Bijproductenwereld verandert, voordeel blijft - Boerderij.nl
Varkenshouderij

Achtergrond

Bijproductenwereld verandert, voordeel blijft

De bijproductenwereld is continue in beweging. Er is echter één belangrijkste constante: bedrijven kunnen er nog altijd voordeel mee behalen.

Anno 2018 is het voeren van bijproducten nog steeds financieel interessant. Het verschil in pakketprijzen per 100 kilo schommelt al jaren tussen de € 1,30 tot boven de € 2 per 100 kilo voer. Dat is weliswaar geen netto voordeel aangezien kosten voor het voeren voor bijproducten er nog af moeten. Ook liggen de mestafzetkosten wat hoger.

Toch vinden in de brijvoerwereld wel veranderingen plaats, merkt ook Sjaak Rutten, accountmanager brijvoer bij Voergroep Zuid. “10 jaar geleden had je met 3 bijproducten een goed voordeel, nu is daar meer voor nodig.” Hij doelt met name op wat meer natte producten en het malen en bijvoeren van grondstoffen als soja en granen. Door het bredere scala aan producten kan een varkenshouder veel vervangen; een afmestrantsoen bij vleesvarkens met 80% bijproducten en droge grondstoffen (op basis van droge stof) is geen uitzondering.

De techniek in de stal is niet wezenlijk veranderd. Wel is de positie van de voormenger anders dan voorheen, ziet Rutten. “In het verleden werden steekvaste producten als voorgebakken frites en nat brood ingekuild en later in kleine porties via de voormenger in de rantsoenen verwerkt. Nu zien we vaker dat varkenshouders een vracht in één keer vers opmengen in een grote voormenger en dit als halffabricaat wegzetten.” Dat scheelt veel arbeid en geeft minder verlies aan kwaliteit. Een ander voordeel is dat zo geen grote voorraden nodig zijn.

Producten van de markt af

Het negatieve beeld van de bijproductensector van cowboys die allerlei goedkope bijproducten gebruiken, berust niet meer op de werkelijkheid. Risicovolle producten worden beter gecontroleerd (GMP+) of niet meer verkocht. Een aantal vetrijke producten is verboden. Kortom, de rotzooi verdwijnt in verbrandingsovens of vergistingsinstallatie. Ook varkenshouders zijn alerter dan 10 jaar geleden en kunnen zich geen risico’s veroorloven. Dat alles heeft gevolgen voor de beschikbare productstromen. Duynie-directeur Kai Kikkers, schetst dat de veehouderij er nog een concurrent bij heeft gekregen: de petfoodindustrie. “Het is een trend, maar het zijn nog kleine hoeveelheden.”

De grote opschoning heeft al in het begin van het vorig decennium plaatsgevonden zodat de productstromen de laatste jaren vrij stabiel zijn. Het totale aanbod aan bijproducten voor de varkenshouderij blijft groot en schommelt al jaren rond de 3 miljoen ton.

De grootste, recente verandering vond plaats bij de tarwezetmelen. Door de opkomst van biobrandstoffen wordt een aanzienlijk deel omgezet in energie met als bijproduct tarwegistconcentraat (tgc). Amystar verdween daardoor van de markt. Het verlies is (deels) opgevangen door andere tarwezetmelen. Ook is er volop aanbod van tgc.

Stoomschillen is de andere grote productstroom die nog volop in de markt is. Er is in het algemeen een goed aanbod producten uit de aardappelindustrie uit België. Volgens Marcel Lipsch, directeur van Bonda, is het aanbod zelfs groter dan ooit, wat ook een druk op de prijzen geeft. Hetzelfde is het geval bij producten uit de zuivelindustrie; er is veel aanbod en tegen interessante prijzen beschikbaar.

Potentie nog niet benut

Er zijn geen signalen dat er de komende jaren grote veranderingen in productstromen plaatsvinden. Ook zijn er geen redenen te verwachten dat het voordeel van bijproducten onder druk komt te staan. Lipsch merkt op dat een deel van de varkenshouders de potentie van bijproducten nog niet benut. Hij wijst naar de grote verschillen tussen bedrijven in kosten per kilo voer of kilo groei. Dat heeft met het vakmanschap en werking van de installatie te maken, maar ook met het inzetten van interessante producten. “We zien dat klanten maar tot 10% van een product als tgc inzetten terwijl 15% gemakkelijk moet kunnen. Gezien de gunstige prijs laten ze geld liggen.” Zo zijn er meer interessante producten. Hij merkt dat de mengvoerindustrie nog altijd een dikke vinger heeft in de keuzes die varkenshouders maken. Lipsch zou graag zien dat varkenshouders zelf meer in controle komen. “Daarvoor is meer kennisontwikkeling nodig.”

Ook Kikkers van Duynie ziet vooral kansen voor de bijproductensector, met name in de discussie rondom duurzaamheid en circulaire economie. “Het voeren van bijproducten past daar prima in. Dat geldt natuurlijk ook voor reststromen die naar de mengvoerindustrie gaan.”

Van nippelvoedering en CDI tot eigen voerfabriek

  • Nippelvoedering is een eenvoudige methode om wei of dunne producten te voeren. Dit kan op een bestaand watersysteem. Er is aanvullend voer nodig, wat wel wat duurder is.
  • Bedrijven met een CDI-installatie kunnen enkelvoudige grondstoffen of droge bijproducten bijvoeren, mits ze goed uit de silo lopen. Vaak is aanvullend voer nodig.
  • Brijvoerinstallaties kunnen een groot aantal natte en droge bijproducten uit bunkers of silo’s mengen en doseren. De eenvoudigste installaties hebben één of enkele voerwegers met continue voer in het circuit. Moderner is kolomvoedering met een stuurvloeistof, al dan niet voorzien van plunjers voor een nauwkeurige dosering.
  • Met een voormenger kunnen ook ingekuilde producten als CCM of frites worden ingemengd in het systeem.
  • Een aantal grote bedrijven is zelfmenger en maakt volledig voer op basis van een kern. Verdere verlaging van voerkosten is mogelijk, maar vraagt een hoge mate van deskundigheid en capaciteiten om goedkope grondstoffen in te kopen.

Of registreer je om te kunnen reageren.