Varkenshouderij

Achtergrond 5 reacties

Discussie over Beter Leven-toeslag

Bij de huidige, hoge prijzen aarzelen varkenshouders of de Beter Leven-toeslag wel voldoende is om concurrerend te zijn met traditionele concepten. Tot veel omschakelaars leidt het vooralsnog niet.

Het is onrustig aan het Beter Leven-front. Lange tijd konden deelnemers aan dit concept met een toeslag van 8 tot 10 cent per kilo hun rendement verhogen. De hoogte van de toeslag is bedrijfsspecifiek en moet met name de 20% minder varkens per hok compenseren. Maar bij de huidige, hoge prijzen kan het alternatief, tenminste voor een deel van de varkenshouders, economisch interessanter zijn: met meer varkens per meter meer varkens afleveren.

Dat wordt versterkt doordat Nederlandse slachterijen sinds vorig jaar varkens met wat meer vet en een grote spreiding beter belonen. Grote katalysator daarachter is de markt voor China waar dit soort varkens goed is te verwaarden. Met de huidige uitbetalingsschema’s van slachterijen voor borgen en gelten worden meerkosten (met name voor voer) goedgemaakt. Het verschil met leveren onder Beter Leven kan nog oplopen als niet alle varkens in het concept vallen, met name als ze te zwaar zijn. Dat is bij een aantal slachterijen het geval.

Hoge voerwinst, dan is een hogere toeslag nodig

De toeslag voor Beter Leven pakt in de huidige omstandigheden met hoge prijzen minder gunstig uit. Varkenshouders hebben andere redenen om erbij te blijven. - Foto: Henk Riswick
De toeslag voor Beter Leven pakt in de huidige omstandigheden met hoge prijzen minder gunstig uit. Varkenshouders hebben andere redenen om erbij te blijven. - Foto: Henk Riswick

Bij een hoge voerwinst kan het gunstig zijn meer varkens op te leggen dan volgens de norm voor Beter Leven. Een eenvoudig rekenvoorbeeld.

Een varkenshouder die jaarlijks 5.000 vleesvarkens levert, heeft bij een voerwinst van € 25 per varken € 125.000 voerwinst. Als deze varkenshouderij 20% minder varkens mag houden, is voor hetzelfde bedrag € 125.000 / 4.000 varkens = € 31,25 – € 25 = € 6,25 meer opbrengst nodig. Dat is circa 6,5 cent per kilo, dat nog verhoogd moet worden met bijvoorbeeld een hogere toeslag voor biggen en andere meerkosten.

Bij een voerwinst van € 50 per varken realiseert dit bedrijf € 250.000 voerwinst. Dat betekent dat een toeslag van ruim 13 cent nodig is om bij 20% minder varkens hetzelfde onder de streep over te houden, dat ook weer verhoogd moet worden met de extra toeslag voor biggen en andere meerkosten. Dat is meer dan de gemiddelde Beter Leven-toeslag.

Het werkelijke omslagpunt hangt vanzelfsprekend van veel factoren af. Dat begint ermee dat de toeslag bedrijfsafhankelijk is. Verder leveren bedrijven met brijvoer en met grote groepen minder plaatsen in. Ook zijn de mestkosten bij een lagere bezetting lager terwijl de gezondheid en technische resultaten kunnen verbeteren.

Moeizamere markt

Dat er vraagtekens worden gezet bij het huidige rendement van Beter Leven staat niet op zichzelf. De laatste jaren is de markt van Beter Leven-varkens steeds moeizamer geworden. Handelaren merken dat het lastiger is om varkens goed geplaatst te krijgen en Beter Leven-varkens vaker worden doorgeschoven.

“Voor de markt zou het goed zijn als er een paar varkenshouders overstappen naar borgen”, aldus Hendrie Dijk, directeur van varkenshandel Dijk. Volgens Dijk is er onvrede op handelaarsniveau doordat het steeds moeilijker is om de logistieke puzzel te maken.

Dat wordt onderschreven door de cijfers van de Dierenbescherming; de eigenaar van het keurmerk. In 2018 zijn ruim 3 miljoen varkens onder het keurmerk geslacht; dat zijn er 200.000 minder dan in 2017. Het aantal varkenshouders dat voor Beter Leven produceert is al jaren stabiel. Een teken aan de wand was dat in 2017 de Duitse slachterij Tönnies het aantal Beter Leven-varkens teruggeschroefde. Dijk: “De markt is vol, dat is duidelijk.”

Lees verder onder de grafiek.

Het aantal varkensbedrijven dat voor het Beter Leven-keurmerk produceert, blijft na een vliegende start stabiel. Het aantal vleesvarkens onder het concept is zelfs gedaald en bedraagt in 2018 nog 3 miljoen.

Ook andere tijden

Ondanks het gedoe rondom de afzet schetst een aantal handelaren niet het beeld dat varkenshouders er nu massaal de brui aan geven. De algemene strekking is dat ondernemers wel weten dat het nu interessanter kan zijn om voor een andere markt te leveren, maar tegelijkertijd beseffen dat er weer andere tijden aan kunnen komen. Daar komt bij dat een deel van de ondernemers qua huisvesting en management is toegerust op het houden van Beter Leven-varkens en niet zomaar terugschakelt.

Een goede vierkantsverwaarding blijft lastig bij dit concept

Jan Vernooij, voorzitter van de sectorcommissie varkens- en biggenhandel van Vee&Logistiek Nederland, kent de geluiden. Ook hij verwacht de komende tijd geen massale uitstroom van Beter Leven-leveranciers. Vernooij waarschuwt varkenshouders dat eenmaal eruit niet betekent dat je zo weer kunt aansluiten. “Voor nu zijn er ruim voldoende varkens, maar je weet niet hoe de markt er over twee jaar uitziet. Er zijn ook tijden geweest dat ondernemers heel blij waren dat ze de varkens onder Beter Leven konden laten slachten.”

Hij gelooft nog steeds in het concept ondanks dat nu ‘massa is kassa’ de slogan in de markt lijkt te zijn. “Als ze het mij vragen, adviseer ik varkenshouders die er goed mee draaien om het te blijven doen. Maar voor de lange termijn moet het natuurlijk wel toevoegde waarde blijven houden.”

Jaap de Wit, manager bij slachterij Westfort, beaamt dat de markt van Beter Leven stroperig is. “Een goede vierkantsverwaarding blijft lastig bij dit concept.” Toch zegt De Wit geen uitloop te zien of te verwachten. Maar mocht een aantal leveranciers stoppen dan is dat niet erg voor de markt of hun eigen bedrijf. “Er zijn ook varkenshouders die er juist mee willen beginnen. Een beetje verloop is niet erg.”

Lees verder onder de foto.

Een deel van de Beter Leven-varkenshouders heeft speciaal voor deelname meer ruimte gecreëerd door het maken van een plateau. In 2018 waren er 836 bedrijven die voor het concept leverden. - Foto: Matthijs Verhagen
Een deel van de Beter Leven-varkenshouders heeft speciaal voor deelname meer ruimte gecreëerd door het maken van een plateau. In 2018 waren er 836 bedrijven die voor het concept leverden. - Foto: Matthijs Verhagen

Variabele toeslag als alternatief om Beter Leven

Een alternatief om de concurrentiepositie van Beter Leven te verbeteren van dit moment zou een flexibele toeslag kunnen zijn. Dus in tijden van lage voerwinsten een lage toeslag en andersom. Daar is onder handelaren en de Starboeren weinig animo voor te vinden.

Ook Gerben Schrijver, adviseur bij DLV Advies en nauw betrokken bij berekeningen voor de toeslag voor het Beter Leven-concept, is geen voorstander. “Ik zou het niet doen. Verlies niet uit het oog dat tot en met juni dit jaar de voerwinst € 58 per jaarvarken was.” Hij benadrukt dat het gaat om het resultaat onder aan de streep en dat Beter Leven zich de afgelopen tien jaar heeft bewezen. “Maar als de prijzen over een langere periode op een extreem hoog niveau komen, is het wel een punt om samen aandacht aan te besteden.”

Feit is dat onder andere de structuur van het bedrijf, de biggenvoorziening met eventueel eigen biggen, de vergunningssituatie (inclusief MDV) en handelsafspraken mede bepalend zijn voor het te maken rendement. Ook de absolute hoogte van de toeslag kan variëren en is volgens de DLV’er deels afhankelijk van de kwaliteit van het geleverde varken, de omvang, historische resultaten, verschil in hokbezetting en onderhandelingscapaciteiten van de varkenshouder. Hij praat over ‘enkele centen’ verschil in toeslag.

‘Je niet laten leiden door de waan van de dag’

Jaap Kreuger is varkenshouder in Woerden (U.) en voorzitter van Starfarmers; de varkenshouders die leveren aan Vion. - Foto: Herbert Wiggerman
Jaap Kreuger is varkenshouder in Woerden (U.) en voorzitter van Starfarmers; de varkenshouders die leveren aan Vion. - Foto: Herbert Wiggerman

Als voorzitter van de Starfarmers, de leveranciers van Vion, kent Jaap Kreuger de geluiden van de lagere opbrengsten nu. Toch zijn er volgens hem weinig die om die reden met Beter Leven willen stoppen.

Wat hoort u van de leden?

“Het klopt dat de prijs onder de streep voor Beter Leven-varkens momenteel gemiddeld achterblijft. Maar ik benadruk altijd dat het om het saldo gaat, dus ook mest- en gezondheidskosten en technische resultaten tellen mee. En toen in het voorjaar de prijs € 1,35 per kilo bedroeg, konden varkenshouders met de toeslag een hogere prijs realiseren. De meesten beseffen dat heel goed. Ze laten zich gelukkig niet door de waan van de dag leiden.”

Is de hoogte van de toeslag wel een discussiepunt?

“Op dit moment niet. Maar als het een lange tijd zo blijft, moeten we daar wel goed naar kijken. Daar is nu dus nog helemaal geen sprake van en ondernemers moeten de realiteit niet uit het oog verliezen. Het is wel belangrijk dat voor de lange termijn de prijsvorming in balans is met de ontwikkelingen in de markt.”

Wat vindt u van een variabele toeslag?

“Dat is lastig. Enerzijds willen varkenshouders een stabiele prijs zonder gejojo, anderzijds zijn ze ook gevoelig als er in de markt een halve cent meer is te verdienen. Ik denk eerder aan een langetermijnprijs waar inmiddels een aantal van onze leden op proef mee werkt.”

U heeft nog altijd vertrouwen in Beter Leven?

“Jazeker. Het is een feit dat de Beter Leven-markt nu onder druk staat. We moeten toe naar een meer vraaggestuurde markt en vastere afspraken met de retail op basis van voersaldo of kostprijs. Dat moet ook voor afzet op de binnenlandse markt een goed verdienmodel opleveren.”

Een wat ander geluid is bij Frank Steenbreker, adviseur varkenshouderij bij Abab, te horen. Hij vindt het niet direct een gek idee, vooral als methode om voor het Beter Leven-keurmerk voldoende draagvlak te behouden. “Het is een goed keurmerk. Maar bij klanten horen we nu toch vaker de opmerking dat ze wat tekortkomen met Beter Leven.” Hij vindt het wel belangrijk dat de systematiek praktisch werkbaar blijft, bijvoorbeeld door een toeslag per periode vast te stellen.

Voorstanders van een flexibele toeslag moeten zich volgens hem wel realiseren dat de markt ooit weer anders wordt. Steenbreker heeft nog wel een advies aan varkenshouders die naar hun zin te weinig toeslag krijgen. “Kaart het zelf aan en maak het bespreekbaar, individueel of collectief.”

Laatste reacties

  • massy

    Beterleven zonder beren dat zou een stuk( beter) zijn.

  • john***

    Db wil graag extra eisen doorvoeren dat nu de markt zo is maakt het wel mogelijk te vragen dat deze eisen structureel betaald worden.

  • eenvoudige boer

    John, als jij lange staarten bedoeld dan blijven er niet veel beter leven boeren over.

  • john***

    Er staan wel meer dingen op t programma die nu nog niet verplicht zijn.

  • En het welzijn van het varken in deze berekeningen ????

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.