Varkenshouderij

Achtergrond

Mest leveren die klant vraagt

De afzet van varkensmest stagneert. De oplossing ligt in opwaarderen tot een gewild product. Dat vereist specifieke kennis. Samenwerking is cruciaal.

De afzet van varkensmest loopt slecht dit jaar. Er is ongeveer een derde minder mest afgenomen door Nederlandse akkerbouwers dan vorig jaar vanwege het late voorjaar. Daarnaast hebben verschillende andere ontwikkelingen een negatief effect op de afzet van varkensmest. Minder afzet betekent vollere kelders. De Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) en LTO Nederland overleggen met de overheid over oplossingen om de druk van de ketel te halen.

Een goede zaak, vindt Johan Temmink, specialist mineralen bij ForFarmers. “De afzet loopt slechter dan andere jaren en de mestvoorraad was gelijk. Dat kan problemen geven.” Een anonieme bron meldt dat met name varkenshouders die in het verleden regelmatig shopten om de mest zo goedkoop mogelijk kwijt te raken nu hun mest amper kwijt kunnen. Vaste afspraken en langdurige relaties lopen een stuk beter door volgens hem.

Aantal factoren bemoeilijkt afzet varkensmest

De moeizame afzet van varkensmest dit jaar kent verschillende oorzaken. In de eerste plaats was het lang nat in het voorjaar waardoor akkerbouwers pas laat het land op konden. Daardoor is veel minder dierlijke mest aangewend. Daarbij komt dat het aanbod rundveemest onverminderd groot blijft ondanks de daling van de rundveestapel. Akkerbouwers hebben een voorkeur voor rundveemest omdat er minder fosfaat en meer stikstof en kali en organische stof in zit. Ook sluit het meer verspreid vrijkomen van de nutriënten beter aan op de groei van gewassen. En in sommige gevallen is grondhuur of -ruil gekoppeld aan de levering van dierlijke mest.

Daarnaast speelt mee dat vanaf 1 oktober de verplichting geldt tot onafhankelijke monstername van dikke fracties en vaste mest. Dit moet ervoor zorgen dat de gehaltes van de monsters overeenkomen met de werkelijke gehaltes. Voorheen namen veehouders en transporteurs zelf monsters waarbij het monster vaak niet representatief was voor de hele partij. Deze verplichting verklaart mogelijk de sterke daling van de export van rundveemest in het eerste kwartaal van 2018 ten opzichte van diezelfde periode in 2016 en 2017. Hierdoor neemt de druk op de binnenlandse mestmarkt dit jaar extra toe.

Exporteurs van mest zagen de exportmogelijkheden naar Duitsland afnemen onder invloed van nieuwe Duitse mestwetgeving. Daarin wordt digestaat uit mestvergisters ook aangemerkt als meststof wat een deel van de plaatsingsruimte inneemt. Door onzekerheid over de gevolgen van de nieuwe regelgeving hebben veel Duitse akkerbouwers kunstmest gestrooid. Verder heeft de fipronil-crisis in de pluimveehouderij een negatieve invloed op de export van mest. Afnemers twijfelen of er misschien fipronil in de droge mest zit, waardoor de afzet moeilijker loopt.

Weinig vraag naar varkensmest

Freddy de Boer, binnendienstmedewerker bij Logimest, relativeert de commotie enigszins. “De afzet van varkensmest in het voorjaar gaat moeizaam, dat klopt. Maar dat is al jaren zo. Er is amper vraag naar varkensmest. Akkerbouwers willen een ander product. Met minder fosfaat en meer stikstof en kali. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon”, vindt hij. Er is dit voorjaar veel rundveemest afgezet in de akkerbouw.

Uitrijden van mest. Door het natte weer kwamen voorjaarswerkzaamheden pas laat op gang. Veel akkerbouwers kozen voor kunstmest in plaats van dierlijke mest. - Foto: Ronald Hissink
Uitrijden van mest. Door het natte weer kwamen voorjaarswerkzaamheden pas laat op gang. Veel akkerbouwers kozen voor kunstmest in plaats van dierlijke mest. - Foto: Ronald Hissink

“Hoe het ook zij, dit jaar maakt in elk geval duidelijk dat varkensmest verwerkt moet worden”, zegt Jaap Uenk, voorzitter van de sectie Meststoffen van Cumela Nederland. Afnemers geven de voorkeur aan rundveemest omdat de samenstelling beter past. Logimest speelt daarop in met blendings, mengsels van bewerkte en onbewerkte dierlijke mest, met gehaltes op maat. “Die afzet is gewoon doorgelopen”, zegt de Boer.

Circulaire economie

Er is een rare situatie ontstaan op de mestmarkt, vindt Uenk. Rundveehouders moeten dierlijke mest afvoeren omdat ze anders de gebruiksnorm voor stikstof overschrijden. Tegelijkertijd moeten ze kunstmeststikstof aankopen om de grasgroei in gang te houden. “Dat past niet in een circulaire economie”, zegt hij. Uenk is dan ook blij met de 10 pilots die momenteel draaien om mineralenconcentraat na mestverwerking aan te mogen wenden als kunstmestvervanger in plaats van dierlijke mest.

Mineralenconcentraat uit mestverwerking. Volgens de wet is dit dierlijke mest. Er lopen 10 pilots waarin het gebruik als kunstmestvervanger is toegestaan. - Foto: Peter Roek
Mineralenconcentraat uit mestverwerking. Volgens de wet is dit dierlijke mest. Er lopen 10 pilots waarin het gebruik als kunstmestvervanger is toegestaan. - Foto: Peter Roek

De huidige situatie op de mestmarkt roept de vraag op of dit in de toekomst is te voorkomen en zo ja hoe dan. “De vraag stellen is makkelijker dan hem beantwoorden”, zegt Jan Roefs, directeur van het onlangs opgerichte Nederlands Centrum voor Mestverwerking (NCM). De stichting is opgericht om een kenniscentrum en aanspreekpunt te zijn op het gebied van mestverwerking in Nederland en zit nog in de opstartfase.

Gering draagvlak mestverwerking

Toch weerhoudt hem dat niet van zijn visie te delen. Het is duidelijk dat het dit jaar knelt bij de afzet van varkensmest. Om de vraag te kunnen beantwoorden – wat nodig is voor de toekomst – is eerst een goede analyse van de huidige situatie nodig. Roefs begint met de constatering dat het draagvlak voor mestverwerking klein is. Dat leidt tot bezwaren en vertraging van procedures. In een aantal gevallen speelt mee dat de capaciteit van bestaande installaties kleiner is geworden door strikte handhaving.

Verder merkt hij op dat het soms lastig is om de businesscase van mestverwerking rond te rekenen. De verwerker moet richting financiers zekerheid hebben dat hij de mest inneemt met een vaste vergoeding. Dat is voor veel varkenshouders nog een behoorlijke drempel. Zij willen zich liever niet te lang vastleggen.

Grote uitdagingen

Wat ook meespeelt, is dat een groot aantal initiatieven ontstaan vanuit de gedachte om met mestverwerking een probleem op te lossen voor de varkenshouderij. Daarbij ontbreekt het vaak aan een degelijke oriëntatie op de afzetmarkt. Bijvoorbeeld of de bemestende waarde wel aansluit bij de behoefte van de teler of dat de gebruiker het product wel kan verspreiden op zijn land op het voor hem meest geschikte moment.

Ook op logistiek gebied blijken de uitdagingen vaak groter dan vooraf ingeschat. De mest moet conform de wettelijke eisen, AGR/GPS-verplichting, worden vervoerd. Dat geldt ook voor de eindproducten. Daardoor is de beschikbare transportcapaciteit beperkt, maar de eindproducten moeten hoe dan ook wel op tijd naar de afnemer toe. Daar komt nog eens bij dat het technische proces van mestverwerking nog niet is uitgekristalliseerd. Daardoor valt het eindresultaat nog wel eens tegen.

Gezamenlijke oriëntatie op de markt

Volgens Roefs is samenwerking één van de sleutels tot succes. Mestverwerkers zouden zich meer dan nu samen moeten oriënteren op de lange termijn en producten gaan ontwikkelen die tegemoet komen aan de wensen van de afnemers. In plaats van elkaar te beconcurreren is het zaak om de krachten te bundelen. Dat ziet Roefs als een taak voor NCM. “Ik heb veel respect voor de bestaande mestverwerkingsinitiatieven. Ze steken hun nek ver boven het maaiveld uit. Door de vele tijd die gepaard gaat met het organiseren en soepel laten draaien van het verwerkingsproces komen ze niet altijd toe aan zaken als marktoriëntatie en productontwikkeling.”

Daar ligt de meerwaarde van NCM. Door de aanwezige kennis te bundelen en gezamenlijk op de afzetmarkt te oriënteren en producten te ontwikkelen, is veel winst te behalen, denkt Roefs. Deze zaken kosten veel tijd, geld en vergt bepaalde kwaliteiten. Door dat samen te doen kun je de kosten delen.

Ondanks de negatieve aandacht voor de landbouw in verschillende media, ziet Roefs kansen. Hij ervaart dat veel overheden veehouderij belangrijk vinden. Tegelijkertijd spelen milieuproblemen, betrouwbaarheid van de sector en maatschappelijke onrust een rol. Dat speelt mee bij vergunningverlening voor mestverwerking. Maar in de basis vinden overheden veehouderij waardevol. “Er is absoluut een andere agenda dan alleen maar minder staarten”, zegt Roefs overtuigd.

Veehouderij onmisbaar in kringloop

Buiten het blikveld van de veehouderij is veel aandacht voor biomassa. Bijvoorbeeld in het overheidsprogramma ‘Nederland circulair in 2050’. Daarin erkent de overheid dat biomassa een belangrijke rol speelt in de reductie van de uitstoot van CO2. Daarin ziet Roefs aanknopingspunten voor mestverwerking.

Landbouw is onmisbaar in een kringloopsysteem en zonder mest bestaat er geen landbouw. Mensen hebben altijd al dieren gehouden om van onbenutbaar voedsel benutbaar voedsel te maken. Dat is nog steeds zo. Bijna 90% van wat de Nederlandse veestapel eet, kan niet door mensen geconsumeerd worden. “Het is zaak om aan te sluiten bij de ambities van Nederland circulair in 2050”, besluit Roefs.

Of registreer je om te kunnen reageren.