Varkenshouderij

Achtergrond laatste update:2 jul 2018

Antibioticagebruik gespeende biggen zorgenkindje

Het antibioticagebruik in de varkenshouderij is vorig jaar met 1,9% gedaald. Gespeende biggen blijven een zorgenkindje. Veelgebruikers moeten dit jaar aan de bak met een plan van aanpak om werkelijk minder medicijnen in te zetten. Een groot deel van de varkenshouders voldoet nu al aan de toekomstige normen.

Het antibioticagebruik bij gespeende biggen is het ‘zorgenkindje’ van de varkenshouderij. Dat blijkt uit het rapport ’Het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren in 2017’ van de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa). Er zijn vorig jaar meer bedrijven in het actiegebied gekomen omdat de benchmarkwaardes voor gespeende biggen zijn verlaagd. De norm voor het signaleringsgebied ging van 22 naar 20 dierdagdoseringen (ddd) en die van het actiegebied van 60 naar 40 ddd. Het gemiddelde gebruik bij gespeende biggen in 2017 was 21,7 ddd.

In totaliteit daalde het antibioticagebruik in de varkenshouderij vorig jaar met 1,9% ten opzichte van 2016. En over de afgelopen 5 jaar met 12,8%. De reductie ten opzichte van het gebruik in 2009 komt hiermee op 58%. De doelstelling is een reductie van 70%. Dat is nog niet gehaald. Belangrijkste reden is een kleine groep van veelgebruikers die structureel in het signalerings- en het actiegebied zitten. Dat was vorig jaar ook het geval.

Kritische succesfactoren

Hetty Schreurs, directeur van de SDa, beaamt dat. “Vorig jaar hebben we geconstateerd dat in 2016 een kleine groep bedrijven er niet in slaagt het antibioticagebruik te verlagen. Er is vervolgens een analyse gemaakt van de verschillen tussen bedrijven met een hoog en bedrijven met een laag gebruik. Dat heeft geleid tot een lijst met kritische succesfactoren die in december vorig jaar is gepresenteerd. De betreffende bedrijven zijn hiermee aan de slag en het effect hiervan is op zijn vroegst zichtbaar in de rapportage over 2018”, licht ze toe.

1,4% van de bedrijven met zeugen en kraambiggen zat de afgelopen 3 jaar structureel te hoog. Bij gespeende biggen was dat 17,2% en bij vleesvarkens 2,2%. Zodra de sector in overleg met de overheid een stappenplan heeft vastgesteld, gaan deze bedrijven hiermee aan de slag. De SDa maakt niet bekend welk deel van de bedrijven in 2017 al voldoet aan de benchmarkwaarden vanaf 2019. “Het is niet correct om bedrijven langs de meetlat van 2019 en verder te leggen terwijl dit jaar nog stappen gezet worden”, vindt Schreurs.

Toekomstige normen

Desondanks is daar wel iets over te zeggen. 75% van de bedrijven met zeugen en kraambiggen zit beneden 4,7 ddd. Een iets groter deel voldoet dus al aan de toekomstige normen. Bij vleesvarkens haalt 75% van de bedrijven 5,4 ddd of minder. Dus iets minder dan driekwart voldoet aan de toekomstige normen. De nieuwe benchmarks gelden tot en met 2024, behalve die voor gespeende biggen. Die geldt 2 jaar waarna op basis van de ontwikkeling van het gebruik nieuwe doelen worden vastgesteld.

Of registreer je om te kunnen reageren.