Varkenshouderij

Achtergrond 4 reacties

Vlees met verhaal valt in de smaak

De vleesconsumptie in Nederland is constant. Wel groeit de belangstelling voor een onderscheidend product dat ook nog eens heel lekker is. “Dat besef begint door te dringen onder varkenshouders”, aldus Frank de Rond.

Eenvoudig is het niet, maar iedereen die is betrokken bij het vermarkten van een varkensvleesconcept is ervan overtuigd dat de markt daarvoor kansrijk is. Frans de Rond, grondlegger van het Livar-concept, is een van hen. De Rond: “De markt voor onderscheidende varkensvleesproducten groeit sneller dan het aanbod. Dat besef begint onder varkenshouders heel langzaam door te dringen.”

Beter Leven fier aan kop

Jaarlijkse aantal geproduceerde varkens per concept

  • Beter Leven 1 ster: 3.000.000
  • Beter Leven 2 sterren, inclusief Hamletz: 22.000 (schatting)
  • Beter Leven 3 sterren/biologisch: 150.000
  • Keten Duurzaam varkensvlees: 1.150.000
  • Britse welfare-productie: 1.300.000
  • Frievar: 78.000
  • Livar: 12.000
  • Lange staarten-concept: 100.000
  • Vallei varken: 12.000
  • Wroetvarken: 36.400
  • Beemsterlant‘s-varken: 3.750

Meer vertrouwen in persoon dan in certificaat

Het zijn zowel ambachtelijke slagers die op zoek zijn naar onderscheidend varkensvlees, als supermarkten. Bij de slager liggen de kwaliteitseisen hoger dan bij de supermarkt omdat zij duurder zijn, legt Gé Backus uit, directeur van Connecting Agri & Food. Het vlees in slagerswinkels dient er extra mooi uit te zien en perfect te smaken. De kwaliteit mag tijdens de bereiding ook niet achteruit gaan. Slager Paul Klement in Klazienaveen legt verderop in dit artikel [LINK] uit wat zijn klanten verwachten van het vlees. Omdat slagers lokaal werken, is herkomst van het vlees ook een logisch verkoopargument. Vlees dat in Nederland is geproduceerd en verwerkt, liefst met de foto van de boeren erbij, doet het goed. Backus: “Een consument heeft meer vertrouwen in een persoon dan in een certificaat.” Dat beseft ook De Rond: “Ik ben altijd bereikbaar voor afnemers.” Dat wil niet zeggen dat een certificaat geen waarde heeft. Het Beter Leven-label van de Dierenbescherming geeft consumenten vertrouwen in het product. Keurslager Klement weet daarvan.

Klanten in de Beter Leven-slagerij van Jellema's Keurslagerij in Klazienaveen. - Foto: Michel Velderman
Klanten in de Beter Leven-slagerij van Jellema's Keurslagerij in Klazienaveen. - Foto: Michel Velderman

Vleesassortiment supermarkten

Bij supermarkten is net zo goed behoefte aan meer onderscheidend product. Dat komt omdat hun vleesassortimenten afgelopen jaren steeds meer op elkaar gaan lijken, zegt Backus. Franchisers kiezen soms lokaal product. Op formuleniveau is 1 ster Beter Leven bij iedere supermarktketen redelijk ingeburgerd. Backus: “De markt van 3 sterren Beter Leven-vlees is erg beperkt door de relatief hoge prijs. Van 2 sterren Beter Leven-vlees is het aanbod nog erg klein. Supermarkten concurreren daarom sterk op prijs.”

Voldoende volume

Slagers zijn een logische doelgroep om een nieuw concept in de markt te zetten. Dat is ook de ervaring van Cor van Doorn. Hij is mede-eigenaar van Frievar Trade, dat de afzet doet voor het producentencollectief Frievar. De Frievar-keten brengt sinds de introductie van haar Gaasterlander Kruidenvarken, oktober vorig jaar, 2 merken op de markt. Het andere merk dat al enige jaren bestaat, heet Friberne.

Meerprijs van 15%

Van Doorn is blij met de afzet aan slagers. Bij slagers lukt het hen een kleine meerprijs te beuren van circa 15%. Desondanks wil Frievar ook een label voor supermarkten introduceren. Van Doorn: “Het is noodzakelijk dat Frievar op termijn ook aan supermarkten levert. Anders blijven we te klein.” Cijfers onderbouwen zijn bewering. Volgens de statistieken wordt in Nederland jaarlijks zo’n 622.000 ton varkensvlees geconsumeerd, gemiddeld 36 kilo per inwoner. Daarvan wordt minstens driekwart via de supermarkt verkocht.

Ingang bij supermarkten niet eenvoudig

Ingang vinden bij supermarkten is niet eenvoudig. “De koek is verdeeld”, betoogt Van Doorn. Desondanks gaat hij ervoor. De Frievar-keten heeft met de introductie van hun blockchain-techniek vorig jaar een belangrijke stap gezet om bij supers in beeld te komen, meent Van Doorn. Met blockchain kunnen zij afnemers keiharde garanties bieden over hun product. Alle handelingen en leveranties in de keten liggen digitaal en onherroepelijk vast. Dat resulteert uiteindelijk in een vleespaspoort. Met blockchain kan Frievar, garanties over het product geven, eigen processen optimaliseren en ten slotte ook de financiering en afrekening in de keten anders organiseren.

Klantgericht denken

Het opzetten en aantrekkelijk houden van een varkensvleesconcept is een vak apart. De eindafnemer wil in de eerste plaats lekker vlees dat er ook smakelijk uitziet. Ketens als Frievar en Wroetvarken fokken of selecteren daarom hun eigen varkensgenetica en staan uitgebreid stil bij de varkensvoeding. Dat moet leiden tot heerlijk mals varkensvlees met bovengemiddeld veel intramusculair vet en minimaal dripverlies. Daar hoort een goed verhaal bij, dat ook echt klopt. Het dierenwelzijn is een belangrijk verkoopargument. Volgen cijfers van Backus staat 15 tot 20% van de consumenten stil bij de wijze van houderij op de varkensbedrijven. Deze groep groeit. Als het vlees er lekker uitziet en consumenten zijn overtuigd dat het goed zit met het dierenwelzijn, dan komt dat de smaakwaardering nog eens ten goede. Tussen de oren van de consument smaakt lekker vlees dus nóg lekkerder als het correct is geproduceerd.

Varkens in de wroetstal van familie Kok. Het wroetconcept werkt met ruime hokken met strooisel op de grond. - Foto: Koos Groenewold
Varkens in de wroetstal van familie Kok. Het wroetconcept werkt met ruime hokken met strooisel op de grond. - Foto: Koos Groenewold

Goed georganiseerde keten

De diverse collectieven die in het overzicht staan vermeld, gaan ieder op hun eigen wijze om met de invulling van hun concept. Wroetvarken kiest voor grotere groepen varkens in stro. Frievar focust door nauwe ketensamenwerking op gezonde varkens en minimaal gebruik van antibiotica en vaccin. Waar de keuze ook op valt, de kostprijs moet scherp zijn. Deelnemen aan een goed georganiseerde keten is de enige toekomst voor veel familiebedrijven, is de overtuiging van Van Doorn. Hun Gaasterlander Kruidenvarken doet het goed in de markt, betoogt hij. Met dit merk willen zij naar een meer vaste opbrengstprijs voor de boer, op basis van kostprijs. Bij stichting Wroetvarken wordt al met vaste prijs gewerkt, waarbij de boer daadwerkelijk een inkomen heeft.

‘Mijn klanten hechten aan dierenwelzijn, met een logo is dat zichtbaar’

De Drentse Keurslager Paul Klement – van Jellema’s keurslagerijen – was de eerste Beter Leven-slager. Vorig jaar juli ontving hij het predicaat van de Dierenbescherming. Al het rund-, kippen- en varkensvlees in zijn winkels heeft 1 of meer Beter Leven-sterren. Hij is ook nadrukkelijk op zoek naar onderscheidend varkensvlees met een goed verhaal.

Paul Klement (38) is eigenaar van Jellema’s keurslagerij met winkels in Emmen en Klazienaveen. - Foto: Michel Velderman
Paul Klement (38) is eigenaar van Jellema’s keurslagerij met winkels in Emmen en Klazienaveen. - Foto: Michel Velderman

Waarom Beter leven?

“Ik kan wel een lang verhaal houden over meer dierenwelzijn, maar met het logo van de Dierenbescherming wordt dat zichtbaar voor de klanten. Mijn klanten vinden dierenwelzijn belangrijk. Ik verkoop al jaren vlees van het Wroetvarken-concept. De varkens zitten in ruime stallen, met dichte vloeren, kunnen wroeten, krijgen nauwelijks antibiotica en zijn afkomstig van Nederlandse boeren en worden in Nederland geslacht. Dat wordt gewaardeerd.”

Veranderen jullie klanten?

“Zeker weten. Grofweg zijn er 2 typen. Sommige eten niet dagelijks vlees, maar als ze vlees eten, willen ze lekker vlees. Anderen eten dagelijks vlees en willen ook weten waar dat vandaan komt en dat de dieren een goed leven hadden. Ons varkensvlees is intenser en voller van smaak. Het houdt goed vocht vast, zodat geen drip ontstaat. Bij het braden merken klanten dat. Het spettert niet.”

Het wroetconcept met 1 Beter leven-ster gaat verder dan de criteria. Hoe leggen jullie dat uit?

“Het personeel en ikzelf zijn veel in gesprek met de klant over het vlees. Een goede uitleg is heel belangrijk. Als je een goed product verkoopt, kun je daar ook achter staan. Daarnaast hebben we folders waarin alles staat uitgelegd over het vlees dat in onze winkels ligt.’

‘Ambachtelijke slagers en klanten zijn wel degelijk bereid meer te betalen’

Veehouder en voorzitter van stichting De Wroetstal, Jan Broenink, beaamt hartgrondig dat slagers op zoek zijn naar onderscheidend varkensvlees. Broenink: “In januari zijn er weer 3 slagers bijgekomen die vlees willen van het Wroetvarken. Er blijven afnemers bijkomen. We breiden de productie van het wroetvarkens-vlees daarom gestaag uit.” Het collectief telt nu 13 deelnemers die gezamenlijk 700 wroetvarkens per week afleveren. De afzet gaat volledig naar slagers.

Jan Broenink (61) is voorzitter van Stichting Wroetstal. - Foto: Koos Groenewold
Jan Broenink (61) is voorzitter van Stichting Wroetstal. - Foto: Koos Groenewold

Wat maakt jullie concept interessant voor slagers?

“Slagers zoeken steeds meer naar vlees met een verhaal om zich te onderscheiden van het grootwinkelbedrijf en collega-slagers. Wij bieden dat. Het vlees komt van kleine familiebedrijven. Onze varkens krijgen GMO-vrij voer, dat in Europa is geteeld. In onze wroetstallen is het dierenwelzijnsniveau hoog. Ook belangrijk is de eerlijke prijs voor onze dertien boeren. Ieder half jaar berekent econoom varkensproductie Robert Hoste van Wageningen UR onze kostprijs. Uitgangspunt is de voerprijs die coöperatie Den Ham aanbiedt voor komend halfjaar. In de kostprijs zit alles, dus inclusief reserveringen én arbeid. De overige kosten worden iedere 2 jaar herzien.”

Dat slaat aan?

“Zeker weten, mits je de juiste doelgroep zoekt. Dat is de crux. Wij richten ons exclusief op slagers. Voorwaarde is dat je verhaal klopt. Slagers worden kritischer dus je moet je beloften nakomen. Dan zijn ambachtelijke slagers en hun klanten wel degelijk bereid meer te betalen.”

Hoe vertellen jullie dat verhaal?

“Op diverse manieren. Sinds medio vorig jaar werkt marketeer Evelien Logtenberg voor ons. Zij promoot het concept en helpt slagers om de boodschap van het wroetvlees over te brengen op hun klanten. Zij organiseert veel activiteiten. We hebben bijvoorbeeld onze eigen foodtruck. Daar staan ook altijd varkenshouders in. Sommige slagers zijn zo enthousiast over de truck dat deze al 3 keer voor hun deur heeft gestaan. Consumenten kunnen ook naar onze bedrijven. We organiseerden onlangs een open dag waar 4 bussen vol gasten op af kwamen. Dit soort activiteiten stimuleert de boeren, slagers en hun klanten.”

Tot slot: hoe zit het met de smaak van jullie wroetvarken?

“Van onze afnemers krijgen we positieve reacties. Onze deelnemers hebben identieke stallen, werken met dezelfde genetica en voeder. We zijn vrijwel volledig over op de Topigs 50-zeug met een speciaal voor ons geselecteerde Tempo-eindbeer. Deze combinatie geeft mals en smaakvoller varkensvlees dat mooi van kleur is.”

Laatste reacties

  • veldzicht

    Ondanks de constante negatieve berichtgeving over de vleesveehouderij blijft de vleesconsumptie toch op pijl,blijkbaar heeft de consument dan toch wel in de gaten dat er een hoop onzin wordt verteld.Dat vegavlees is natuurlijk ook peperduur en nauwelijks te v(r)eten en nu dat PBL al verschillende keer door de mand gevallen is heb ik er wel vertrouwen in dat alles goed komt.

  • massy

    Zijn dat beren en gelten of alleen gelten ? die hier voor geslacht worden.

  • Muito

    Wel jammer dat alle concepten moeten dringen op dezelfde markt. Qua kilo's verandert er niks alleen de boer moet af ten toe switchen van afnemer. Dat was ook al zo. Gelukkig zijn er nog heel veel Chinezen die de andere miljoenen kilo's die hier niet bij staan, opeten.

  • koestal

    De consument wil graag een lulverhaal horen,zo is het tegenwoordig.

Of registreer je om te kunnen reageren.