Varkenshouderij

Achtergrond

Voorzichtig met natuurlijke weerstand

Varkens natuurlijke weerstand op laten bouwen is goed maar bij biggen en vleesvarkens is het per saldo nadelig. Voor buitenvarkens is het een ander verhaal.

In de gangbare varkenshouderij is het buiten de deur houden van kiemen en het voorkomen van verspreiding binnen het bedrijf de norm. Dat betekent onder andere transportmiddelen op afstand houden, bezoekers door de douche, afdelingen reinigen en ontsmetten en werken van jong naar oud (zie kader onderaan dit artikel).

Veruit het grootste deel van de varkenshouders werkt in meer of mindere mate op deze manier. Toch zijn er ook ondernemers die minder overtuigd zijn van de noodzaak van strikte hygiënemaatregelen. Sterker nog, ze zijn van mening dat varkens juist met kiemen in aanraking moeten komen om sterker te worden. En door reinigen gaan ook de ‘goede’ kiemen eraan. Ze willen geen kasplantjes maar juist varkens die tegen een stootje kunnen.

Biologisch varkenshoudster Nieske Neimeijer gelooft meer in weerstand opbouwen. Lees verderop haar verhaal.

Broodjeaapverhaal?

Ook John van der Wielen, dierenarts bij De Varkenspraktijk, kent de verhalen. “Het heeft meer met gemak te maken of besparen op mestkosten of arbeid dan met een veterinaire onderbouwing. Als mensen die keuze maken is prima, maar doe het wel om de juiste redenen. In de reguliere varkenshouderij is het voorkomen van kasplantjes écht een broodjeaapverhaal.”

Reinigen en eventueel ontsmetten is vooral belangrijk om verspreiding van kiemen in de mest tegen te gaan. Denk aan dysenterie, PIA, E. coli, salmonella en wormen. Mest is dus een heel belangrijke factor. Bovendien kunnen kiemen zeer lang overleven in mest; zo kan Mycoplasma in water van 5 graden Celsius een maand infectieus blijven. Daarom is grondig reinigen en desinfecteren en drogen van de afdeling zo belangrijk. “Bedrijven kunnen best lange tijd zonder problemen niet-reinigen maar de kans dat het mis gaat, wordt groter. Het gaat om het totaalpakket, en een schone stal is er daar 1 van.”

Artikel gaat verder onder de foto.

Het risico dat buitenvarkens met bedrijfsvreemde kiemen in aanraking komen is groter dan in de reguliere varkenshouderij. Toch kunnen ook deze varkens gezond blijven en technisch goed presteren. - Foto: Ronald Hissink
Het risico dat buitenvarkens met bedrijfsvreemde kiemen in aanraking komen is groter dan in de reguliere varkenshouderij. Toch kunnen ook deze varkens gezond blijven en technisch goed presteren. - Foto: Ronald Hissink

Immuunsysteem geprikkeld

De kern van het probleem van varkens met te veel kiemen in aanraking laten komen, is dat het immuunsysteem te veel wordt geprikkeld. Wat wel klopt, is dat dit het varken beter bestand maakt tegen toekomstige ziektes. Dat is een natuurlijk proces; biggen bouwen via de moedermelk en mest van de moeder in de kraamstal immuniteit op. Voor specifieke ziektes zijn vaccinaties mogelijk. Onder SPF-omstandigheden ontstaan zodoende zeker geen kasplantjes, benadrukt Van der Wielen.

‘Alles wat er niet is, heb je geen schade van’

Langdurige weerstand

Maar contact met te veel kiemen kost energie en voor vleesvarkens weegt een mogelijk voordeel van beter beschermd zijn gezien hun korte leven, daar niet tegenop. ”SPF-beren laten een groei zien van 1.500 gram, in de praktijk halen we amper 800 gram. Ik ben ervan overtuigd dat belasting van het immuunsysteem door ziektekiemen daarvan een belangrijke oorzaak is.”

Ook Manon Houben, hoofd varkensdierenartsen bij de Gezondheidsdienst voor Dieren, is stellig. “Vleesvarkens altijd zo schoon mogelijk houden. Alles wat er niet is, heb je geen schade van. Langdurige weerstand heb je bij biggen en vleesvarkens niet nodig, dus laat daar het varken geen energie insteken.” Dat overtuigingen van ‘kasplantjes’ en ‘vuile omstandigheden om weerstand op te bouwen’ hardnekkig zijn, komt volgens Houben omdat de varkens niet met bosjes omvallen. “Varkenshouders die dat aanhangen, krijgen zodoende hun eigen gelijk.”

Bedrijfseigen kiemen

Bij biggen en vleesvarkens is het dus duidelijk: hoe minder contact met kiemen, hoe beter. Bij zeugen is het een ander verhaal, benadrukt Houben. In de laatste fase voor introductie in de zeugenstapel kunnen gelten in contact komen met bedrijfseigen kiemen. Over de noodzaak en methoden hiervan bestaat ook discussie waarbij wat verschillende methoden worden gebruikt. Ze komen immers ook met ongewenste ziekmakers in aanraking. Dat vraagt dus een doordachte aanpak. Daarnaast kan de varkenshouder voor introductie in de zeugenstapel nog vaccinaties geven, wat ook een vorm is van laten wennen aan kiemen om het immuunsysteem te activeren.

Artikel gaat verder onder de foto.

Reguliere bedrijven zijn gericht op het buitenhouden van kiemen; het is de eerste barrière tegen ziektes. Daarna moet verspreiding binnen het bedrijf worden voorkomen en dat de kiem het dier ziek maakt. - Foto: Ton Kastermans
Reguliere bedrijven zijn gericht op het buitenhouden van kiemen; het is de eerste barrière tegen ziektes. Daarna moet verspreiding binnen het bedrijf worden voorkomen en dat de kiem het dier ziek maakt. - Foto: Ton Kastermans

Balans zoeken

Het managen van de immuniteit is belangrijk maar in de praktijk lastig. Houben noemt het prioriteit aangeven en balans zoeken tussen de verschillende kiemen. Dit is een onderwerp waar de dierenarts een belangrijke rol in moet spelen. Houben verwacht dat dierenartsen voldoende kennis en kunde in huis hebben om daarin goed te adviseren. “Maar over het algemeen is er behoefte aan meer kennis over het managen van immuniteit.”

Verhogen van weerstand

In de reguliere varkenshouderij lijkt er geen discussie: voorkomen van insleep en verspreiding en maximale hygiëne zijn nodig om de varkens gezond te houden. Bij varkens die buiten lopen is het echter een stuk lastiger om kiemen buiten te houden. Dieren lopen in de wei of de uitloop, deuren staan altijd open en de varkens liggen niet altijd in dagvers stro. Ook is er gemakkelijker contact met andere dieren, zoals vogels, katten en honden.

Darmflora

Kees Scheepens, dierenarts en eigenaar van het Duke of Birkshire-concept, ziet in beginsel geen verschil. “Mijn varkens lopen nu 7 jaar buiten en het gaat zonder problemen.” De zeugen zijn afkomstig uit een SPF-omgeving en vrij van een hele reeks ziekten. Scheepens verwacht dat het altijd loont om kiemen buiten de deur te houden. Maar een vieze stal wil volgens hem niet zeggen dat die vol met ziektekiemen zit. “Kiemen zitten vooral in de dieren, niet in de stal.” Cruciaal is volgens hem een gezonde darmflora; door in de grond te wroeten bouwen varkens dat op natuurlijke wijze op. Ze worden er niet ziek van, maar enten zichzelf wel met bacteriën uit de bodem. Voor de reguliere varkenshouderij gelooft hij wel in het maximaal buiten houden van kiemen en beleid voor besmetten van jonge zeugen.

Artikel gaat verder onder de tweet.

Biologisch

Hetzelfde geluid is bij Rita Schuttert, dierenarts bij De Oosthof, te horen. Ze heeft relatief veel klanten met een biologisch bedrijf. Schuttert ziet gezonde varkens op SPF-bedrijven maar ook biologische varkenshouders die erin slagen hun dieren supergezond te houden. Een deel doet dat met veel zorg om te voorkomen dat varkens met kiemen in aanraking komen; anderen zijn daar een stuk gemakkelijker in.

Kruidenextracten

Ook Schuttert is van mening dat minder kiemen per definitie goed is. Ze ervaart wel in de praktijk dat bedrijven met minder focus op biosecurity technisch toch goed draaien. “In het algemeen zijn kiemen die met de varkens meekomen meer bepalend.” Schuttert ziet goede resultaten met het verhogen van de weerstand met het gebruik van natuurlijke producten als kruidenextracten. “Ik heb de indruk dat ze daardoor gemakkelijk minder last hebben van ziektes en er sneller doorheen komen.” Maar ook meer ruimte, een lagere ziektedruk en sterkere genetica (veel Topigs 50-zeugen) helpen volgens haar mee. Zodoende zijn de ervaringen uit de biologische varkenshouderij zeker niet op 1 op 1 te vertalen naar de reguliere varkenshouderij. “Het zijn twee verschillende manieren van varkens houden.”

‘Alles moet kloppen met veel natuurlijke omstandigheden’

Biologisch varkenshoudster Nieske Neimeijer gelooft meer in weerstand opbouwen dan alles potdicht afsluiten.

Stallen dichthouden op een biologisch bedrijf is onmogelijk. Het is volgens Neimeijer ook helemaal niet nodig: als de omstandigheden goed zijn, kan een varken veel hebben. Sterker nog; het maakt ze juist weerbaar. Douchen voor binnenkomst of aparte kleuren bedrijfskleding per diercategorie zijn er daarom voor haar niet bij. “Het is hier zeker niet steriel. En ik loop zo van de vleesvarkens terug naar de kraamstal.” Stallen uitspuiten doet ze wel maar meer omdat ze zelf graag in een schone omgeving werkt dan dat het voor de varkens nodig is.

Neimeijer is niet bang voor verspreiding van ziektes binnen het bedrijf. Wel is ze kien op het voorkomen dat kiemen op het bedrijf komen. Daarom voert ze geen fokgelten aan en blijft de vrachtwagen die zeugen ophaalt ver van de stallen.

Artikel gaat verder onder de foto.

Naam: Nieske Neimeijer (34). Plaats: Heino (Ov.). Bedrijf: 72 biologische zeugen en 600 vleesvarkens, deels eigen vleesafzet. - Foto: Ronald Hissink
Naam: Nieske Neimeijer (34). Plaats: Heino (Ov.). Bedrijf: 72 biologische zeugen en 600 vleesvarkens, deels eigen vleesafzet. - Foto: Ronald Hissink

Natuurlijke omstandigheden

De varkenshoudster zegt dat de gezondheid van de varkensstapel en de technische resultaten laten zien dat deze aanpak werkt. “Daarvoor moet wel alles in orde zijn, met vooral veel natuurlijke omstandigheden. Denk aan veel ruimte en niet zoveel dieren bij elkaar. De varkens hebben geen stress.” Met de fokkerij probeert Neimeijer een sterker, robuuster varken te maken. Een rotatiekruising van Topigs 20 met de Terra en Noors Landras vormt nu de basis. Ook stroomt er wat Duroc-bloed door de aderen. “De zeugen zijn sterk maar ik zoek nog naar de beste kruising.” Ook gebruikt ze natuurlijke middelen in het voer, zoals kruidenextracten en micro-organismen. Vaccineren doet ze minimaal.

Enten

Een recente PRRS-uitbraak deed haar beseffen dat ook haar varkens kwetsbaar hiervoor zijn. In overleg met de dierenarts is besloten te gaan enten, voorlopig dan toch. “Het is een moeilijke afweging. Enerzijds wil ik er niks aan doen, laat ze maar ziek worden en weerstand opbouwen. Maar de schade kan dan te groot zijn.” Met bloedonderzoek wil ze monitoren hoe de afweer de komende tijd ontwikkelt.

Artikel gaat verder onder het Facebookbericht.

 

 

Kiem komt 3 barrières tegen

Voordat een kiem een varken ziek kan maken, moet het 3 barrières overwinnen.

  1. De eerste ligt aan de buitenkant van het bedrijf. Kiemen komen binnen via varkens, mensen, lucht en ongedierte. Transport van dieren is dé belangrijkste aanvoerbron.
  2. De tweede barrière ligt in de stal, door het voorkomen dat kiemen kunnen verspreiden tussen de dieren. Schone hokken is daarvoor belangrijk maar ook de werkwijze van de varkenshouder. Denk aan schone materialen en werken van jong naar oud.
  3. De derde barrière is het varken zelf. Een hoge weerbaarheid en afwezigheid van wondjes helpen. Dat begint met een vlotte geboorte in een schone omgeving met maximale biestopname. In het latere leven moeten onder andere voeding, wateropname, klimaat en huisvesting in orde zijn.

Vaccinaties helpen varkens actief te beschermen tegen specifieke kiemen. Immuniteit bestaat uit antistoffen die in het dier circuleren en aanwezig zijn op die plaatsen in het lichaam waar het contact met de ziekteverwekker het meest voorkomt.

Of registreer je om te kunnen reageren.