Varkenshouderij

Achtergrond

Geruisloze overgang naar nieuwe gelt

Door druk uit Duitsland voor een ander type big schakelt Jasper Pierik over op een nieuwe gelt. Dat gaat geruisloos. Het inseminatiegewicht is even wennen.

Het bedrijf van Jasper Pierik en zijn ouders heeft de afgelopen jaren nogal wat veranderingen ondergaan. Het meest opvallend en zichtbaar is de uitbreiding van 650 naar ruim 1.500 zeugen.

“We konden uitbreiden naar 800 zeugen met gespeende biggen. Door de biggen van het bedrijf te halen, konden we naar dit aantal groeien”, vertelt de ondernemer. Daarom is in het Duitse Samern een biggenlocatie bijgekocht vanwaar de biggen naar Duitse vleesvarkenshouders gaan. Het is een grote stap die veel impact had op de bedrijfsvoering. Maar qua logistiek in de bestaande gebouwen paste dit aantal het beste. Het hele bedrijf is overigens SPF-productie.

Andere genetica gelten en zeugen

Een andere verandering is minder zichtbaar; de gelten en zeugen in de stallen zijn namelijk van een andere genetica dan een paar jaar geleden. Er staan nog welgeteld 42 Topigs 20-zeugen volgens het managementsysteem; de rest is inmiddels vervangen door de TN70. De ‘oudste nieuwe zeug’ is geboren op 6 maart 2015, laat hetzelfde programma zien.

De overstap naar een nieuwe gelt is niet ingegeven door tekortkomingen of problemen met de oude. “We produceerden prima met de Topigs 20, tot boven 35 biggen per zeug.” Om dan toch van genetica te veranderen, vraagt wel durf, maar de ondernemers hadden een goede reden. “We merken een druk vanuit de Duitse afnemers om naar een ander type big te gaan. Juist in de concurrentie met de Denen willen we een vleesrijkere big maken.” Via de beer houdt het een keer op, dus kozen de varkenshouders voor een zeug die wat meer vlees en wat minder spek vererft.

De overgang van de oude naar de nieuwe zeug gaat geruisloos. Jasper Pierik merkt wel dat de nieuwe zeug wat gemakkelijker vreet.
De overgang van de oude naar de nieuwe zeug gaat geruisloos. Jasper Pierik merkt wel dat de nieuwe zeug wat gemakkelijker vreet.

Verschillen van nieuwe gelt

Sinds het voorjaar van 2015 heeft de varkenshouder dus 2 typen gelten op het bedrijf lopen. Nu er nog maar een paar ‘oude’ zeugen resteren, is die periode bijna afgelopen. De overgang is volgens de varkenshouder bijzonder goed gegaan. “Ik merk weinig verschil tussen de 2 typen zeugen. We hebben niet veel hoeven te veranderen voor de nieuwe gelt.” Hij had vooraf niet de verwachting dat de overgang tot structurele veranderingen of betere technische resultaten zou leiden.

Een paar aspecten vallen wel op. Zo ziet hij dat de nieuwe zeug wat gemakkelijker en wat meer vreet dan de voorganger. Vooral in de kraamstal maakt dat een verschil. “Ik zie wat meer zeugen die de maximale curve van 8,9 kilo halen.” Een aanpassing van de voerschema’s of type mengvoer in de kraamstal en de dracht was volgens zijn voerfabrikant en fokkerijorganisatie niet nodig. Hij voert nu een transitie-, één lacto- en één drachtvoer. Overigens staat het grootste deel van de dragende zeugen in voerstations en is er de mogelijkheid voor 2 drachtvoeders. Pierik ziet daar echter, voorlopig althans, niet de voordelen van in. “De bigkwaliteit is goed, dat is een belangrijke graadmeter.”

Het gewicht bij de eerste inseminatie ligt bij de nieuwe gelten wat hoger. Dat is even wennen en wegen helpt om de vinger aan de pols te houden.
Het gewicht bij de eerste inseminatie ligt bij de nieuwe gelten wat hoger. Dat is even wennen en wegen helpt om de vinger aan de pols te houden.

Zwaarder insemineren

Het grootste verschil tussen de 2 typen gelten is het geadviseerde gewicht bij de eerste inseminatie. Bij de Topigs 20 lag dat rond 140 kilo; bij de TN70 hanteert hij een gewicht van 160 kilo. Dat is het adviesgewicht dat de fokkerij-organisatie voorschrijft. Om het gewicht secuur vast te kunnen stellen, gaan regelmatig wat gelten over de weegschaal. Het is iets meer werk, maar levert bruikbare informatie op. Lachend: “Het is wel een beetje een hype, maar ik zie er ook wel de voordelen van in.” Het extra werk valt volgens de zeugenhouder wel mee.

Omdat hij met een eigen zuivere kern fokt, worden de gelten sowieso allemaal getoetst. Een hoger inseminatiegewicht betekent dat er wat meer ruimte in de opfokafdelingen nodig is. Dat is volgens de varkenshouder geen probleem; bij de uitbreiding is al met een royale huisvesting van deze diergroep rekening gehouden. De gelten liggen nog op een oppervlakte van 1,2 vierkante meter in hokken die aan de voorschriften voldoen. Bijzonder is dat ze worden gevoerd met een eigen CDI-installatie. “De installatie lag er nog van de gespeende biggen. Die komt nu goed bij de gelten van pas, vooral om secuur te voeren en rustige voerovergangen te krijgen.”

Omwille van de gezondheid gaan gespeende biggen met eigen transport elke twee weken naar de locatie in Duitsland.
Omwille van de gezondheid gaan gespeende biggen met eigen transport elke twee weken naar de locatie in Duitsland.

Duitse afnemers tevreden

Alles bij elkaar noemt de zeugenhouder de overgang naar een nieuwe gelt een relatief kleine verandering. De forse bedrijfsuitbreiding en overstap op voerstations hadden volgens hem meer impact op de bedrijfsvoering de afgelopen jaren. Inmiddels draait het bedrijf zoals het moet en ligt de focus op het verder optimaliseren van de resultaten; door de uitbreiding zakte het aantal gespeende biggen van boven 35 naar de huidige 33,7 stuks per zeug.

En waar het allemaal om begonnen is, een betere big voor de Duitse afnemers? “Dat gaat goed. Ik hoor van de vleesvarkenshouders dat de biggen goed groeien en beter classificeren dan voorheen. Voorheen kwamen de biggen toch net wat te kort.” Ook bij de eigen gespeende biggen ziet de ondernemer een iets hogere, vleesrijkere groei. Pierik hoopt dat de investeringen in gezondheid en genetica de komende jaren vruchten blijven afwerpen.

Of registreer je om te kunnen reageren.