Varkenshouderij

Achtergrond

‘Komende maanden bepalend voor AVP in België’

Afrikaanse varkenspest laat zich niet makkelijk bestrijden. Een veilig vaccin ligt er volgens viroloog Willie Loeffen niet snel. Een interview.

De uitbraken van Afrikaanse varkenspest (AVP) in delen van Europa en China laten zich nog niet sterk afremmen. Het virus is in Azië al overgesprongen naar Vietnam en Cambodja. Volgens viroloog Willie Loeffen komt er voorlopig geen eind aan de verspreiding in Azië: “De kleinschaligheid in die landen, het voeren van swill en het feit dat nauwelijks sprake is van effectieve bioveiligheidsmaatregelen op die kleine bedrijfjes, is voor het AVP-virus optimaal om zich te verspreiden. Naar mijn inschatting is verdere verspreiding in Azië onvermijdelijk. Een virus laat zich niet tegenhouden door grenzen. Het zou me uitermate verbazen als ze de ziekte daar binnen afzienbare tijd weg krijgen. Klassieke varkenspest komt in Azië ook nog volop voor.”

Mens blijft grootste risicobron

Willie Loeffen (53) is Viroloog en hoofd nationaal referentielaboratorium AVP bij Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad. - Foto: Ton Kastermans
Willie Loeffen (53) is Viroloog en hoofd nationaal referentielaboratorium AVP bij Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad. - Foto: Ton Kastermans

Willie Loeffen werkt sinds 2001 bij Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad als senior onderzoeker en hoofd van het nationaal referentielaboratorium voor klassieke en Afrikaanse varkenspest.

Nederland kreeg in 1986 al eens met een beperkte uitbraak van Afrikaanse varkenspest te maken in Zuid-Holland. Destijds was swillvoedering de belangrijkste oorzaak. Ook nu zijn humane levensmiddelen als gedroogde worst en salami het grootste risico. Het virus kan in gedroogd vlees tot wel 6 maanden overleven. Loeffen ziet onachtzaamheid bij het weggooien van etenswaar daarom als grootste risico.

Als we dichter bij huis kijken, België. Daar is nu een aantal mensen opgepakt vanwege de verdenking dat ze besmette wilde zwijnen hebben geïmporteerd en losgelaten. Hoe waarschijnlijk is die insleeproute?

“Mogelijk, maar in ieder geval niet heel gemakkelijk. Je moet die zwijnen dan precies in de incubatietijd vangen, vervoeren en weer los laten. Dat zou erg toevallig zijn, maar kan natuurlijk. De eerste genoemde mogelijke route was een broodje met vleeswaren. De kans op introductie per broodje is een stuk kleiner, maar wie weet hoeveel broodjes er zo weggegooid worden? Als je dat erbij betrekt, is dat wellicht nog steeds de meest waarschijnlijke route.”

België kampt nu sinds september met de uitbraak. Boekt men daar voldoende vooruitgang?

“De huidige aanpak van het afsluiten van het gebied en afschot van zwijnen buiten die gebieden lijkt tot nu toe nog niet voldoende effect te hebben. In het Westen zie je een strakke grens van besmet versus onbesmet gebied, maar naar het Noorden is het besmette gebied onlangs weer uitgebreid. Het is de vraag of ze het kunnen bijbenen met een hekwerk en afschot aan de randen.”

Moeten de Belgen intensiever gaan bejagen?

“In ieder geval niet uitgebreid gaan jagen en daardoor onrust veroorzaken. Om gericht af te kunnen schieten, moet er bijvoorbeeld ’s nachts met geluidsdemper en nachtkijker gejaagd worden. Dat is in Tsjechië gedaan en daar hebben ze het binnen een half jaar voor elkaar gekregen. Probleem is wel dat de Ardennen overall wat minder toegankelijk zijn, en het gebied in België inmiddels ook veel groter is dan in Tsjechië. Aan de andere kant zie je ook in België stroken bos afgewisseld met stroken cultuurland, dus dat zou kansen moeten bieden. Het virus bleef tot dit voorjaar binnen zo’n bosgebied, maar heeft toch kans gezien zo’n landbouwstrook over te steken. Daardoor is het hele spel weer open komen te liggen.”

Wat is het risico als de Ardennen-uitbraak niet onder controle komt?

“Ik heb geen zicht wat ze verder allemaal doen, maar tot nu toe lijkt het nog onvoldoende. Met hoop kom je er niet. Komende maanden zijn cruciaal. Er wordt veel tijd gestoken in het plaatsen van hekken, maar daarvan is het afwachten of het voldoende is. Hoe groter het gebied hoe moeilijker de verspreiding te beheersen is. Als blijkt dat het virus blijft opleven, dan is het risico groot dat we in een jaarcyclus terecht komen. Dan wordt het virus endemisch en helemaal moeilijk te beheersen. Daarom ben ik benieuwd naar de komende 3 maanden, dan kunnen we conclusies gaan trekken of AVP beheerst gaat worden of niet. Het grote geluk voor België is dat in het getroffen gebied nauwelijks varkenshouderij zit.”

AVP is vergelijkbaar met hiv, daar wordt ook veel geld ingestoken zonder doorbraak

In België plaatsen varkenshouders hekken om hun bedrijven. In Nederland wordt daarover gesproken. Pakken we het wel voldoende op?

“Er wordt erg naar elkaar gekeken. Een hekwerk is ook niet goedkoop. Wil je echt alles buiten houden, dan moet het hoog genoeg zijn en een stuk in de grond zitten. Maar je kunt ook met schrikdraad werken. In Limburg worden dergelijke hekken langs de grens geplaatst. Dat ziet er effectief uit, maar je moet goed weten wat je doet en daarnaast moet je blijven controleren en onderhouden.”

Moeten we ons in Nederland en met name in Zuid-Limburg zorgen maken?

“De afstand van het besmette gebied naar de grens is tot nu toe nog te groot, waardoor ik vanuit dat gebied nog geen reële risico’s zie. De kans op insleep via levensmiddelen uit Oost-Europa is dan vermoedelijk nog steeds groter. In het voorbeeld met het broodje, dan komt zo’n zwijn dat echt wel tegen. Van het virus is bekend dat het in bewerkte en gedroogde vleeswaren tot wel 6 maanden kan overleven. Ik pleit er dan ook voor dat varkenshouders nog meer werk maken van het informeren van transporteurs en buitenlands personeel op hun bedrijven. Zorg als werkgever ook dat je mensen een goede lunchplek hebben en dat restanten netjes afgevoerd worden. Zorg eventueel zelf voor een lunch, zodat je zeker weet dat er geen risicovleeswaren je bedrijf binnenkomen.”

Over afschot wordt in Nederland gediscussieerd. Is afschot de oplossing?

“Hier spelen twee discussies. Ga je afschieten om introductie te voorkomen, of om het makkelijker te maken de ziekte te bestrijden als de introductie is geweest. Om de kans op introductie te verkleinen, moet je waarschijnlijk echt rigoureus gaan afschieten. De vraag is of dat, zeker op langere termijn, haalbaar is, maar zeker ook of het wenselijk is. Dat laatste is natuurlijk een maatschappelijke discussie. Als het doel is om met het afschieten een beheersbare wilde zwijnenpopulatie te hebben, waarbij dierziektebestrijding goed mogelijk is, moet je eigenlijk veel breder nadenken wat je met die wilde zwijnen wilt en hoe je aan wildbeheer gaat doen. Ook dat is voor een belangrijk deel een maatschappelijke discussie, maar gaat ook over de hele organisatie van wildbeheer.”

Onder wilde zwijnen wordt de mortaliteit geschat op 75%. Dat betekent dat een deel van de dieren besmetting overleeft. Worden die ook uitscheiders van het virus?

“Een overlever kan nog 1 tot 2 maanden het virus met zich mee dragen en uitscheiden. Omdat het verder klinisch gezonde dieren zijn, kunnen ze een veel groter gebied belopen. Hoewel ze dan veel minder makkelijk het virus verspreiden dan in de acute fase, kan dit over grotere afstanden en na langere tijd leiden tot nieuwe besmettingshaarden. Binnen een rotte besmetten dieren elkaar snel, maar tussen verschillende rotten is weinig contact en zal overdracht ook minder snel verlopen.”

Kan een overlevende zeug haar biggen al in de baarmoeder besmetten?

“Dat kan, maar dat leidt niet zoals bij klassieke varkenspest tot biggen die als drager geboren worden. Ze gaan dan gewoon snel dood.”

Je ziet steeds meer overlevers na een infectie

De Spaanse faculteit diergeneeskunde in Madrid bracht onlangs naar buiten dat ze binnen 2 jaar een vaccin verwachten te hebben. Is dat realistisch?

“Ik denk dat dat nog best lang gaat duren. Er wordt al langer aan gewerkt. Zo’n vaccin moet eerst zowel veilig als effectief zijn. AVP is een lastig virus, het infecteert de primaire afweercellen en produceert veel eiwitten die de afweer van het varken kunnen beïnvloeden. Je kunt het het beste vergelijken met hiv, daar wordt ook veel geld en tijd in gestoken en tot nu toe is op dat gebied nog geen doorbraak.”

Is het een snel muterend virus?

“Juist niet, het AVP-virus is een DNA-virus. Daarin verschilt het enorm met KVP of vogelgriep. Je zou eerder zien dat de wilde-zwijnenpopulatie zich gaat aanpassen aan het virus.”

En dan?

“Dat zien we nu wellicht in Oost-Europa. Je ziet steeds meer overlevers na een infectie. Als dit leidt tot nakomelingen die ook weer een paar procent beter zijn in het overleven van een infectie, krijg je op langere termijn een wilde-zwijnenpopulatie waar dit virus lang niet altijd meer dodelijk is. We zullen overigens niet snel in een situatie komen zoals in Afrika waar de wrattenzwijnen vrijwel niet meer ziek worden. Dat vergt heel wat meer tijd.”

Het vaccin tegen KVP kan ook als oraal middel voor wilde zwijnen verspreid worden. Is dat voor AVP haalbaar?

“Dat zou wel heel nuttig zijn nu de aanpak in Oost-Europa vooralsnog onvoldoende effectief lijkt te zijn. Maar je moet dan om te beginnen wel werken met een levend virus dat ook voldoende stabiel is om via die route te verspreiden. Dat is nog een extra uitdaging in de ontwikkeling van een effectief AVP-vaccin.”

Of registreer je om te kunnen reageren.