Varkenshouderij

Achtergrond

Betere biggen begint met een betere geltenopfok

De opfok van gelten schiet op nogal wat zeugenbedrijven tekort. Dit leidt tot achterblijvende productie en meer (ziekte) problemen op vermeerderingsbedrijven. De voeropname, conditie en adaptatie van opfokzeugen is van groot belang.

“Twee derde van de problemen op zeugenbedrijven houden dikwijls verband met onvolkomenheden in de geltenopfok.” Dit zei Edy Bouman donderdagavond, nutritionist bij premixfabrikant Twilmij, tijdens een informatieavond voor varkenshouders, van dierenartsenpraktijk De Oosthof. Hij sprak over geboortediarree. Om dit probleem bij pasgeboren biggen tegen te gaan, is een brede aanpak nodig, zei Bouman. Neonatale diarree is namelijk te herleiden tot hygiëne, het stalklimaat, de zeugenopfok en de conditie en melkproductie van zeugen.

Hogere productie

De productie zit momenteel op 34 levend geboren biggen per zeug per jaar. Dit aantal stijgt komende jaren verder. Aandacht voor de geboortegewichten en het klimaat in de kraamstal wordt steeds belangrijker. Lichte biggen zijn in een mum van tijd onderkoeld, zonder biggennest van minimaal 30 graden. Een lichte big heeft relatief veel huidoppervlak en is dus snel koud. Biggen moeten dus direct aan de uier en een warm plekje hebben, terwijl de zeug koel ligt, maar zonder tocht in de stal.

Geboortegewicht en melkproductie

De geboortegewichten van biggen en melkproductie van zeugen houden direct verband met de zeugenvoeding en de conditie van de zeugen. Voor de zeugenconditie groeit de aandacht. Opfokzeugen komen er nog bekaaid af. Als de voeding en opfok geslaagd is, weegt een zeug na de eerste lactatie tussen de 170 en 175 kilo, met 11 tot 12 millimeter spek. Bouman: “Dan heb je het goed gedaan.” Hij ziet om zich heen dat alle zeugenbedrijven die de opfok en adaptatie goed doen steevast veel en goede biggen produceren. Adaptatie houdt ook in dat zeugen wennen aan staal om zich heen, zoals in het kraamhok het geval is. Bouman: “Stress heeft sterke invloed op de darmfunctie en darmgezondheid.” Rond het werpen moet een zeug minimaal 2,5 kilo voer opnemen. Als dat niet lukt deugt het voer niet, betoogt Bouman.

Signalen interpreteren

Signalen van dieren opvangen en interpreteren is van belang. Als een zeug een paar dagen na werpen op haar buik ligt, heeft ze geen melk of last van haar uier. De biggen zijn dan magertjes. Alleen ziektekiemen te lijf gaan werkt niet om geboortediarree tegen te gaan en robuuste biggen te produceren. Het begint allemaal met goede opfok en opname van gelten op het bedrijf. Biggen van gelten zijn altijd lichter en kwetsbaarder dan biggen van oudere zeugen, ervaren boeren. Bouman twijfelt of dat wel nodig is. Hij vermoedt dat met een goede geltenopfok biggen van eerste worps-zeugen niet onder hoeven te doen voor biggen van oudere zeugen.

Of registreer je om te kunnen reageren.