Varkenshouderij

Achtergrond laatste update:13 sep 2018

‘Varkenshouderij kan meer technologie gebruiken’

De varkenshouderij kan meer technologie toepassen, denkt Johan van Arendonk. Op termijn is zelfs denkbaar dat een castratievrij varken wordt ontwikkeld.

Hendrix Genetics houdt zich in 25 landen bezig met fokkerij, genetica en technologie in pluimvee, varkens en vis. De organisatie richt zich onder meer op het genetisch verbeteren van eigenschappen van dieren om nog beter in te spelen op de vragen uit de markt.

Johan van Arendonk is sinds 2016 actief als hoofd Innovatie & Onderzoek bij de fokkerijorganisatie. Hiervoor werkte hij jarenlang als hoogleraar Fokkerij en Genetica bij de universiteit in Wageningen. Van Arendonk is veel op pad om leiding te geven aan onderzoek. Hij bezoekt bedrijven, voert overleg met uitvoerders en partners en legt zijn oor te luisteren op congressen en symposia. Komende maand is hij spreker op het evenement Ondernemen in de Varkenshouderij. Het is belangrijk dat de organisatie de ‘blik naar buiten’ richt, zegt hij. “We willen weten wat er speelt bij onze afnemers en welke technologische ontwikkelingen er zijn waarmee wij iets kunnen.”

Johan van Arendonk (59) is hoofd Innovatie & Onderzoek bij Hendrix Genetics. Voor hij in 2016 bij de fokkerijorganisatie aan de slag ging, was hij 15 jaar hoogleraar Fokkerij en Genetica bij Wageningen UR. - Foto: Van Assendelft Fotografie
Johan van Arendonk (59) is hoofd Innovatie & Onderzoek bij Hendrix Genetics. Voor hij in 2016 bij de fokkerijorganisatie aan de slag ging, was hij 15 jaar hoogleraar Fokkerij en Genetica bij Wageningen UR. - Foto: Van Assendelft Fotografie

Op welke ontwikkelingen heeft Hendrix Genetics nu vooral de focus?

“Je ziet in de Nederlandse veehouderij als geheel een trend naar toenemende verduurzaming. Verbetering van dierenwelzijn, het terugdringen van de ecologische footprint en vermindering van antibioticagebruik. Ook is het van belang dat het dier goed past in de veranderende veehouderijomgeving, de huisvestingssystemen. Tussen de verschillende diersoorten zijn daarin parallellen, bijvoorbeeld bij gedragsproblemen als staartbijten bij varkens en verenpikken bij leghennen. Als fokkerijorganisatie kun je via selectie – fokkerij – veranderingen in gedrag bewerkstelligen. Maar daarin kun je niet van vandaag op morgen iets verbeteren. Er zit al snel 5 jaar tussen wat wij doen en wat een bedrijf daarvan in de praktijk ziet. Zo kun je het weglaten van snavelbehandelingen niet in een dag doen, dat leidt tot een bloedbad. Maar door selectie gedurende een aantal jaren zijn we er wel in geslaagd om pikgedrag terug te dringen, waardoor nu 80% van de kuikens de deur uitgaat zonder snavelbehandeling. Dat is winst.”

Op gedrag kunnen we fokken, maar de veehouder moet ook maatregelen nemen

De gewenste gedragsveranderingen zijn niet alleen een kwestie van fokkerij, zegt Van Arendonk. Voor succes is een combinatie nodig van fokkerij, techniek en bedrijfsmanagement. “Van ons als fokkerijorganisatie wordt bijvoorbeeld gevraagd weerbare dieren te leveren. Maar de volgende stap is dat een boer ook goed met zo’n dier moet omgaan. Op gedrag kunnen we fokken, maar de veehouder moet ook maatregelen nemen, zoals het plaatsen van afleidingsmateriaal om staartbijten of verenpikken tegen te gaan.”

Welke innovaties ziet u in uw vakgebied die in de varkenshouderij kunnen worden toegepast?

“Wat je steeds meer ziet, is sensortechnologie op het gebied van beweging, warmte en geluid. Dit stelt de varkenshouder in staat snel in te grijpen bij problemen. Zo kun je met geluidsapparatuur vaststellen wanneer varkens precies last krijgen van hoest. Je kunt met sensoren ook warmte meten, en daarmee meten of een dier koorts heeft. Dit zijn waardevolle technieken, omdat je problemen voor kunt zijn en minder antibiotica hoeft te gebruiken. Het beheersen van ziektes is een belangrijk element om tot een meer duurzame varkenshouderij te komen. Voor ons als fokkerijorganisatie is het een voordeel dat we nog beter dieren kunnen aanwijzen die voldoen aan criteria als weerbaar, efficiënt en gezond.”

Ziet u nog andere kansen voor de sector?

“Technologie biedt geweldige kansen, maar vergt ook veel investeringen. Die zijn onbetaalbaar als het varkensvlees vervolgens anoniem in de schappen ligt. Daarom zijn kortere ketens nodig. Vlees in de winkel moet zijn terug te traceren naar de varkenshouder. Dan liggen er kansen voor innovatieve concepten. Kijk je naar eieren in het schap, daar is de keus in concepten groot. Cruciaal voor innovaties is dat zich dat vertaalt in een hoger bedrag dat de consument betaalt. Het ontbreekt niet aan initiatieven voor innovaties, er is veel vakmanschap onder varkenshouders, maar initiatieven komen lastig van de grond.”

Hoe komt dat?

“De routeaanduidingen zijn niet duidelijk voor varkenshouders en de vergunningstrajecten zijn vaak heel erg lang. Varkenshouder Annechien ten Have heeft daar bijvoorbeeld 10 jaar over gedaan. Chapeau, dat ze dat heeft weten vol te houden. Zij is het bewijs dat het niet ontbreekt aan kracht in de sector. We moeten wel iets doen, want de sector is nog steeds voor een groot deel bezig de kostprijs naar beneden te brengen. Bovendien is er druk vanuit de samenleving die steeds minder tolereert van de veehouderij. Er is een mentaliteitsverandering nodig vanuit de sector zelf. Vergelijk dit met het afkoppelen van Nederland van het gas in 2030. Een enorme klus. Die deadline is wellicht niet haalbaar, maar feit is dat er een transitie is waaraan door alle betrokken partijen wordt gewerkt. Zo kunnen varkenshouders ook een omschakeling naar duurzaam maken.”

Hoe moeten ze dat aanpakken?

“Dat is heel lastig natuurlijk. Ook omdat duurzaamheid een ruim begrip is: heb je het over dierenwelzijn, milieu, volksgezondheid? Je kunt kiezen voor een aantal initiatieven dat goed scoort op verschillende duurzame aspecten, waarmee varkenshouders aan de slag kunnen. Die moeten in staat gesteld worden te innoveren. Bedrijven die daarmee aan de slag willen, moeten ideeën testen en daarvoor ruimte en ondersteuning krijgen. Deze initiatieven moeten samenwerken om ervaringen uit te wisselen en om samen meerwaarde te creëren. De consument heeft geld over voor vlees met meerwaarde.”

Hoe innovatief is de varkenshouderij ten opzichte van andere agrarische sectoren?

“Binnen de agrarische sector als geheel kan de veehouderij beter inspelen op technologische mogelijkheden dan nu. Dat geldt niet alleen voor de varkenshouderij maar voor de gehele veehouderij. De tuinbouw bijvoorbeeld loopt daarin wel meer voorop.”

Welke technologische uitdagingen ziet u voor de komende jaren?

“We zullen ons nog meer richten op het gebruik van sensortechnologie. Op de langere termijn zie ik mogelijkheden voor ‘gene editing’. Dat is een technologie waarover nu veel te doen is, zowel in de plantaardige als de dierlijke sector. Door een recent besluit van het Europese Hof over Crispr-Cas gaan de ontwikkelingen in Europa niet zo snel. Maar ook in de veehouderij zijn er perspectieven voor gene editing. Je kunt deze techniek bijvoorbeeld aanwenden voor het produceren van een castratievrij varken. Dat betekent dat castratie niet langer nodig is. Dat gaat niet zomaar, je zult veel onderzoek moeten doen naar veiligheid en gevolgen voor het dier.”

De consument in de westerse wereld moet zich ook verantwoordelijker opstellen en minder voedsel weggooien

“De grote uitdaging waar we als landbouwsector voor staan is om de wereldbevolking duurzaam te voeden. Dat betekent ook dat het varken nog sterker dan nu ingezet wordt als verwerker van reststromen. Verder moet mest worden omgezet van een last naar een lust. De consument in de westerse wereld moet zich ook verantwoordelijker opstellen en minder voedsel weggooien. Het is ook niet nodig om iedere dag vlees te eten. Intussen moet de veehouderij zich blijven richten op de duurzame productie van dierlijk eiwit van een hoogwaardige kwaliteit. Op wereldschaal is er behoefte aan meer dierlijk eiwit.”

Overstap naar bedrijfsleven

Zo’n 2,5 jaar is Johan van Arendonk nu actief bij Hendrix Genetics. Hiervoor werkte hij jarenlang bij Wageningen UR, de laatste 15 jaar als hoogleraar. Hij heeft ‘nog geen dag spijt’ van zijn overstap. “Ik heb met veel plezier als hoogleraar gewerkt. Wageningen UR heeft een sterke focus op de praktijk en dat heeft me altijd aangesproken. Het is boeiend om het nu de andere kant mee te maken, te zien hoe dingen in de praktijk uitpakken. Een goed onderzoeksidee is niet altijd hetzelfde als een goed idee in de praktijk. Ik ben nu ook meer bezig met klanten en met de vraag hoe tevreden die zijn.”

De vijfde editie van Ondernemen in de varkenshouderij op 2 oktober 2018 staat geheel in het teken van innovatief ondernemen. Kom ook!

Of registreer je om te kunnen reageren.