Varkenshouderij

Achtergrond 4 reacties

Waarom ccm geliefd blijft ondanks forse concurrentie

Het areaal korrelmais voor ccm stond de laatste tien jaar sterk onder druk ten gunste van snijmais. Dat tij lijkt nu gekeerd. Toch blijft lokale korrelmaisteelt lastig concurrerend te krijgen bij hoge huuropbrengsten en lage grondstofprijzen.

➤ Oogsttips voor een goede kuil 
➤ Areaal korrelmais krimpt

Met een totale opbrengst van ruim 33.000 ton ging afgelopen seizoen (2018) de boeken in als de laagste ccm-oogst sinds jaren. Dat was natuurlijk vooral te wijten aan een exceptioneel slechte kolfzetting door de droogte, maar het is ook het gevolg van een areaal dat de jaren daarvoor al sterk kromp. Illustrerend in dat verband zijn de diverse loonwerkers die wegens gebrek aan dorsmais afscheid namen van hun maaidorser en/of hamermolen. De praktijk onderstreept dus de theorie.

Vanuit de melkveehouderij was er voorheen vraag naar ccm als krachtvoervervanger, die vraag is nu bijna nihil. Het aantal varkenshouders dat ccm voert is juist redelijk stabiel, zo zeggen specialisten. De bedrijven die investeerden in een voormenger en shovel laten hun sleufsilo’s niet leegstaan, bijna ongeacht de markt.

Een varkenshouder in Limburg kuilt ccm in. - Foto's: Matthijs Verhagen
Een varkenshouder in Limburg kuilt ccm in. - Foto's: Matthijs Verhagen

Ccm is een product dat vooral populair is onder grotere vleesvarkenshouders met deels eigen grond voor de teelt en zeugenhouders die het zure product aan met name de biggen voeren. Dat ccm een prachtig product is om te voeren, staat voor varkenshouders die het voeren of voerden buiten kijf. Een deel voert ccm via de droogvoerinstallatie, maar het gros gaat via een voormenger het brijvoer in. Varkenshouders die investeerden in sleufsilo‘s, een shovel en een voormenger voeren vaak steevast een gedeelte ccm. Hooguit variëren ze het aandeel ccm binnen het rantsoen waarbij de opbrengst van de eigen grond de basis vormt.

Rekenmachine erbij

Voor de aankoop van extra ccm komt de rekenmachine uit de kast, zeker op dit type bedrijven dat vaak ook andere losse grondstoffen of andere steekvaste bijproducten voert. Ccm aankopen valt dan niet altijd mee. Het is geen nieuws dat varkenshouders, zeker na afschaffing van het melkquotum, forse concurrentie van melkveehouders hadden op zoek naar snijmais. Van oudsher korrelmais ging daardoor door de hakselaar.

Sinds de invoering van het fosfaatrechtenstelsel is die vraag uit de melkveesector weer wat gedaald, maar let wel: ook het aanbod is hard mee gedaald. Vorig jaar werd ruim 8% minder snijmais geteeld dan in 2015. In een droog seizoen is de vraag naar snijmais dan alsnog hoog en zet deze markt de prijs.

Oogstmoment, maalfijnheid, inkuilproces. Een en ander luistert nauw bij ccm en er komt nogal wat fingerspitzengefühl bij kijken. Maak goede afspraken met de loonwerker.
Oogstmoment, maalfijnheid, inkuilproces. Een en ander luistert nauw bij ccm en er komt nogal wat fingerspitzengefühl bij kijken. Maak goede afspraken met de loonwerker.

Ccm moet concurreren met granen

Chris Van Gaal, specialist vleesvarkens bij Agrifirm: “Hoewel er ook melkveehouders stoppen, blijft het overschot aan mais beperkt. De varkenshouder als afnemer wíl wel mais voor ccm hebben. Het zit hem in het aanbod en de prijs. Ccm moet concurreren met granen en dan mag een ton ccm voor een varkenshouder momenteel ongeveer € 130 kosten.”

De vaak gehanteerde vuistregel hier is dat ccm omgerekend naar drogestofgehalte hetzelfde mag kosten als tarwe. Trekken we dat door en rekenen we met het langjarig opbrengstgemiddelde van 12 ton verse ccm per hectare, dan mag een hectare goede mais dus € 1.400 à € 1.500 kosten, waarbij de kosten voor het dorsen en malen voor de verkopende partij zijn. Netto blijft er voor de verkoper dan € 1.100 à € 1.250 over; een prijs waarvoor in praktijk niet veel verkopers afscheid willen nemen van hun mais, zeker niet als er ook nog kosten zijn gemaakt voor beregening.

Wij zien korrelmais als snijmais die wat langer moet staan

Arjan Lassche van veredelaar KWS ziet hetzelfde: “Varkenshouders die zelf ccm telen blijven dat vaak ook doen. Het zijn vaak grotere varkenshouders met eigen grond die ‘in control’ willen zijn over de teelt en het oogstmoment en investeren in hun rantsoen. Het is een redelijk stabiele markt, maar ook varkenshouders die telen op eigen grond hebben te maken met prijsconcurrentie. Soms verhuurt men de eigen grond en kopen ze ccm uit met name Duitsland terug.”

Specifieke ontwikkelingen zijn er niet echt. De veredeling gaat gewoon door ondanks het beperkte areaal korrelmais. Lassche: “Wij veredelen mais sowieso voor de korrel. Hoe meer korrel, des te meer zetmeel. Of die nu voor het voerhek of in de trog komt; dit is in het belang van elke teler. Wij zien korrelmais als snijmais die wat langer moet staan.”

Oogsttips voor een goede kuil

Belangrijk is het om zelf aan het roer te staan in keuzes tijdens de oogst van ccm. Intensief malen en vroeg dorsen is niet de handigste en goedkoopste weg voor de loonwerker.

  • Stem de verwachtingen goed af en check het resultaat.
  • Korrelmais met een laag drogestofgehalte (50 à 60%) laat zich lastig dorsen en malen. Toch zit het optimale drogestofgehalte voor ccm al bij 60 à 65%. Dan conserveert de ccm optimaal en is deze goed te verdichten. Vaak wordt ccm te droog gekuild, enkel voor droogvoerinstallaties kan dat gewenst zijn.
  • De mais is rijp als de melklijn in de korrel niet meer zichtbaar is, de pit goed loskomt van de spil en het puntje van de korrel zwart kleurt.
  • Let bij aankoop van mais op stam op de kwaliteit: met name builenbrand is dit seizoen weer actueel en kan de smakelijkheid van ccm sterk aantasten. Schimmels in de kolf kunnen ongewenste toxines in de kuil brengen.
  • Kuil altijd in een schone sleufsilo en verdicht met een zware trekker of wiellader.
  • Open de kuil pas na vier tot zes weken.

Een smalle kuil is gunstig voor de voersnelheid, een brede kuil biedt ruimte aan een zware shovel voor goede verdichting. Te droge ccm laat zich lastiger verdichten met risico op broei.
Een smalle kuil is gunstig voor de voersnelheid, een brede kuil biedt ruimte aan een zware shovel voor goede verdichting. Te droge ccm laat zich lastiger verdichten met risico op broei.

Af-landimport is opgedroogd

Bij hoge prijzen in Nederland, vormde het buitenland voorheen nog wel een dankbare bron voor ccm. De percelen snijmais die in het hakselseizoen nog geen koper vonden, gingen door de combine. Soms tegen bodemprijzen, bij wijze van noodgreep; het was onderfrezen of dorsen. Fouragehandelaren brachten deze korrelmais als ccm aan de man. Die tijd van grote prijsverschillen is helemaal voorbij. Biovergisters in België en Duitsland hebben een dusdanige vraag naar snijmais, dat goede mais zonder bestemming er amper nog is.

Toch kan het interessant zijn om korrelmais aan te kopen. Van Gaal: “De komende periode in het jaar trekt de tarwenotering vaak iets aan, terwijl de korrelmais dan tijdens de oogst nog net wat lager staat. Het kan dan interessant zijn om korrelmais aan te kopen, te malen, water toe te voegen en dit als ccm in te kuilen.”

Areaal korrelmais ruim gehalveerd

Met name door beleid en ontwikkelingen in de melkveehouderij stond het areaal korrelmais voor ccm de laatste jaren onder druk. Het totale areaal (snij-)mais nam sterk af, terwijl de vraag gelijk bleef of toenam. De behoefte aan ruwvoer zorgde voor druk op de markt en dat ging onder andere ten koste van de korrelmais.

Het areaal korrelmais kreeg de laatste tien jaar twee keer een knauw. De eerste keer toen de derogatie werd ingevoerd. Door de 20%-eis gingen melkveehouders gemiddeld minder mais telen en ontstond krapte. De hectareprijzen gingen omhoog en dorsen werd langzaam maar zeker minder interessant. Kort na afschaffing van het melkquotum kreeg de vraag naar snijmais opnieuw een boost.

Akkerbouwer is concurrent

Toch is het te kort door de bocht om enkel de vraag naar snijmais aan te wijzen als oorzaak voor de areaalkrimp. Mais telen voor de verkoop was vroeger heel gebruikelijk, maar staat om een aantal redenen onder druk. Allereerst is er regionaal een goede vraag naar huurgrond vanuit de akkerbouw, tuinbouw en vollegrondsgroenteteelt. Verhuren zonder risico is al snel lucratiever dan maisteelt. Verder hangen er meer eisen aan de maisteelt op zand, denk aan de groenbemester-eisen en straks rijenbemesting. In de praktijk wordt dit niet gezien als een aanmoediging om mais te gaan telen.

Opleving areaal ccm in hectares is schijn

Het aandeel ccm lijkt sinds vorig jaar weer een opleving te hebben. Dat lijkt in elk geval als we het bekijken in aantal hectares in de grafiek. Kijken we echter naar het aantal tonnen dan bereikte de ccm-oogst met opgeteld 33.504 ton vorig jaar juist een historisch dieptepunt over de laatste 25 jaar. De verklaring zit hem in de door droogte sterk tegenvallende opbrengsten.

Opbrengst gemiddeld 12 ton ccm per hectare

Wat is die opbrengst dan wel? De laatste jaren schommelde deze tussen de 7,7 en 13,5 ton per hectare. De 7,7 ton is een negatieve uitschieter door de droogte van 2018. Als we de hoogste en laagste opbrengst eruit filteren, levert een hectare ccm langjarig bekeken gemiddeld 12,04 ton per hectare op.

Laatste reacties

  • Piet Piraat

    Goed geteelde mais kan gewoon 16 tot 20 ton ccm geven met 35 % vocht. Deze brengt op het moment 130 euro op.

  • Oké dan

    Ha ha 20 ton ccm, wat voor bijzonder ras is dat dan?

  • @Piet Piraat; nee dat kan niet 'gewoon'. Je praat dan over uitzonderlijke opbrengsten die je incidenteel kunt halen in een absoluut topjaar met hitte + beregening. Grt Matthijs

  • Piet Piraat

    Dit zijn middenvroege rassen, lees wel met 35 % vocht. Ook schreef ik "goed geteelde mais." Misschien had ik er "in het zuiden van het land" aan toe moeten voegen. En ja, goed geteelde mais wordt beregend als het nodig is.

Of registreer je om te kunnen reageren.