Varkenshouderij

Achtergrond

Meer aandacht voor opfokzeug levert geld op

Opfokzeugen op het zeugenbedrijf krijgen niet altijd de aandacht die ze verdienen. Met 3 speerpunten – Gezond, Sociaal en Geleidelijke groei – realiseer je een hoger rendement.

“Opfokzeugen zijn de toekomst van het vermeerderingsbedrijf en bepalend voor de resultaten in de komende jaren op het zeugenbedrijf. Door meer aandacht te besteden aan een goede opfok, is zeker een hoger rendement in de zeugenhouderij te behalen”, zegt Marion Kluivers van Wageningen Livestock Research. Kluivers is projectleider van het onderzoek ‘Opfokzeugen in opleiding’ dat sinds 2016 op het Varkens Innovatiecentrum (VIC) in Sterksel loopt.

Patrick Classens begeleidt de opfokzeugen naar het voerstation. Hierdoor kunnen de zeugen langzaam wennen aan een nieuwe manier van voer verstrekken. - Foto's: Bert Jansen
Patrick Classens begeleidt de opfokzeugen naar het voerstation. Hierdoor kunnen de zeugen langzaam wennen aan een nieuwe manier van voer verstrekken. - Foto's: Bert Jansen

Kluivers is overtuigd dat elke varkenshouder zich wil inzetten voor een goede opfokperiode als dit zich terugbetaalt in betere resultaten. Tijd en aandacht zijn echter schaars. Het doel van het project ‘Opfokzeugen in opleiding’ is dan ook om, naast meer aandacht, tot praktische toepassingen te komen voor een goede opleiding van de opfokzeug die de huidige zeugenstapel gaat vervangen. “Een opfokzeug is geen vleesvarken dat het bedrijf op jonge leeftijd verlaat en ze verdient dan ook extra aandacht die zich later terugverdient”, aldus Kluivers.

Doel en deelnemers project ‘Opfokzeugen in opleiding’

Het doel van het project ‘Opfokzeugen in opleiding’ is meer kennis ontwikkelen en aandacht vragen voor een goede opfokperiode.
De partners die deelnemen in het project zijn: varkenshouder Classens, ABZ Diervoeding, Coppens Stalinrichting i.s.m. Nedap, Farmresult, Topigs Norsvin, De Varkenspraktijk en onafhankelijk adviesbedrijf Varkess.
Het ministerie van LNV financiert de helft van het project (met name de inzet van onderzoekers en proeven), de partners uit het bedrijfsleven financieren met hun inzet de andere helft.

Direct toepasbare aanpassingen

Op elk zeugenbedrijf zijn nog aanpassingen mogelijk om de opfokperiode te verbeteren, en hierdoor meer winst in productieresultaten en duurzaamheid te behalen. Een complete verbouwing of nieuwbouw is niet overal realiseerbaar, maar ook niet altijd nodig. Het kunnen ook kleinere aanpassingen zijn. “Het is de kunst om per bedrijf te bepalen waar de grootste winst te behalen is”, aldus Kluivers. “Hopelijk kunnen we volgend jaar met een nieuw kengetal komen, waarmee het effect van extra aandacht voor de opfok zichtbaar is.”

Meer focus op opfokzeugen

Patrick Classens (28) is varkenshouder – samen met zijn ouders in Veulen (L.) runt Patrick een gesloten bedrijf – en een van de deelnemers aan het project ‘Opfokzeugen in opleiding’. Hij biedt het project praktijkervaring, maar heeft nu ook meer inzicht gekregen in de opfokperiode op zijn eigen bedrijf en al enige aanpassingen gedaan.

De kennis uit het project moet ook ondersteuning bieden om een gedegen keuze te kunnen maken welke manier van opfok het beste bij het bedrijf past. Dat betreft ook de keuze tussen aankoop en eigen opfok.

Gezond, sociaal en geleidelijke groei maken goede opfokzeug

Eigen opfok of zo jong mogelijk aankopen, is het devies

Een opfokzeug is geen vleesvarken, en verdient eigen ruimte

Het project is opgesplitst in twee onderdelen. Bij de eigen aanfok richt het onderzoek op opgroeien in gangbare kraamhokken versus groepskraamhokken. De groepskraamhokken zijn nu misschien nog niet haalbaar voor het gros van de zeugenhouders, maar de roep om vrijloophokken is er wel in de maatschappij. De biggen in de groepskraamhokken op VIC groeien samen met 5 tomen op, hebben contact met de ‘vreemde’ zeugen en kunnen ook mee vreten met de zeug. De biggen worden op 9 weken gespeend, waarbij de zeugen op 5 weken in de lactatie geïnsemineerd worden. Geeft dit socialere en gezondere biggen na het spenen en in het verdere leven, zonder de productieresultaten uit het oog te verliezen?

Optimale huisvesting

Het tweede deel van het project betreft de aankoop van opfokgelten. Het onderzoek is opgesplitst in aankoop op 10 en op 16 weken leeftijd en opgedeeld in gangbare hokken en in hokken die aangepast zijn naar de ‘Best Practices’, een optimale huisvesting naar aanleiding van kennis uit de praktijk en wetenschap.

2018: Jaar van de opfokzeug, te volgen via @GoedeGelten (en #jaarvdopfokzeug)

Een aantal van deze optimalisaties die op Sterksel zijn gedaan, is ook direct door zeugenhouders toepasbaar in de praktijk. Zo is bijvoorbeeld verlichting aangepast naar led-verlichting. Meer licht in de stal is niet alleen positief voor de dieren die elkaar en de omgeving beter kunnen zien, maar ook bij de controle van de opfokzeugen is meer licht prettiger. Een andere eenvoudige aanpassing in de opfokstal betreft hokverrijking. In de opfokstal zijn verschillende soorten hokverrijking geplaatst. Jutezakken, kettingen met extra bouten en emmers waaruit gedoseerd luzerne valt als de dieren ermee spelen. Ook een ijzeren aardappelmand waar luzerne gedoseerd uit valt, ziet Kluivers voor opfokzeugen als een goede en stevige optie als hokverrijking.

Door meer aandacht aan een goede opfok te besteden, is een hoger rendement in de zeugenhouderij te behalen. Het project ‘Opfokzeugen in opleiding’ wil naast aandacht ook praktische handvatten aanbieden.
Door meer aandacht aan een goede opfok te besteden, is een hoger rendement in de zeugenhouderij te behalen. Het project ‘Opfokzeugen in opleiding’ wil naast aandacht ook praktische handvatten aanbieden.

De hokverrijking is interactief aangebracht tussen twee hokken, hiermee blijft het attractief en worden opfokzeugen gestimuleerd als er in een buurhok mee gespeeld wordt. Daarnaast is de sociale interactie tussen dieren en tussen mens en dier eenvoudig, en zonder grote investering, op een bestaand zeugenbedrijf in te passen. Door opfokzeugen te leren omgaan met vreemde soortgenoten en een positief gevoel bij het contact met de mens aan te leren, ontstaat een sociaalvaardige zeug. De zeugen lopen het grootste deel van de cyclus vrij in groepen, maar je moet ze later toch kunnen hanteren voor het verplaatsen, controles en inseminaties.

“Een opfokzeug vraagt niet alleen een financiële investering, maar ook tijd en aandacht. Als ze de uiteindelijk gewenste productie dan niet haalt en te vroeg afgevoerd moet worden, is de investering nog niet terugverdiend”, besluit Kluivers.

Gelt vertroetelen en meer ruimte geven

Er moet meer bewustwording komen voor het optimaliseren van het houden van opfokgelten op het zeugenbedrijf. Dat vindt Jan Essens die met zijn zelfstandig adviesbedrijf Varkess een van de partners is van het project ‘Opfokzeugen in opleiding’.


Jan Essens heeft een onafhankelijk adviesbedrijf, Varkess, en neemt deel aan het project om zeugenhouders bewust te maken van een optimale opfokperiode.

De vraag die Essens graag bij zeugenhouders onder de aandacht wil brengen, is hoe je de zaken op het bedrijf kunt optimaliseren voor opfokzeugen.

Huisvesting
Voor wat betreft gezondheid is Essens voorstander van eigen aanfok, mits de omstandigheden gunstig zijn en het bedrijf hierop is ingericht. Als eigen aanfok niet mogelijk is, dan is zijn advies om de dieren zo jong mogelijk aan te kopen. De opfokzeugen horen volgens de adviseur in aparte opfokstallen en niet samen in een hok met vleesvarkens, en dat begint al meteen na het spenen.

1,5 m2 is norm voor opfokzeug van 5 tot 6 maanden


Op latere leeftijd, rond 5 tot 6 maanden, hebben de opfokzeugen meer ruimte nodig, ongeveer 1,5 m2 per dier. “In de bezettingsgraad schort het nogal eens”, merkt de adviseur. Hij ziet dat een investering in extra ruimte in de opfokperiode terugverdiend wordt op latere leeftijd door een goede gezondheid van de zeugen en betere technische resultaten.
Niet elk bedrijf heeft meteen de mogelijkheid om meer ruimte voor de opfokzeugen te maken, maar er zijn nog voldoende andere verbeterpunten voor een betere opfokperiode geeft Essens aan. Dan kun je denken aan de ruwheid van de vloeren, de hoeveelheid licht, de manier van voerverstrekking, en op het juiste gewicht en leeftijd insemineren.

Voeren
Voor een geleidelijke groei vindt Essens het wenselijk om tijdens de opfok drie soorten voer te kunnen verstrekken. Het liefst aan de trog met de mogelijkheid om vanaf 5 maanden beperkt te voeren. Dit geeft meer overzicht en minder verschil in gewichten. Het doel is om een ideaal gewicht te behalen voor de eerst levensinseminatie. Dit ideale gewicht is per fokkerijorganisatie verschillend. Essens adviseert om te overleggen met de fokkerijorganisatie welk voerschema en gewichten voor het soort zeug van toepassing is en hiernaar te handelen. Voorbeelden van te lichte opfokzeugen komt Essens nog maar al te vaak tegen in de praktijk.

Aandacht
“Het klinkt misschien een beetje soft uit de mond van een man in de varkenshouderij, maar de opfokzeugen op je bedrijf moet je vertroetelen,” aldus Essens. Niet alleen door goede randvoorwaarden zoals huisvesting, maar ook letterlijk door de opfokgelten te belonen na een enting, regelmatig in de hokken komen en de gelten aanraken. Door deze extra aandacht maak je ze vertrouwd met de mens. “Later als zeug pluk je daar dan de vruchten van en kun je de dieren beter controleren, insemineren en verplaatsen,” aldus Essens. “Aandacht kan eenvoudig ingepast worden.”

 

Of registreer je om te kunnen reageren.