Varkenshouderij

Achtergrond

‘Meer focus op de varkens’

De Duitse varkenshouder Christoph Beiring verdiepte zich in de Nederlandse varkenshouderij. Hij vindt het bijzonder dat de boeren in kansen blijven denken. “Dan is er perspectief voor een opvolger.”

Een groep van 35 jonge, Duitse varkenshouders bracht een vierdaags werkbezoek aan Nederland. Ze zijn allemaal lid van de jongerenafdeling van belangenbehartiger ISN. Een van hen is de 28-jarige Christoph Beiring. Hij is fulltime voeradviseur bij Agravis en houdt in Coesfeld 300 vleesvarkens. In Nederland bezochten ze een aantal toekomstgerichte varkensbedrijven. Vooral de mestafzetkosten in Nederland maakten diepe indruk op de groep, vertelt Beiring.

Christoph Beiring: “Tijdens alle bedrijfsbezoeken is uitvoerig over de kosten gesproken.” - Foto: Kees van Dooren
Christoph Beiring: “Tijdens alle bedrijfsbezoeken is uitvoerig over de kosten gesproken.” - Foto: Kees van Dooren

Liggen de kosten in Duitsland lager?

“Het voordeel van Duitse bedrijven ten opzichte van veel Nederlandse bedrijven is dat deze grond hebben om voer te verbouwen en mest kwijt te kunnen. Maar ook in Duitsland stijgen de mestkosten, vooral in concentratiegebieden, zoals Vechta, Toch zijn er Nederlandse varkenshouders die kansen zien en hun bedrijf verder ontwikkelen.”

Verbaast je dat?

“Daar zijn we wel van onder de indruk. Deze varkenshouders draaien goed, hebben een plan en weten ondanks de kostprijsstijging van afgelopen jaren nog marge te maken. Dan is er perspectief voor een opvolger. Deze boeren denken vooral in kansen.”

Wat viel nog meer op?

“Door de toenemende maatschappelijke druk en wetgeving komt de focus meer op de dieren te liggen en minder op efficiëntie. Dat zagen we bij VIC-Sterksel en in de serrestal van ID-Agro. Meer plaats voor varkens, vrijloop en krulstaarten zijn erop gericht om de acceptatie van de varkenshouderij onder burgers te vergroten en uiteindelijk de kloof tussen boer en burger te dichten. Nog maar weinig burgers hebben affiniteit met de varkenshouderij.”

Ik heb wel de indruk dat Nederlandse varkenshouders sneller bereid zijn iets nieuws te ontwikkelen dan Duitse

Tot slot. Wat is beter, varkens houden in Duitsland of Nederland?

“In beide landen is ingewikkeld. In Duitsland is veel onzekerheid over regelgeving op het gebied van dierenwelzijn en milieu. Een vergunning krijgen voor nieuw- of verbouw is in beide landen lastig. Pluspunt van Nederland is dat er een nationaal label is voor varkensvlees: het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming. Dat heeft een sterke positie en is goed voor varkenshouders en consument. Het is erg jammer dat het zo lastig is om nieuwe concepten in de markt te zetten. Denk aan een strostal. Het ontbreekt vaak aan geld. De consument is niet bereid meer te betalen voor varkensvlees. We moeten als sector echt investeren in ons imago en uitdragen dat we een goed product hebben. Als we daar niet in slagen, verdwijnt de varkenshouderij naar het buitenland. Dat is in Nederland niet anders dan in Duitsland. Ik heb overigens wel de indruk dat Nederlandse varkenshouders sneller bereid zijn iets nieuws te ontwikkelen dan Duitse.”

Of registreer je om te kunnen reageren.