua capaciteit, beide zijn succesvol. De eerste is verbranding van pluimveemest, de tweede verwerking van kalvergier. In beide sectoren heeft een deel van de ondernemers zich geconformeerd aan meerjarige afspraken, iets wat destijds met Promest niet lukte.

Met name in de jaren 90 en van 2000 tot 2010 kwamen commerciële partijen op de markt met een totaalconcept zoals Agramaat, Mestec, Funki Manura en Aqua Purca, alle voor verwerking op bedrijfsniveau. Ze hebben hooguit een paar jaar gedraaid. Meer recentelijk wil het Duitse RMS op meerdere locaties in Nederland een grote installatie bouwen.

Lees verder onder de afbeelding en kader.

Lessen van 30 jaar mest verwerken

‘Kostprijs lag stuk hoger dan was begroot’

Bij Houbensteyn in Ysselsteyn (L.) heeft aan het begin van deze eeuw de Funki Manura gedraaid. “Een van de eerste varkensbedrijven met het systeem”, herinnert directeur Martin Houben zich van die periode. “We voelden de noodzaak om mest te verwerken. We hebben het systeem in Denemarken bekeken en hadden er wel vertrouwen in.”

De praktijk bleek een stuk weerbarstiger. “Er lagen twee uitdagingen”, vertelt Houben. “Het proces verliep niet goed omdat onze mest van varkens op brijvoer anders is dan die in Denemarken. Daardoor lag de kostprijs een stuk hoger dan begroot.” Ook waren prijzen op de mestmarkt inmiddels fors gedaald zodat het goedkoper was om de mest af te zetten dan te verwerken. Toen Funki ook nog eens failliet ging, viel de ondersteuning weg en luidde dat het einde in van de Manura op Houbensteyn.

Dat afscheid betekende niet het einde van mestverwerking op het bedrijf. In 2005 bouwde Houben een vergister die nog steeds draait. De digestaat wordt gehygiëniseerd en geëxporteerd. Een deel wordt gescheiden waarbij de dikke fractie naar Frankrijk gaat en de dunne naar Duitsland. “Ik geloof nog zeker in mestverwerking en er gebeurt ook veel. Ik zie vooral toekomst in afzet van mestkorrels.”

Mestpioniers

Er zijn de mestpioniers, zoals Van Kempen, Van Balkom en Willems, die veel tijd en geld in hun eigen systemen hebben gestoken. De grootste opschaling maakte Willems, die nu bezig is met uitbreiding naar 450.000 ton mest van 130 vaste veehouders. Tevens heeft zijn bedrijf VP-Hope een eigen systeem op de markt.

Een groep grote varkenshouders, zoals Smits, Houben, Van Asten en Rijnen, hebben eigen vergisting en deels verwerking. Ze zijn gericht op afzet van de eigen mestproductie. Daarnaast heeft een aantal loonwerkers een verwerker en/of een vergister staan, zoals Verkooijen, Kuunders (Kumac) en Groot Zevert. Ze hebben het voordeel van minder partijen afhankelijk te zijn en dat de eigen betrokkenheid groot is. Van de coöperaties is Merensteijn van Mestac de bekendste.

Lees verder onder de afbeelding en kader.

Lessen van 30 jaar mest verwerken

‘Je moet 24/7 per week beschikbaar zijn’

Zo’n 20 jaar geleden begon Theo Willems met de verwerking van mest van zijn eigen varkens. Hij koos bewust voor een systeem waar in het buitenland al veel ervaring mee was. Het is niet alleen de juiste schakeling van betrouwbare technieken, benadrukt zoon Henk. “Elke schakel is een businessunit op zichzelf. We zien het niet als één systeem.”

Naast de techniek maakt volgens de ondernemers de eigen toewijding een verschil. “Je moet 24 uur, 7 dagen per week beschikbaar zijn. Dat is gelukkig lang niet altijd het geval, maar als het nodig is, moet je direct in kunnen grijpen.” Dat maakt volgens hen het verschil tussen verwerkers waar ondernemers zelf betrokken zijn, en installaties die worden aangestuurd door derden of personeel dat niet dezelfde toewijding of kennis heeft.

Vader en zoon hebben nog volop plannen. Zo zijn ze betrokken bij een groot recycleproject in Limburg (Zevenellen) waarbij ook vergisting in beeld is. Verder werken ze continu aan de afzet van de producten. De insteek is om deze verder te bewerken en/of in te drogen zodat ze nog beter plaatsbaar zijn. “We willen ook buiten de landbouw leveren. Bio-fosfaat is een mooie grondstof voor bijvoorbeeld de waspoederindustrie.”

Bewezen technieken

Meer recentelijk zijn er initiatieven van energiebedrijven en afvalverwerkers die, samen met één of meer partijen uit de techniek of agrosector, mest verwerken. Bekend zijn Ecoson, Twence, Greenferm en RE-N/Zitta Biogas in Tilburg en Geleen. Behalve Ecoson bevinden deze voorbeelden zich allemaal nog in de planfase.

Het is typerend voor de historie van mestverwerking dat tientallen plannen nooit zijn uitgevoerd. Het verkrijgen van vergunningen en de financiering blijken vaak een struikelblok om daadwerkelijk aan de slag te gaan.

Lees verder onder de foto.

Mest verwerken vraagt vooral betrokkenheid en inzet van de ondernemer en alle betrokken partijen. - Foto: Henk Riswick
Mest verwerken vraagt vooral betrokkenheid en inzet van de ondernemer en alle betrokken partijen. - Foto: Henk Riswick

Samenwerking

Een belangrijke rode draad uit alle projecten van de afgelopen 30 jaar is dat initiatieven die slagen, gebruik maken van technieken die bewezen zijn. Er is verder goed nagedacht over organisatie, exploitatie en afzet van producten. Volgens Jan Roefs, directeur van het Nederlands Centrum Mestverwaarding, is op dat gebied nog een wereld te winnen. “In het algemeen wordt nog te weinig gekeken naar de werkelijke vraag. Het is ook lastig, want er zijn zoveel factoren die dat meebepalen, zoals regio, grondsoort en teelten.” Daarbij komt dat investeringen in opwerking groot zijn en geen garanties bieden. “Dan wordt eerder gekozen om op te schalen of de poortprijs van drijfmest te verhogen.” Voor de toekomst ziet hij kansen voor meer samenwerking, zowel in benadering van de markten als het opwerken van producten uit mestverwerking.

Niet iedereen kan er geld mee verdienen

Wellicht zijn de belangrijkste factoren die het verschil maken niet zichtbaar en meetbaar zoals commitment en betrokkenheid. Van de ondernemer zelf en zijn personeel tot alle partijen eromheen. Overigens merkt Pijnenburg dat vandaag de dag nog dezelfde fouten worden gemaakt als 30 jaar geleden. “Mest verwerken is net als varkens houden; op papier is het gemakkelijk maar lang niet iedereen kan er geld mee verdienen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.