Varkenshouderij

Achtergrond

Weinig rek in minder fosfor

Na de fosfaatreductie van vorig jaar is er nu geen noodzaak voor minder fosfor in voeders. Verder verlagen kost geld en mogelijkheden zijn beperkt.

Vorig jaar kreeg de varkenshouderij te maken met de regeling fosfaatreductie varkenshouderij. Daarmee is circa 830.000 kilo fosfaat minder uitgestoten. Het kostte de overheid € 4 miljoen om dat te bereiken. De regeling heeft voor de hele sector geleid tot een daling van totaal 0,1 tot 0,2 gram fosfor per kilo voer, blijkt uit cijfers van het CBS (zie grafiek hieronder). Dat het niet verder is gedaald, komt omdat maar een klein deel van de varkenshouders mee heeft gedaan. Bovendien liggen de gemiddelde niveaus in voeders al laag (zie kader onderaan dit artikel).

Artikel gaat verder onder de grafiek.

Het gehalte aan fosfor in varkensvoeders is sinds de jaren negentig fors gedaald, onder andere door toevoeging van fytase. Vorig jaar is het verder gedaald.

Strikte normen voor voerfabrikanten

De fosfaatregeling was een tijdelijke maatregel waardoor de noodzaak om actief het fosforgehalte in varkensvoeders te verlagen, is vervallen. Temeer omdat er aan voer met een lager niveau aan fosfor een kostenplaatje hangt. Het gaat dan overigens over het verlagen van het gehalte aan bruto fosfor; voor het deel van het fosforaanbod dat verteerbaar en dus te benutten is voor varkens, gelden strikte normen waar voerfabrikanten niet aan morrelen.

Artikel gaat verder onder de grafiek.

De veehouderij stoot steeds minder fosfaat uit. Het aandeel van de varkenshouderij neemt steeds verder af.

Meer fosforarme voeders

Uit een rondgang langs een aantal voerfabrikanten blijkt dat de niveaus dit jaar een fractie hoger liggen dan vorig jaar. “We hebben de maximale norm voor fosfor iets verhoogd om het grootste gedeelte van de kostenverhoging van vorig jaar teniet te doen”, aldus Peter Scheres, productmanager varkenshouderij bij Voergroep Zuid. Volgens Scheres komen de niveaus nog niet in de buurt van die van 2016. “We streven ernaar als voersector om de fosfaatuitstoot in 2018 op hetzelfde niveau te houden als in 2017.”

Weinig interesse voor dure variant

Hetzelfde geluid is bij ForFarmers te horen. “Onze voeders hadden voor de fosfaatregeling al een relatief laag niveau aan fosfor en dat is nog steeds zo”, vertelt nutritionist Bram van den Oever. ForFarmers had voor de meest afgenomen voeders een variant met extra laag fosfor in de markt gezet, die wat duurder waren. Daarvoor was weinig interesse. De meeste gebruikers van dit aangepaste voer zijn volgens Van den Oever terug op hun oude voer.

‘Voer duurder, maar varkenshouder verdient dat terug door betere resultaten’

Jan van Haperen, hoofd nutritie bij Fransen Gerrits, ziet dat een aanzienlijk aantal bedrijven nog steeds fosforarme voeders gebruiken. “Bij die voeders is niet alleen het niveau aan fosfor verlaagd, ze zijn ook wat luxer. Ze zijn wat duurder maar varkenshouders verdienen dat door betere resultaten terug.” Het voerbedrijf ziet mogelijkheden om deze voeders breder in te kunnen zetten en onderzoekt verdere concentratie van voeders. “Maar het kan alleen als varkens gezond zijn en goed groeien, anders is dat voer te duur.”

Artikel gaat verder onder de foto.

Met voertechniek is secuur op de behoefte van de varkens te voeren. Dat geeft een efficiëntere benutting van fosfor. Varkenshouders schaffen voor dat doel alleen geen installatie aan. - Foto: Ronald Hissink
Met voertechniek is secuur op de behoefte van de varkens te voeren. Dat geeft een efficiëntere benutting van fosfor. Varkenshouders schaffen voor dat doel alleen geen installatie aan. - Foto: Ronald Hissink

Niveaus verder omlaag

De vraag is of de huidige niveaus nog verder kunnen verlagen. In onderzoek van het LEI uit 2011 werd geconcludeerd dat verlaging van bruto fosfor van de toen gebruikte gehalten met circa 10% mogelijk is, zonder dat de kosten verhogen. Dat is ook ongeveer de verlaging die nu is gerealiseerd, vooral te danken aan de aandacht voor fosfor sinds de aankondiging van het zogenoemde voerspoor in 2010/2011. Deze regeling is destijds niet van de grond gekomen, maar heeft de voerindustrie wel bewust gemaakt van de noodzaak tot verlagen van het fosforniveau.

Sojaschroot

Overigens is de calculatie voor een optimaal gehalte aan fosfor afhankelijk van de prijsniveaus en -verschillen van elk moment. In een optimalisatie is fosfor maar één van de elementen; het extra inzetten van een grondstof met een laag fosforniveau (zoals sojaschroot ten opzichte van raapzaadschroot) heeft vaak ook consequenties voor een aantal van de tientallen andere aspecten waarop nutritionisten optimaliseren.

Fytase

Toevoeging van fytase bleek in de jaren negentig dé oplossing om de verteerbaarheid van bruto fosfor te verbeteren. Voerfabrikanten gebruiken al jaren een optimum qua werking en kosten en daar zit weinig rek in. Verbeteringen moeten komen uit eventuele toekomstige verbeterde toepassingen van het enzym.

Een andere mogelijkheid is kijken of de niveaus van verteerbaar fosfor voldoende aansluiten bij de werkelijke behoefte. Paul Bikker, onderzoeker varkensvoeding bij Wageningen Livestock Research, geeft aan dat mogelijkheden voor een lagere norm voor verteerbaar fosfor bij vleesvarkens beperkt zijn. “De normen zijn recent geactualiseerd en sluiten aan bij onze huidige kennis van de behoefte. In de toekomst kunnen we wellicht wel beter rekening houden met de verschillen in behoefte van individuele dieren, maar de kennis en systemen daarvoor zijn nog in ontwikkeling.”

Zeugen

Bij zeugen wordt gebruik gemaakt van de verteerbaarheid en benutting van voedermiddelen afgeleid van die van groeiende varkens. Dit behoeft meer onderzoek. Bikker: “Zeugen hebben een andere fysiologie met betrekking tot absorptie, vastlegging en mobilisatie van fosfor uit botten en interactie met calcium. Daar houden we meer rekening mee in onderzoek.” Of het tot nieuwe inzichten en normen voor de fosforbehoeftes gaat leiden, is onzeker.

Techniek in de stal

Een optie die overblijft is verlagen van fosforaanvoer via techniek in de stal: meerfase en multifase. Het biedt volgens voerdeskundigen mogelijkheden, maar alleen om die reden worden geen installaties gekocht. “Het moet ook andere voordelen opleveren”, aldus Van Haperen. En dat is het probleem; technisch en economisch zijn resultaten niet per se beter.

Bij multifase (het verstrekken van 2 of meer voeders in een bepaalde verhouding) wordt op het scherpst van de snede gevoerd. Dat geeft een groter risico op fouten, zeker omdat de individuele opname van een varken kan afwijken van het hokgemiddelde. Theoretisch zijn er dus mogelijkheden, maar de praktijk laat ze vanwege de risico’s en gevraagde nauwkeurigheid liggen.

‘Stimulans verlagen fosforgehalte ontbreekt’

Alles bij elkaar lijkt het er niet op dat voer- en technische ingrepen op termijn leiden tot structureel lagere fosforniveaus. Bikker benadrukt dat een stimulans om het fosforgehalte te verlagen ontbreekt. “Als de overheid dit niet stimuleert, zoals in de regeling vorig jaar, dan moet het uit de markt komen. Denk bijvoorbeeld aan lagere afzetkosten voor mest met minder fosfaat in verhouding tot stikstof en organische stof.”

Decennia regulering van fosfor in voer

De eerste regulering van fosfor in varkensvoer via de mestwetgeving kwam met in 1990 via het Mineralen Aanvoer Registratie Systeem (MARS, later MiAr). Sinds 1995 gold een korting van 30% op de niet-grondgebonden fosfaatrechten. Door minder fosfor via voer aan te voeren konden varkenshouders deze korting compenseren.

In 1998 volgde Minas, in 2003 de MAO’s en in 2006 het nieuwe mestbeleid met gebruiksnormen en invoering van varkensrechten. Wegen en bemonsteren van afgevoerde mest is verplicht. Sinds de introductie van Minas worden varkenshouders niet meer direct afgerekend op de hoeveelheid aangevoerde fosfor via voer, zolang de mineralen via de mest maar correct zijn afgezet.

Aanvoer mineralen via voer

Tussen 1998 en 2017 is vaak gesproken over een ‘voerspoor’ om verplicht minder mineralen aan te voeren via voer. Eind 2010 hebben Nevedi en LTO Nederland in een voerconvenant afspraken gemaakt om het fosfaatoverschot terug te dringen met onder het nieuwe kengetal fosfaatefficiëntie. Mengvoerbedrijven zijn met fosforarme voeders aan de slag gegaan; het voerconvenant is nooit ingevoerd.

Door de aandacht hiervoor in combinatie met steeds meer mesten van beren is de totale fosfaatuitstoot wel afgenomen. Ook de betere technische resultaten bij vleesvarkens dragen daaraan bij; bij zeugen leidt de toegenomen biggenproductie juist tot meer fosfaatuitstoot per zeug. Het fosfaatplafond is vastgesteld op 37,1 miljoen kilo.

Of registreer je om te kunnen reageren.